Dietrich Bonhoeffer anders bekeken

Wie was theoloog en verzetsheld Dietrich Bonhoeffer voor christenen van orthodoxe en vrijzinnige snit? Een overdenking van Henk Timmer.

Dietrich Bonhoeffer werd op 9 april 1945 door de nazi’s omgebracht. Maar nog steeds voelen zowel liberale als orthodoxe gelovigen zich aangesproken door zijn geschriften. Behoudende gelovigen gaan daarbij meestal voorbij aan de (in gevangenschap geschreven) theologische brieven waarin Bonhoeffer de contouren schetst van een nieuwe kijk op geloven in de mondig wordende wereld.

De genadeboodschap van kerkhervormers als Luther en Calvijn staat in de traditie van de religieuze interpretatie, waarbij mensen steeds bezig zijn met beelden van God en Zijn handelen in deze wereld. Zo schreef in de 17e eeuw John Bunyan in zijn Pelgrimstocht naar de eeuwigheid dat de mens zich niet mag laten afleiden door de wereld – het gaat om de ziel – en op weg naar de eeuwige bestemming niet meer dan strikt noodzakelijk bezig mag zijn met de wereld om zich heen. Dit is de religie die Bonhoeffer afwijst. Maar dat wil niet zeggen dat hij ook de liturgie, de cultus, de sacramenten en het Avondmaal afschaft. Daar blijft hij zeer aan gehecht. In liturgie en gebed stellen we ons open voor de Eeuwige en ervaren wij zijn geest, steun en spiritualiteit. Maar hij verzet zich wel tegen een religieus christendom waarbij de kerk voorschrijft wat we moeten denken en doen.

Orthodox en vrijzinnig

Bonhoeffers werk wordt breed gewaardeerd, maar er zijn verschillen. In orthodoxe kring leest men vooral het vroegere werk. De in gevangenschap geschreven theologische brieven worden dan gezien als te selectief geselecteerde passages waar Bonhoeffer mogelijk zelf later mogelijk op teruggekomen is. Die conclusie trekt men dan naar aanleiding van andere brieven die hij aan zijn verloofde en familie schreef en van het kort voor zijn dood geschreven gedicht Goede machten.

Bron: Liedboek (2013), gezang 511(a).

Zo vindt professor dr. C.G. den Hertog (Christelijk gereformeerd) het onterecht dat vrijzinnige theologen Bonhoeffer annexeren. Die richten zich eenzijdig op de theologische brieven en doen geen recht aan andere teksten van deze grote denker en theoloog. Dat kan zo zijn, maar het is beslist niet geloofwaardig om deze brieven met zoveel opzienbarende uitspraken te negeren, zoals men in orthodoxe kring doet.

Theoloog, filosoof en Bonhoeffer-kenner prof. Jan Sperna Weiland had ook wel vragen bij deze brieven, maar op een ander vlak. Hij vroeg zich af hoe de opvattingen die in deze theologische brieven ons bereiken en grote indruk op ons maken te rijmen zijn met het gedicht Goede machten. Maar hij is niet bereid aan te nemen dat Bonhoeffer in die laatste maanden nog van mening zou zijn veranderd. Hij vermoedt dat hier mogelijk een ongelijkheid van tijd in het spel is. Mogelijk was hij in zijn denken verder dan in zijn voelen, of omgekeerd. In zijn denken was hij geheel los van de oude opvattingen, maar in vroomheid vooralsnog verbonden aan zijn  traditie, kon hij dat geloof en gevoel nog niet geheel passend krijgen aan de nog verder uit te werken toekomstgedachten.

De goede machten

Dominee Herman Wiersinga had daar minder moeite mee. In zijn boek De vitale vragen van Bonhoeffer (2004) schrijft hij dat dit in december 1944 geschreven gedicht, dat hij met een kerstgroet aan zijn verloofde Maria stuurt, geen leerstellig betoog is. Het staat wel model voor de persoon Bonhoeffer. Wiersinga vindt het een diepzinnige, onopgesmukte belijdenis van dankbaarheid voor het leven met zo vele in de geest aanwezige geliefden. Het is ook een bereidverklaring om lijden en dood getroost te aanvaarden. Het gaat over goede en kwade dagen, over de kracht van het geloof en ervaring van geborgenheid. In de brief aan Maria schrijft hij over het gedicht onder andere: ‘Ik heb telkens weer ervaren dat hoe stiller het om mij heen werd, ik steeds meer het contact met jullie bespeurde. Het lijkt wel alsof de ziel in de eenzaamheid organen vormt, die we onder normale omstandigheden nauwelijks kennen. Zo heb ik me nog geen moment alleen en verlaten gevoeld.’ De goede machten zijn dus de mensen die om hem heen staan, hem bescherming en troost bieden, Maria, de ouders, vrienden collega’s. Ook de herinneringen, gebeden en gedachten, liederen en verhalen ziet hij als goede machten. Hij leeft met God, de goede en getrouwe hand, het licht dat in de nacht schijnt. Maar er is ook het duister, de zware last van kwade dagen, de vraag naar het heil. Hoe hij dit toen beleefde zal een geheim blijven. Tot 1942/43 beleed hij de oude leer van de voorzienigheid Gods. We weten niet of dat twee jaar later nog zo was, maar hij zal er zeker toen anders over gedacht hebben. Uit de brieven lezen we dat God niet alles kan, dat we God ook niet mogen inschakelen als deus ex machina. Toch duidt het gedicht Goede machten op een geloof in een God die op zijn eigen wijze heil schenkt. Een ondertoon van vertrouwen en geborgenheid klinkt hierin door.

Zo blijven er vragen en blijft het een boeiende opgave om naar de antwoorden op zoek te gaan. De echte vraag is: hoe recht te doen aan de gehele Bonhoeffer. Vast staat dat Bonhoeffer ons inspireert en bezig houdt en daarmee velen tot steun en zegen is en zal zijn. De wat orthodoxe gelovigen misschien meer om zijn vroegere geschriften, de diversiteit van liberale gelovigen om zijn visie op een geloofwaardig en vitaal christendom voor de toekomst.

Tekst: Henk Timmer. Timmer (1927) volgde cursussen over moderne theologie en geloofwaardig christendom in het kader van Hoger Onderwijs Voor Ouderen (1999-2004). Hij kreeg onderwijs van prof. dr. Jan Sperna Weiland.