Leven in een verzorgingshuis: ‘Ik wou dat ik nog thuis was’

Wie bij het verzorgingshuis naar binnen gaat, moet eerst een glazen sluis door. De wereld buiten en het leven binnen zijn totaal verschillend.

Door de twee glazen schuifdeuren heen zie ik een klein jongetje op een fietsje in de hal van het verzorgingshuis spelen. ‘Doei, opa!’ klinkt het later als hij met zijn ouders afscheid neemt van een grijze man in een rolstoel. Opa rijdt na hun vertrek naar buiten om een shaggie op te steken.

Ik neem plaats in de ruime hal waar bewoners gezamenlijk kunnen eten en waar ze ook tussendoortjes kunnen bestellen. Verspreid in de ruimte zitten een paar ouderen alleen. Een man met een zuurstofapparaat zit in een luie stoel. Een eind verderop kijkt een vrouw stoïcijns voor zich uit, de rollator naast zich geparkeerd. Het is 15 uur: een wandklok geeft met een ouderwetse klingel de tijd aan. Op de tafels liggen flyers: binnenkort wordt er een bazaar gehouden in het huis. Terwijl ik er ben lopen bezoekers af en aan om hun moeder, vader, opa of oma op te zoeken.

Geur

Ik praat wat met de vrouw die hier vaak in haar eentje uren op de bank zit, zo hoor ik later. Ja, ze komt nog wel eens buiten, maar alleen als haar kinderen er zijn. Ze vertelt: ‘Alleen durf ik niet meer op pad, want dan ben ik bang om te vallen. Ik zit hier vaak, want dan maak je tenminste nog eens een praatje met iemand.’ Haar antwoorden op mijn vragen zijn kort en ze blijft tijdens het praten onbeweeglijk voor zich uit staren. Wat kun je anders doen als je niet meer alleen naar buiten durft, maar wel behoefte hebt aan sociaal contact?

Twee vrolijk ogende dames op leeftijd wandelen binnen, bestellen thee en nemen plaats op een bank naast me. De ene woont hier in een aanleunwoning, de ander moet niets van zo’n woonvorm hebben. Ze vertelt waarom niet: ‘Eerst moet je die twee glazen “sluisdeuren” door, waarvan de tweede pas open gaat als de eerste dicht is. Dat moet hè, om de warmte binnen te houden. Als je dan door de gangen loopt, valt die warmte op je. En er hangt een bepaalde geur…’ Ze trekt een vies gezicht en vervolgt: ‘Je woont hier wel in een andere wereld. Ik woon zelfstandig en hoop dat ik dat kan blijven doen!’ Haar vriendin vertelt dat ze hier al vijf jaar woont. Nadat haar man was overleden, heeft ze in dit huis vrijwilligerswerk gedaan. Daarna was de stap om er ook te gaan wonen niet zo groot meer. ‘Buitenstaanders kijken wel schrikkerig aan tegen zo’n verzorgingshuis met aanleunwoningen. Het is in deze omgeving een heel ander leven. Maar ik voel me er wel veilig.’

Paniek

Er schuiven nog een paar dames aan bij dit kleine clubje. Het eten zal over een uur worden opgediend. Ruim van tevoren druppelen de bewoners binnen om een praatje met deze of gene te maken. Een van hen zegt met een vragende blik naar de andere aanwezigen: ‘Ik woon hier een jaar, toch? Ik heb zware astmatische bronchitis en als ik een aanval heb, kan ik erg in paniek raken. Dus ik kon niet meer alleen thuis wonen. Als mijn man nog geleefd had, was dat anders geweest. Ik mag nu ook niet meer alleen naar buiten, als ik een aanval krijg weten omstanders niet wat er aan de hand is en kunnen ze me niet helpen. Maar ik wou dat ik nog thuis was.’

Ik vraag of buurtbewoners hier ook wel eens binnenwandelen, want iedereen kan hier een kopje koffie komen drinken. Dat is niet het geval. ‘Het leven dáár gaat wel gewoon door,’ concludeert een vrouw en wijst door de ramen heen naar buiten.

Ook al staat dit huis midden in een woonwijk: het is een wereld op zichzelf. De samenleving lijkt  met alle nadruk op jong en mooi, gelukkig en succesvol, vitaal en gezond, vervreemd geraakt van de menselijke aftakeling. Maar gelukkig, het kan ook anders. Want dagen later ben ik er weer, nu bruist de hal van gezelligheid: het is de dag van de bazaar. De ruimte is gevuld met bezoekers en bewoners en er wordt van alles verkocht: van aardewerken spulletjes tot haring en oliebollen. Nu komt de buitenwereld er volop binnen. Hoe zou het zijn als alle verzorgingshuizen een grote hal hebben die tegelijkertijd buurthuis is? Compleet met biljart, yogalessen en fitness voor senioren? Heet dat niet gewoon integratie?

Tekst: Greet Kappers