Swingen aan het graf: zo kan het ook

Het aantal kerkelijke uitvaarten daalt, maar de behoefte aan rituelen is onverminderd. Nieuwe vormen zijn soms een beetje ‘gezocht’. Gewoontes uit andere tradities worden echter dankbaar overgenomen.

De laatste decennia is de uitvaarttraditie flink veranderd. Voorheen bestonden crematies en begrafenissen uit een in steen gebeitelde formule: ‘45 minuten aula, 45 minuten condoleren met koffie en cake’, vertelt Dennis Friperson (directeur van Meersorgh Uitvaartzorg en van Stijl Uitvaartplanner). Maar die vaste formules zijn we aan het verlaten, zo merkt ook Jan Willem Engelen (directeur van Engelen & Spoor Uitvaartverzorging). ‘De rituelen worden anders, ook omdat steeds minder mensen een kerkelijke uitvaart willen.’

De behoefte aan rituelen en zingeving is er des te meer. Dat betekent dat er soms nieuwe vormen worden gezocht. Engelen: ‘Soms zijn die écht gezocht, met de beste bedoelingen natuurlijk. Een voorbeeld: een familie had een begeleider van buitenaf gevraagd de plechtigheid te leiden. Die stelde de weduwe voor om aan de bloemstukken lange linten te bevestigen. Als teken van verbinding konden de gezinsleden de linten vasthouden bij het binnendragen van de kist. De weduwe stemde toe, maar vond het achteraf bezien niets. “Ik had het lint het liefst losgelaten. Het paste helemaal niet bij mij, noch bij de kinderen.” Het is dus niet zomaar iets om een ritueel te verzinnen. Ik merk de laatste tijd ook dat mensen weer vragen naar een “gewone” uitvaart, zonder allerlei zelfverzonnen ceremonies. Staan in een lange traditie geeft rust en overzicht en dus ruimte aan het verdriet. Een ritueel kan een beleving zijn, maar niet iedere beleving is ook een ritueel.’

Bazuinkoor

De onderneming van Dennis Friperson richt zich vooral op andere culturele tradities in Nederland. Het zoeken naar nieuwe rituelen is bij zijn uitvaarten minder aan de orde. Wel komen er steeds meer begrafenissen volgens de eigen oorspronkelijke traditie. ‘Gek genoeg bestond dat nog niet toen ik veertien jaar geleden begon.’ Voor Surinaamse begrafenissen biedt Friperson bijvoorbeeld Surinaamse dragers en een bazuinkoor aan. ‘Dat is een typisch Surinaams muziekkorps met trompet en drum dat christelijke liederen en opzwepende nummers speelt. Een beetje zoals misschien bekend is van New Orleans in Amerika. De gedachte achter de opwekkende liederen is: je bent blij dat je geboren bent en je mag ook blij zijn dat je naar Onze-Lieve-Heer gaat. Deze gedachte leeft in Suriname zowel bij de Evangelische Broederschap als bij de landelijke Rooms-Katholieke Kerk.’

Vuuroffers

Hoewel er al lange tijd verschillende culturele tradities in Nederland zijn, is de uitvaartwereld daar nog niet voldoende op ingespeeld. Friperson: ‘Een islamitische begrafenis moet binnen 24 uur plaatsvinden. Op de gemeentelijke begraafplaats in Den Haag kun je nog altijd niet op zondag begraven. Dat geeft problemen. Ook zijn locaties niet ingericht op hindoeïstische vuuroffers.’

Volgens Jan Willem Engelen kan de Nederlandse begrafenistraditie leren van andere culturen en religies. ‘In de joodse traditie vind ik de rituele bewassing mooi, en het opnieuw samenkomen van de familie op de veertigste dag na het overlijden. In de Nederlandse cultuur zie je zoiets inmiddels ook: laatst was ik één jaar na het overlijden van iemand bij een herdenkingsbijeenkomst met een concert, een hapje en een drankje. Niet zwaar, maar je schept de ruimte om stil te staan bij het leven van de ander.’

Dennis Friperson ziet ook dat bepaalde elementen uit andere culturen bij Nederlanders gangbaarder worden. ‘De Surinaamse muzikale omlijsting wordt steeds meer door niet-Surinamers gewaardeerd. Dat stelt wel eisen aan de locatie natuurlijk. Zo’n band past sowieso niet meer in een aula.’

Tekst: Hester Jansen