De lege coronakerk, een spiritueel cadeau

In je eentje uitkijken over de leegte. Dat is de plaats waar de mens, vroeger en nu, bezinning en bezieling vond. Nu we in het coronatijdperk afstand moeten houden, kan de kerk een belangrijke functie vervullen.

Hier en daar een verdwaald hoofd. Of twee mensen naast elkaar, die kennelijk in één huis wonen en nu ook in de kerk naast elkaar mogen zitten. Maar de eerste indruk van de anderhalvemeterkerk in het coronatijdperk is toch: leegte. Tweede indruk: wat ziet dat er vreselijk sfeerloos uit. Vroeger – toen alles beter was – ging je ook voor de gezelligheid naar de kerk. Aanschuiven in de bank naast een bekende, elkaar even iets toefluisteren. Dat gaat voorlopig niet meer.

Dat is de ene kant van het verhaal. Er is ook een andere kant: de herbeleving van devotie en spiritualiteit in een schijnbare overdaad aan ruimte. De coronakerk geeft – verplicht – nieuwe uitzichten. Bijna letterlijk. En uitzicht, daar draaide het altijd al om. Want waarom gaan veel mensen in de kerk altijd op de achterste banken zitten? Of in de zijvleugels, waar het geluid altijd minder is? Omdat ze graag, op momenten dat er behoefte is aan bezinning, tegen een veilige achtergrond loom in de verte staren. Noem het een overblijfsel uit de evolutie. Als de oermens ’s avonds uitgejaagd was en zijn grot in dook, wilde hij graag uitkijken over een heuvelachtig landschap met hier en daar een element: een prooidier, een boom, een beekje. Zo gaat het ook in de kerk, als vindplaats van archetypische emoties.

Vermakelijk overzicht

Er is een beroemd onderzoek uit de jaren negentig naar wat mensen over de hele wereld het meest en het minst aantrekkelijke schilderij vinden, voor thuis aan de wand. Een schilderij waar je onderuitgezakt op de bank naar kijkt. Noem het het gecultiveerde uitzicht vanuit de afzondering van de prehistorische grot. Het kunstenaarsduo Komar en Melamid vroeg aan mensen uit elf landen, welke elementen en kleuren zulke schilderijen het liefst moesten bevatten, en welke juist niet. Tot in detail kon je op formulieren je voorkeuren aankruisen. Het resultaat was een vermakelijk overzicht, dat op zijn beurt weer een kunstwerk werd. Maar wat opviel: praktisch overal op aarde ontspannen mensen zich het liefst bij een groot, rustiek landschap aan de muur – precies zoals onze voorouders tot rust kwamen door peinzend over glooiende, lege velden te staren. Toegepast op de coronakerk: het is niet ondenkbaar dat bezoekers, teruggeworpen op hun anderhalvemeterstoeltje, die opgelegde eenzaamheid helemaal niet als beperking zien. Ze kunnen nu in alle rust het kerkelijke ‘landschap’ dat zich voor hun ogen uitstrekt, in zich opnemen. De leegte voedt het brein. Wat er verder nog allemaal wordt gezegd, is van minder belang.

Mystieke verbondenheid

Toen de coronapandemie net was uitgebroken, publiceerde dagblad Trouw een opvallende ingezonden brief. ‘De kerk is gebaat bij enig ongemak’, stond erboven. De schrijver, Jan C. den Hertog uit Alkmaar: ‘Al die hang naar gezelligheid in kerkdiensten heeft het godsdienstig karakter wat mij betreft niet versterkt. Als bij de nu gedwongen versobering muziek en stilte meer kans krijgen (…) kan de kerkdienst winnen aan echte godsdienstigheid. Die werd altijd gekenmerkt door terughoudendheid, eerbied, en ook enig ongemak.’

Grote Kerk, centrum. Bezoekers nemen graag in alle rust het lege kerkelijke ‘landschap’ dat zich voor hen uitstrekt, in zich op. De leegte voedt het brein.

Voor de Haagse theoloog en psycholoog Erika van Gemerden komen deze opmerkingen als geroepen. Ze zegt: ‘Met omzien naar elkaar en wat er in de kerk nog meer aan sociaal werk wordt gedaan, is niets mis. Al moeten we ons realiseren dat de kerk niet het patent heeft op liefde en zorgzaamheid. Maar de meerwaarde van de kerk ligt elders. Wat de anderhalvemeterkerk ons aanreikt, is van een andere orde, een spiritueel cadeau dat ik zelf nooit had kunnen bedenken.’ Ze zegt: ‘Als je in de kerk alleen koerst op gezelligheid, ga je snel in elkaars spirituele ruimte staan.’ Dat hebben volgens haar de kloosterordes goed begrepen. ‘Die hebben het alleen-zijn omarmd, en durven de leegte te verdragen. En in die leegte kan de mystieke verbondenheid worden herontdekt aan de bron van de kerk. Kloosterlingen betreden overdag twee aan twee de kerk, maar ’s avonds na het zingen van het Salve Regina verlaten ze de kerk alleen.’ Zodoende kan volgens haar nu ook de anderhalvemeterkerk ‘weer een plaats van stilte en gedachtenis worden, die zij allereerst is’.

Geestelijke vrijplaatsen

Nog een stapje verder gaat de kunsthistoricus Sible de Blaauw. Hij schreef de brochure De versteende droom. Daarin houdt hij een warm pleidooi voor de kerk als gebouw, als plaats waar de christelijke gemeente samenkomt maar die tegelijk tempel is, cultusruimte. Die dubbele functie is uniek, vindt hij. ‘Kerken zijn geen dwingende uitdrukking van leerstellingen (…) maar bieden ruimte aan de menselijke geest. Kerkgebouwen zijn soms liefdevoller dan kerkelijke autoriteiten en in ieder geval bestendiger. Omdat ze geïnspireerd zijn door geloof, verbinden naar andere tijden en plaatsen, en herinneren aan de belevingen van mensen zijn ze ongekende geestelijke vrijplaatsen in een wereld die geneigd is vrijheid uitsluitend te zoeken in consumptie, succes en individuele vervulling.’

Zo beschouwd kan de anderhalvemeterkerk winst opleveren. Goed, niet iedereen heeft misschien de behoefte van de oermens om in afzondering inspiratie op te doen met uitzicht op lege velden. Uitgerekend Nederland was een uitzondering in het kunstproject People’s Choice van Komar en Malamid. Nederlanders prefereren in hun onderzoek geen landschap aan de wand, maar een fleurig abstract schilderij. Maar nu, dertig jaar later, is deze naoorlogse geforceerd-gecultiveerde weerzin tegen realistische kunst wellicht verdwenen. Zodat ook Hollanders nu eindelijk durven toegegeven aan hun diepste gevoelens en – opnieuw of voor het eerst – een kerk binnen durven lopen. Om vanuit de afzondering deel te krijgen aan een hernieuwd uitzicht.

Tekst: Jan Goossensen