‘Hoe meer ellende, hoe meer vertrouwen’

Anne-Marie vluchtte met haar gezin uit Burundi naar Nederland. Ook haar geloof nam ze mee. Ondanks de grote verschillen met Afrika, voelt ze zich thuis in haar Nederlandse kerk.

‘Elke morgen word ik precies om één minuut voor vier wakker. Ik kniel dan neer en zeg tegen God: “Hier ben ik en U weet wat er deze dag gaat gebeuren.” Dat betekent niet dat ik geen problemen zal tegenkomen, maar wel dat God nabij is.’

Aan het woord is Anne-Marie. Zij is in 1969 geboren in Burundi als derde kind in een gezin van zeven. ‘We hadden het goed thuis. Mijn vader had zelfs een auto; dat was heel bijzonder. Later verloor hij zijn baan en werd het allemaal minder. We hoorden bij de Anglicaanse kerk, die vlak bij ons huis stond. Iedere morgen ging ik daar naartoe. In Nederland mis ik die dagelijks gang naar de kerk. Geloof was heel belangrijk bij ons. Een oom en een tante kwamen elke avond om samen uit de Bijbel te lezen en te zingen.’

Engelen

Vanwege de dreigende genocide vlucht Anne-Marie in 1999 samen met twee van haar kinderen naar Nederland. Haar man Nestor volgt acht maanden later, samen met hun oudste dochter. Voor Anne-Marie is het onbegrijpelijk dat mensen elkaar naar het leven staan, enkel en alleen omdat zij tot een andere stam behoren. ‘Mijn ouders hebben nooit tegen mij gezegd tot welke stam ik behoorde. Ik wist niet of ik Hutu of Tutsi was; later ontdekte ik dat pas. En ook dat mijn beste vriendin tot de andere stam behoorde. De problemen begonnen in 1993. In het begin dacht ik: dit overleven we wel. Maar de dreiging kwam steeds dichterbij en we moesten vertrekken. Mijn moeder bad of er engelen op mijn pad gestrooid mochten worden. En – God zij dank! – die engelen kwamen er: mensen uit kerken die ons hielpen.’

Familieleden van Anne-Marie werden vermoord. Hoe verwerk je dat? ‘God heeft uiteraard de moorden niet gepleegd. Maar God heeft gegeven en God heeft genomen, dat is mijn houvast. In Nederland hoorde ik van iemand die zijn partner was verloren, dat dat voor hem een reden was om de kerk en God vaarwel te zeggen. Daar begrijp ik niets van. Voor mij geldt: hoe meer ellende ik meemaak, hoe meer ik op God vertrouw. Voor veel westerse christenen is dat andersom: hoe meer ellende, hoe meer vragen en twijfels.’

We zijn onderweg

Voor Anne-Marie is het verschil tussen de geloofsbeleving van westerse christenen en gelovigen uit Afrika bijna niet in woorden uit te drukken. ‘Toch voel ik mij enorm thuis in de kerk waar wij in Voorburg bij horen, de protestante wijkgemeente De Open Hof. Ik ben er diaken en de kerk voelt als mijn familie. Het zingen en de preken raken me diep. De kern van mijn geloof is hoop. Ik heb veel meegemaakt en dacht vaak: dit is het einde, maar dat was het niet. Er is altijd licht aan het einde en die hoop geeft mij vastigheid. Door ellende kom je dichter bij God. Want elk moment kan het einde zijn. Als het avond werd in Burundi wist ik niet of ik het morgen zou zien worden. Dat dreef mij in de armen van God. Drie dingen zijn voor mij belangrijk in het geloof. In de eerste plaats: accepteer de wil van God, ook al is dat niet je eigen wil. Zoals Jezus zei: “Niet mijn wil, maar uw wil geschiede.” Ten tweede: bid elke dag, zoek elk moment de connectie met God. En ten derde: loof God elke dag. We zijn onderweg. Dat betekent dat ik elk moment probeer te benutten. Elke dag vraag ik aan God: “Waarom ben ik hier en wat verwacht U van mij?” Ik werk in een apotheek. Als ik zie hoeveel jonge mensen slaapmiddelen of antidepressiva nodig hebben, dan bid ik: God help! Voor ons als christenen is er veel werk aan de winkel.’

Nieuwe kans

Wat betekent Pasen? ‘Vorig jaar werd ik niet zozeer geraakt door de verrijzenis, maar juist door het lijden van Jezus. “Ik heb dorst”, zei Jezus. Het leek wel of ik deze woorden voor het eerst hoorde. Toen hij dat zei, kreeg hij azijn te drinken. Dat maakte zijn lijden nog erger.

Als ik moet lijden, dan denk ik: dit is niets in vergelijking met wat Jezus heeft moeten doorstaan. De Opstanding is alles, maar vooral een nieuwe kans. Elke dag kun je zien als een opstandingsdag. Als ik wakker word en ademhaal, besef ik: ik leef! Elke dag is het opnieuw Pasen.’

Tekst en foto: Jan van der Wolf