InDruk: Een pleidooi voor heiligheid

Bij mijn boekhandel ligt een grote stapel van Rutger Bregmans boek De meeste mensen deugen. ‘Ze gaan als warme broodjes’, hoorde ik de verkoopster zeggen. In deze tijden van nepnieuws, beelden van kapotgeschoten steden en gestrande vluchtelingen kan ik mij dat wel voorstellen. Wie snakt er niet naar goed nieuws. Ook zijn nogal wat mensen onzeker over zichzelf en dan hoor je graag iets aardigs.

Ik vind trouwens dat Bregman zeker een punt heeft. Mijn fiets is al jaren niet gestolen en in een drukke winkelstraat ben ik nog nooit beroofd. Eind negentiende eeuw schreef Abraham Kuyper al: ‘De wereld valt mee.’

En toch… Het grootste deel van mijn leven ben ik bij de vredesbeweging betrokken. Pacifisten en vredesactivisten worden nogal eens voor uiterst naïef gehouden. Een verwijt dat niet altijd onterecht was. In het communistische Oostblok was vrijheid en rechtvaardigheid ver te zoeken, hoe hoopvol velen daar ook naar keken. Ik heb dan ook altijd geweigerd het liedje ‘de mens is goed’ te zingen. Beelden van massabijeenkomsten waar haat en agressie verheerlijkt worden of situaties waarin mensen wegkijken van onrecht en schending van mensenrechten, stemmen mij niet hoopvol.

Wat was dat voor een vreemde opwinding die mij beving, toen soldaten in gesloten gelid langs het Amsterdamse Sarphatipark marcheerden? Twaalf jaar was ik en van mijn moeder had ik genoeg over de oorlogsellende gehoord. En toch… het was dat ik te jong was om mee te marcheren. ‘Deug ik wel?’, is de vraag die mij sindsdien regelmatig bekruipt.

Ik schrik ook van de collectieve woede als een Nederlandse journaliste op een Turks plein kritische vragen durft te stellen. Zouden de rabbijnen toch gelijk hebben die zeggen dat er in ieder mens een ‘kwade’ en een ‘goede drift’ woont?

Het zijn gedachten die bij mij opkomen nu ik rond de Vredesweek mocht preken over de weerbarstige en soms vreselijke Saul- en David-cyclus. In veel preken wordt het koningschap van Saul al te gemakkelijk uitgespeeld tegen dat van David. Ja, soms wordt David in één adem met Jezus (Davids zoon) genoemd.

En inderdaad, in de confrontatie met Saul zijn er momenten waar David ‘deugt’! Waar hij afziet van wraak, liefde laat blijken voor zijn vijand, opkomt voor mensen in het nauw. Heel even krijg je een glimp te zien van het koningschap/leiderschap zoals dat in het psalmenboek bezongen wordt. Als Saul in een grot zijn behoefte doet, zou David zo maar toe kunnen slaan. Hij doet het niet. Omdat hij ‘het uit wil praten’ of pacifist is geworden? Nee, Saul is – ondanks alles – een door God gezalfde. David realiseert zich dat hier een grens is, de wereld gaat kapot aan mensen die voor eigen rechter spelen.

De ‘softe’ kanten van de bijbelse boodschap scoren hoog momenteel. Maar de verwaarloosde notie van ‘heiligheid’ is zeker zo fundamenteel.

In het ‘Onze Vader’ vragen we steeds opnieuw dat er in Gods naam toekomst is voor alle mensen. Dat betekent dat eigen belang op de tweede plaats komt en we soms even een mens worden die deugt.

Rob van Essen