‘De stad kan toestroom daklozen niet aan’

Ron Staallekker werkt bij het Straat Consulaat. Als iemand weet hoe het is om dakloos te zijn, is hij het: hij is ervaringsdeskundige.

‘Bijna zeven jaar geleden was ik dakloos. De laatste maanden van mijn dakloosheid bracht ik door in een tentje. Een moeilijke tijd. Ik was een ‘economisch dakloze’ en kampte dus niet met verslavingen of psychische problemen. Daardoor werd ik ‘te goed’ geacht voor een plekje in de maatschappelijke opvang.

In plaats van mij een bed te geven, werd ik verwezen naar het Straat Consulaat. Daar zou ik misschien een tentje kunnen halen. Op een regenachtige vrijdagmiddag werd ik hartelijk ontvangen door medewerkster Joy. Zij nam uitgebreid de tijd om te luisteren naar mijn verhaal. Ik voelde mij welkom.

Aan het eind van het gesprek gaf ze mij de tent mee, en een vraag: of ik eens wilde komen vergaderen, want vrijwilligers zijn altijd nodig en ik leek haar geen domme vent. Uit dankbaarheid voor die tent zegde ik dat toe.

Inmiddels heb ik een woning en ben ik hard op weg om de financiële puinhoop van jarenlange dakloosheid op te ruimen. Hoe dat zo gekomen is? Sinds dat eerste bezoek aan het Straat Consulaat ben ik er niet meer weggeweest. Ik werk er nu zelfs als ‘projectleider onafhankelijke cliëntenondersteuning’, met economische dakloosheid als aandachtsgebied.

Kelderbox

Het Straat Consulaat behartigt de belangen van dak- en thuislozen en verslaafden. We maken ons hard voor een menswaardige behandeling van die groepen. Mijn collega en ik helpen bij veel praktische zaken: ‘cliënten’ ondersteunen bij de gemeente en zorginstellingen, een DIGID-code aanvragen, verzekeringen afsluiten enzovoorts. We hebben voor allerhande zaken inloop op maandag, dinsdag en donderdag. Bijna dagelijks bezoeken we de plekken waar daklozen verblijven. Daarnaast schuiven we bij de gemeente aan tafel, organiseren we medezeggenschap en werken we aan een goede beeldvorming. In de strijd tegen armoede werkt het Straat Consulaat samen met verschillende organisaties, zoals het Straatpastoraat en Delen achter de Duinen.

Hoeveel daklozen er zijn weet ik niet precies. Mensen die dakloos zijn, slapen hier en daar bij mensen thuis op de bank of krijgen de beschikking over bijvoorbeeld een kelderbox. De landelijke politiek is onlangs geconfronteerd met verontrustende cijfers: een verdubbeling van het aantal daklozen in de afgelopen tien jaar. Dit cijfer staat momenteel op ongeveer 40.000.

Ook in Den Haag is het aantal daklozen fors gestegen. De maatschappelijke opvang kan de toestroom niet aan, waardoor mensen op een wachtlijst voor opvang worden geplaatst. Deze ontwikkeling heeft uiteraard onze aandacht. Samen met de verantwoordelijke wethouder wordt hard gewerkt aan oplossingen voor dit enorme probleem.

Ieder mens heeft er recht op menswaardig behandeld te worden. Het is aan ons allen om dit recht te erkennen: ervoor te zorgen dat ieder, die daar behoefte aan heeft, een warme en veilige woonplek kan hebben.’

Ron Staallekker

Dit is een bewerking van de lezing die de auteur hield op een avond over daklozen, van de Haagse Gemeenschap van Kerken.