In-Druk: Alles nieuw

Ze laten luidruchtig van zich horen, mensen die in een verkeerde tijd geboren zijn. Ze hunkeren naar de wereld van Anton Piek en de familie Doorsnee.

De woorden uit het bijbelboek Prediker zijn aan hen niet besteed: ‘Vraag niet waarom de tijden vroeger beter waren dan nu; zoiets vragen getuigt niet van wijsheid.’ Naast het vruchteloos omzien naar de tijden van kinkhoest, natte pleuris en de 12-urige werkdag voor minderjarigen, kun je je ook laten gijzelen door de tijdgeest. Je mening en voorkeuren ontlenen aan de politieke en culturele smaakmakers.

Mijn sympathie gaat toch vaak uit naar (soms vreemde) mensen die hun tijd vooruit zijn. In de christelijke kerk is er altijd een ‘ketters’ ferment werkzaam geweest dat de hoop op het ‘vrederijk’ levend hield. Zomaar een greep: de ‘Dopersen’ of ‘dwepers’, ‘Quakers’, ‘Christensocialisten’. Ze zijn niet op weg naar de hemel, maar blijven de aarde trouw!

In de kerken, waar dagelijks gebeden wordt ‘uw Rijk kome’, zou ik wel iets meer van dat ongeduld willen vinden. Het is kenmerkend voor de joods-christelijke traditie, dat de tijd serieus genomen wordt. Geen zich immer herhalende kringloop, maar een weg van schepping naar voleinding. De tijd is geen ‘god’ die ons leven regeert. Onze tijd is de ruimte waarin Gód regeert. Als Jezus geboren wordt, is ‘de tijd vervuld’, schrijft de apostel Paulus.

Volgens het evangelie dobberen Jozef en Maria niet op een stuurloos bootje in de tijd. Er wordt verteld van een engel die waarschuwt in een droom. Maria en Jozef vluchten. Later groeit Jezus op in het ‘Galilea der heidenen’, tussen het volk dat er religieus met de pet naar gooide. Vreemd volk voor wie zweert bij stipte navolging van Gods wetten en regels.

Niet ergens in een virtuele ruimte of een vrome enclave, maar in het leven van elke dag breekt Gods werkelijkheid door. Hij begint alles nieuw te maken. Dat moet wel vervelend zijn voor mensen die geloof en kerk zien als hoeders van een vertrouwd verleden. Het is slecht nieuws voor Herodes – en alle machtigen – die ten koste van alles blijven zitten. Maar goed nieuws is het voor de uitgehongerden, de vluchtelingen en verwarde mensen. En voor wie de toekomst tegemoet stuntelen.

De evangelist Matteüs citeert de profetie dat ‘het volk dat in duisternis wandelt’ een groot licht ziet! Wie wijs is, zoekt het niet in de goede oude tijd die nooit bestond. Die richt zich ook niet naar wat nu even de tijd mee heeft. Nee, let op de vreemde vogels, de ‘ketters’, de ‘idealisten’ die zijn geraakt door een belofte van licht. Die een geur van zomer opmerken als alles nog dood lijkt. De onheilige heiligen. Mensen als Sint-Franciscus, William Booth, Henri Nouwen, de vrijwilligers van de voedselbank en wie actie voeren voor betere jeugdzorg.

De 19e-eeuwse dominee Friedrich Kohlbrugge zei dat ‘geloven’ te vergelijken valt met een hond die achter het bot van de belofte aanholt. Binnen en buiten de kerk vind je zulke vreemde mensen, die niet rusten tot iedereen de goedheid van God geproefd heeft.

Tekst: Rob van Essen

Afbeelding: collage van Jolly van der Velden