Tyfus en troost als kunst in de kerk

Twee kunstwerken met een voorstelling van Christus. Een zestiende-eeuwse schildering brengt de invloed van de toenmalige pandemie in beeld: ook na de verrijzenis blijven de sporen van het lijden te zien.

Sinds een jaar heeft dit glasruitje een permanente plaats in de Gasthuiskapel van Museum Gouda. De maker van dit uiterst zeldzame glas-in-loodruitje is Wouter Crabeth (ca. 1520/1530-1589), een van Gouda’s beroemdste kunstenaars. Dit ruitje stelt de verrezen Christus voor die triomfeert over zonde, kwaad en dood. Treffend schetst Crabeth Christus’ opstanding uit de dood; met het rechterbeen stappend uit het graf en trappend op de beenderen van de dode, terwijl het linkerbeen nog in het graf staat. Ondertussen omklemt hij een gouden kruis waarmee hij de duivel opzij duwt. Crabeth schildert deze figuur met staart en hoorns en duidt daarmee de personificatie aan van het kwaad dat is overwonnen. Hij verzinnebeeldt op treffende wijze de overwinning op de dood. De dood moet wijken voor de verrezen Christus.

Zweren en builen

Wat opvalt aan dit kunstwerk is dat alle lichamen – het geschonden lichaam van Christus incluis – tekenen van verval vertonen, littekens van het lijden. Ze zijn getekend door zweren en builen. Dat doet de invloed van de pest vermoeden, tot diep in de zestiende eeuw. Halverwege de veertiende eeuw had deze pestepidemie het leven gekost aan ongeveer een derde van de Europese bevolking. Zelfs tot aan de negentiende eeuw kwam deze ziekte, die veel weg heeft van tyfus, in grote delen van Europa voor. Sommigen zien een relatie tussen de pest en de sterke opkomst van het beeld van de lijdende Christus. Mensen gingen hun eigen lijden identificeren met het lijden van Christus. Het is niet ondenkbaar dat Crabeth zich hierdoor heeft laten inspireren.

Omhoogkijken

Een andere zoon uit Gouda heeft in onze tijd eveneens gewerkt aan een beeld van de verrezen Christus. Kees Dernee, pastoor van de rooms-katholieke parochie De Vier Evangelisten, maakte aan het begin van deze eeuw dit beeld aan een wel drie meter hoog kruis. Je moet omhoogkijken, wil je het beeld goed tot je laten doordringen. Hiermee verwijst dit beeld naar Christus’ hemelvaart, ondanks de inspiratie die Dernee hiervoor haalde uit het beeld van de lijdende Messias. Dit beeld van de verrezen Christus aan het kruis staat in de Emmauskerk aan de Leyweg in Den Haag. Het beeld laat de intrinsieke band zien tussen lijden en verheffing. Sommige theologen zien bij Johannes (de evangelist) in de kruisiging van Jezus ook zijn verheffing of verhoging. De wolk waarop Christus hier staat, verwijst ondubbelzinnig naar het verhaal van de hemelvaart van Christus dat Lucas in het eerste hoofdstuk van het Bijbelboek Handelingen beschrijft. Daar wordt Jezus voor de ogen van zijn leerlingen omhoog geheven en een wolk onttrekt hem aan hun gezicht. Volgens de Bijbelse overlevering gebeurde dit veertig dagen na zijn verrijzenis. Enkele hoofdstukken daarna duidt Lucas Jezus’ hemelvaart aan als een verhoging aan Gods rechterhand.

Medemenselijkheid

Kees Dernee heeft het kruis waaraan dit beeld is bevestigd blauw geschilderd. Deze kleur verwijst naar de hemel, de ‘bestemming’ van Christus’ hemelvaart. We zien amper nog de kruiswond aan zijn rechtervoet. De goede verstaander ziet wellicht hierin de overtuiging dat een mens weliswaar getekend kan worden door het lijden, maar niet daartoe wordt gereduceerd. Christus wordt afgebeeld met uitgestrekte armen, eenieder uitnodigend die gebukt gaat onder lijden en last. De link is dan snel gelegd met de bijbeltekst uit Matteüs 11,28-30: ‘Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal je rust geven; neem mijn juk op je en leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en je zult rust vinden voor je ziel; want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’ In onze huidige periode van pandemisch lijden is dit vooral een troostrijke gedachte; een groots gebaar van medemenselijkheid.

Tekst: Duncan Wielzen, pastoraal werker