Cholera als aanleiding voor mozaïek

Je blijft turen. Wat een rijkdom aan kleuren, figuren en slingerende lijnen. En dat alles gemaakt van welgeteld twee miljoen glazen mozaïeksteentjes uit Venetië. De gebogen wand voorin de Antonius Abtkerk in Scheveningen is één flonkerend kunstwerk. Met een diepe betekenis.

Met de huidige coronapandemie in het achterhoofd kijk je met andere ogen naar het mozaïek in de Antonius Abtkerk. Een grote groep eenzame figuren stelt de ‘lijdende mensheid’ voor, verstrikt tussen doornen. Tussen hen in een verdorde ‘levensboom’. Even verderop is er een tweede groep, gelovigen die de hoop niet hebben opgegeven en die samen de blik naar boven richten. Nog weer hogerop begint de levensboom te bloeien. Daar prijken een gouden kelk met hostie, symbolen van de eucharistie. En daar weer boven een triomferende Christus.

De verbeelding van het lijden was een van de uitgangspunten van het decoratieprogramma, toen in 1927 de kerk werd gebouwd. De kunstenaar was Antoon Molkenboer, parochiaan en een vermaard kunstenaar. Hij greep terug op een memorabele gebeurtenis uit de negentiende eeuw, een cholera-epidemie die ruim een jaar het land had geteisterd en in 1849 in Scheveningen 460 slachtoffers had geëist. Toen de kerk werd gebouwd, moet deze ramp nog in het collectieve geheugen hebben gezeten.
De afloop van de epidemie had het karakter gehad van een gebedsverhoring, zo werd in de negentiende eeuw geconcludeerd. Want de gelovigen bemerkten, toen de ziektegevallen bleven toenemen, dat hun ‘vurige smeekbeden’ plotseling resultaat opleverden. ‘Terstond scheen de plaag bezworen. De sterfgevallen bleven uit en de zieken genazen’, aldus een herdenkingsartikel.

‘Wonderbaarlijke dingen’

Een wonder, zou je wellicht zeggen. Zo zagen Scheveningers het ongetwijfeld ook. Om die reden werd in 1927 onder het mozaïek een verklarende regel aangebracht. ‘Gedenk de wonderbaarlijke dingen die God onze Heer gedaan heeft.’ Bart Maltha, kenner van de bouwgeschiedenis en de kunst in de kerk en drijvende kracht achter de stichting Vrienden van de Abt, spreekt liever niet van een wonder. Wonder, dat is zo’n beladen woord. Met de kennis van nu, hoe epidemieën ontstaan en verdwijnen, ligt de veronderstelling voor de hand dat de gevaarlijke ziekte op een goed moment was uitgeraasd. Later in de eeuw zorgden actieve artsen en stadsbesturen ervoor – met schoon drinkwater, de aanleg van riolen en de nadruk op goede hygiëne – dat bacteriën geen kans meer kregen. Zo verdwenen pandemieën.

Tegenwoordig zouden gelovigen eerder zeggen: God heeft geen andere handen dan onze handen. Maar het enorme mozaïek verbeeldt perfect de algemene christelijke opvattingen van honderd jaar geleden. En het gaat verder. De lijdende mensheid heeft blijkens de voorstelling een uitweg onder handbereik: het lijden en sterven van Jezus, met de dagelijkse of wekelijkse eucharistie om daaraan herinnerd te worden. Vandaar de hoopvolle blik van de tweede groep figuren en de oogverblindende schoonheid van het geheel, met de kleur groen als blikvanger, kleur van de hoop. Ook buiten het mozaïek, in de hele kerk, wemelt het van de symboliek die samenhangt met de eucharistie. Gebrandschilderde ramen, kandelaars, beelden, het kan niet op. De kerk is één Gesamtkunstwerk.

Stoere koppen

Opvallend is dat Molkenboer niet alleen de christelijke symboliek van ellende en verlossing uitwerkte, maar ook op twee grote velden biddende Scheveningers heeft uitgebeeld. Stoere koppen, mannen en vrouwen in kleurige klederdracht. Ongewoon, omdat een afbeelding in de absis meestal is voorbehouden aan heiligen. De Scheveningse voorstelling is daarom, met de gehele kerk, een uniek staaltje van vernieuwende kunst uit het begin van de vorige eeuw te noemen. Zoals het mozaïek een contrast toont – lijden en verheerlijking naast elkaar – zo contrasteert ook het rijke art-deco-interieur met de sobere, zakelijke buitenkant. De nieuwe kerk mocht niet te veel opvallen in het straat- en dorpsbeeld.

Het had overigens weinig gescheeld of het gebouw was in de jaren tachtig gesloopt. Veel oude villa’s aan de Scheveningseweg op ruime bouwkavels maakten plaats voor grote kantoren. Ook het kerkbestuur overwoog afbraak en verkoop van de dure grond. Een – beschaafde – opstand vanuit de parochie heeft dat voorkomen. Vele parochianen zullen met verbazing aan die tijd terugdenken. Hoe was het mogelijk. Sindsdien ondersteunt de vriendenstichting van de Abt de instandhouding van het gebouw ‘voor de totale Nederlandse gemeenschap’. Dat het mozaïek nog steeds te zien is, dat is eigenlijk het grootste wonder.

Tekst: Jan Goossensen

Negen dagen bidden

Toen Nederland in 1848 geteisterd werd door de cholera-epidemie, hieven rooms-katholieke Scheveningers in de Antonius Abtkerk negen dagen lang smeekbedes aan om die te beëindigen. Het mozaïek in de apsis van de kerk, een meesterwerk van architect Antoon Molkenboer, herinnert daaraan. Zo’n noveen wordt weer gehouden, maar nu ten tijde van corona, om te bidden voor degenen die besmet zijn geraakt, voor tal van hulpverleners in de zorg, het ziekenhuiswezen en de wetenschap, voor ouderen en eenzamen. Bisschop Johannes van den Hende (Rotterdam) opent de negen dagen van gebed op 2 mei. De laatste biddag is 10 mei. Er wordt gebeden tussen 14-15 uur bij het uitgestalde H. Sacrament. Deelname kan te zijner tijd digitaal: klik hier. De kerk is tijdens de gebedsuren geopend, maar het bezoekersaantal moet beperkt blijven.