Niet zo gelovig, wel een huisaltaar

Hoe wijden Hagenaars zich thuis aan een hogere macht of overtuiging? Kerk in Den Haag is daar nieuwsgierig naar en gaat op zoek.

Henk Baars is als voorzitter en voorganger verbonden aan de Haagse Dominicus, een oecumenische geloofsgemeenschap. In zijn huiskamer staat een Maria-icoon, ooit door zijn vader nageschilderd naar een zeventiende-eeuws Russisch voorbeeld. ‘Maria als leidsvrouwe’, staat er achterop.

‘Ik vind hem mooi’, zegt hij. ‘Mijn vader kon dat goed. Dat kwam doordat hij als drukker was opgeleid om heel precies te werken en iets naschilderen deed hij op dezelfde manier. Ik heb ook nog een Christus-icoon van hem; die staat naast Maria.’

Weerstand en aantrekkingskracht

Baars:‘Ik was altijd enorm van “getverdemme”, al dat devotionele gedoe, wat een flauwekul allemaal. Ik ben ook nog eens op 15 augustus jarig: Maria Hemelvaart. Drie kinderen voor mij zijn jong overleden; dat was natuurlijk dramatisch. Ik was de eerste die overleefde. En dan in de jaren vijftig geboren worden op 15 augustus in een katholiek gezin; dat had een zekere betekenis.

Ik moest er dus eigenlijk niets van hebben, totdat ik merkte dat bij crisismomenten het Weesgegroet het enige gebed was dat over mijn lippen kwam. Tijdens mijn beroerte kwam ik nergens anders op dan die mantra. Ook voor of vlak na operaties kan ik niets anders dan het Weesgegroet prevelen. Het is iets dat heel diep ergens vandaan komt, het was het allereerste gebed dat ik leerde. Rationeel en theologisch heb ik eigenlijk niets met Maria, maar emotioneel weet ik niks anders te bedenken als ik werkelijk in de narigheid zit. Dan komt er geen Oosterhuistekst bij me naar boven, ook al zijn die nog zo mooi.’

Dagelijkse spiritualiteit

Baars: ‘Toen mijn vader en moeder allebei dood waren, vond ik deze icoon zo mooi dat ik besloot hem neer te zetten. De icoon betekent veel voor me. Ik brand er in deze tijd iedere dag een lichtje bij, in verband met het coronavirus, maar ik steek ook weleens een lichtje aan voor mensen die wat steun kunnen gebruiken. Ik heb daar niet allerlei gedachten bij, van dan-heeft-dat-dit-of-dat-als-resultaat. Dat hoeft ook niet, het is voor mij een vorm van dagelijkse spiritualiteit.

In deze tijd waarin veel mensen noodgedwongen thuiszitten, is een spiritueel huisobject misschien wel interessant en zelfs aan te raden. Doe er eens iets mee, haal het uit je kast en zet er een lichtje voor. Op een wonderlijke manier helpt het niet en toch ook zeker wel.’

Tekst: Jolly van der Velden