Kerst gaat door: feest van licht

Kerst voorbij? Volgens de rooms-katholieke traditie wordt de kersttijd op 6 januari besloten (Driekoningen). Een bezinning op dat feest past nog goed, misschien wel juist nu de cadeaus zijn uitgepakt en de etensrestjes worden opgewarmd. Je vangt het wel eens op: ‘We vieren de Kerst dit jaar niet! Het is een commercieel circus, een jaarlijkse oprisping van romantiek en daarna zit je weer in de kou.’

Wie dat zegt heeft misschien geen ongelijk en toch… Kijk nu eens naar de ogen van dat kind in de kribbe! Het zijn de ogen van mijn achterkleindochter Ariana, nu drie maanden oud. Het zijn de ogen van ons kleinkind Jackie. Bijna dagelijks stuurt dochter Aagje een foto vanuit Italië waarop de kleine onderzoekend de wereld in kijkt.

Een kijkend kind

Kerst – wát wij er ook van gemaakt hebben – is allereerst het feest van zien en gezien worden. Moeder en kind baden in het licht op het schilderij van de Haarlemmer Jan de Bray (1627-1697). De blik van dat kind overbrugt de eeuwen: van Bethlehem naar Haarlem. In de geboorteverhalen van Jezus valt, net als bij Jan de Bray, het licht op een kijkend kind.

In de Delftse Prinsenhof is momenteel een overzichtstentoonstelling van zijn tijdgenoot Pieter de Hooch. Hij schilderde eenvoudige interieurs, binnenplaatsjes, doorkijkjes op de Oude en Nieuwe Kerk. Maar wat treft is dat je overal kinderen ziet en vrouwen die aan het werk zijn. Vanuit allerlei plaatsen valt er licht op ze. Licht schijnt door de haren van een meisje, vloertegels lichten op, sieraden gaan glanzen. Het is alsof de schilder zegt: ‘Kijk uit je ogen!’ Er is duisternis genoeg, maar volg het licht en verwonder je.

Succesverhalen ho maar

In het kerstevangelie worden niet de groten – keizer Augustus, koning Herodes – in het zonnetje gezet. Zij worden gepasseerd in het verhaal, want in het verhaal dat zij schrijven tellen gewone mensen niet mee. Maar de randfiguren, de herders in de schaduw van het schilderij, kunnen hun ogen niet van het kind afhouden. En zie toch wat dat zien met ze doet: hun gelaat licht op. Die herders, mannen van het jaar nul, wij zouden het kunnen zijn. Gewone mensen, lege handen, succesverhalen ho maar. Maar mooie mensen worden het! Hun gelaat glanst, zoals eens het gezicht van Mozes nadat hij met de Eeuwige gesproken had als met een vriend.

En dat kind, dat kind kijkt maar. Een vraag in de ogen: wie zijn jullie? Wat brengt je hier? Zulke vragen stellen wij elkaar niet zo vaak in een leven van presteren, jezelf handhaven of overleven. Dit kind stelt die vraag en doet dat in de ogen van elke nieuw geborene. In de ogen van elk kind, omhoog komend op de commode, in een pleeggezin of bij een tent op Lesbos.

Kerst vieren – tóch maar doen. Die ogen, wat een zalige onbevangenheid. De eeuwigheid raakt hier de tijd.

Eer zij God in onze dagen.

Rob van Essen

Afbeelding: schilderij van Jan de Bray. De aanbidding van de herders. Mauritshuis.