Het hiernamaals: drie religies, drie Hagenaars, drie visies

Welke ideeën zijn er over een leven na de dood? Kerk in Den Haag vroeg vertegenwoordigers van het hindoeïsme, de islam en het jodendom naar de beelden en overtuigingen die praktiserende geloofsgenoten van hun religie in het algemeen hebben.

Hindoe Nishad Matawlie (foto boven): ‘Wij denken dat de ziel onsterfelijk is. Het lichaam is vergankelijk, een middel om je op aarde mee voort te bewegen. Als iemand overlijdt, begint de ziel aan een reis en om die zo prettig mogelijk te laten verlopen, worden er dertien dagen lang rituelen uitgevoerd. Na een half jaar en na een jaar opnieuw. Wij geloven dat hoe je geleefd hebt, of je een goed mens bent geweest, bepalend is of jouw ziel in een volgend leven in een betere of slechtere situatie wordt herboren. Deze cyclus van leven en dood, het reïncarneren, blijft doorgaan totdat verlossing is bereikt. Voor een hindoe is dat het hoogst bereikbare: verlossing of moksha. Dan verenigt jouw ziel zich met de allerhoogste ziel, met het goddelijke, de allerhoogste macht. Wat er in de tijd gebeurt tussen een nieuw leven of verlossing, dat weet ik niet. Er is voor ons geen hemel of hel als eindstation. Wij geloven dat er in elk mens al een klein stukje van dat goddelijke huist en dat je op het moment van moksha in een staat van ultiem geluk gebracht wordt. Hoe dat er precies uitziet; daar kunnen we ons als mensen eigenlijk niets bij voorstellen.’

Steentjes

Jodin Hanneke Gelderblom-Lankhout: ‘Beelden hoe het leven na de dood eruitziet, zijn er bij ons eigenlijk niet, niet zoals in het christendom en in de islam. Het gaat er veel meer over hoe je iemand die er niet meer is bij de levenden betrokken houdt, dan hoe het leven eruit ziet na de dood. Wij vinden dat iemand pas echt dood is, als hij niet meer in de verhalen vermeld wordt. Wel hebben we de plicht om voor de doden te zorgen. Het graf mag niet aangetast worden en is eeuwigdurend. De levenden gaan daar eenmaal per jaar heen en leggen een steentje op het graf. Daarnaast wordt in de synagoge kaddisj gezegd, een lofprijzingsgebed. De vraag waar de overledene nou is, wordt bij ons dus nauwelijks gesteld. Je bent op de een of andere manier bij God, maar hoe, daar is geen beeld van. Je levensloop wordt wel beoordeeld, maar hoe dat precies plaatsvindt, weten we niet. Wat de overledene heeft betekend, hoe hij heeft geleefd en hoe je de verhalen over hem of haar levend houdt; dáár gaat het om. Joden steken al hun energie in het hier en nu. Dat is onze opdracht. Je bent op aarde en je moet het hier doen, hier je taak volbrengen. De wereld beter maken, gebruik makend van alle krachten en mogelijkheden die je gegeven zijn.’

Witte lap

Moslim Yassine Abarkane: ‘Als moslims geloven wij dat er leven is na de dood. Na het  overlijden verlaat je ziel je lichaam. De overledene wordt gewassen en vervolgens wordt voor hem of haar het djanazahgebed uitgesproken. De dode wordt niet in een kist begraven, maar ingewikkeld in een witte lap, met het hoofd gericht naar Mekka. Wij geloven dat als je begraven bent, je in een soort tussenwereld bent gekomen, in de al-barzakh. In je graf krijg je drie vragen: Wie is jouw heer, wat is jouw geloof en wie is jouw profeet? Wij geloven in de dag des oordeels en in de wederopstanding. We weten niet wanneer dit gaat gebeuren, maar op die dag gaat de ziel weer terug in het lichaam. Dan kom je voor je Schepper te staan en word je beoordeeld over hoe je hebt geleefd. Als je als een goed mens hebt geleefd, kom je in het paradijs en als je geen goed mens bent geweest, dan geloven wij dat je in de hel komt. In het paradijs is gelukzaligheid, zul je je geliefden weer ontmoeten en krijg je wat je verlangt. Het mooie is dat je niet hoeft te zeggen wat dat is, je krijgt het sowieso.’

Tekst: Jolly van der Velden