Wat is huiselijk geweld? Sandra vertelt uit eigen leven

Verschillende media berichten dat huiselijk geweld in deze coronaperiode toeneemt. Haagse instanties zien dit niet terug in het aantal hulpvragen, maar houden hun hart vast voor als de periode van sociale afstand voorbij is. Kerk in Den Haag sprak met een jonge vrouw die door haar ex-partner werd mishandeld. Bij het maatjesproject 2GO van kerkenorganisatie Stek vond ze steun en een luisterend oor.

Sandra (haar echte naam is bij de redactie bekend) is 32 jaar en doet naast haar baan een hbo-opleiding psychologie. Ze vertelt: ‘Ik zie mezelf niet als slachtoffer. Ik wil in mijn kracht staan.’ De mishandelingen begonnen eigenlijk al vroeg in de relatie tussen Sandra en haar ex-partner. Hij, verbaal minder sterk, raakte snel gefrustreerd of depressief als de dingen niet gingen zoals hij wilde. Zij, positief ingesteld, wilde hem graag steunen en helpen. ‘Ik kan heel goed de behoefte van anderen aanvoelen. Ik kon hem precies geven wat hij nodig had. Ook hij deed zijn best door mee te werken aan therapie en beloofde na een mishandeling steeds te veranderen.’

Keiharde vuist

‘Na een verblijf in het buitenland kwam hij een keer boos en gedeprimeerd terug. Ik probeerde zijn moeder te bellen om te vragen of zij hem op wilde halen, want ik voelde dat de spanning toenam. Dat maakte hem nog bozer en voor ik het wist had ik een keiharde vuist in mijn gezicht. Ik wilde weglopen, maar in de gang had hij mij weer te pakken. Hij was mij aan het killen en ik dacht dat mijn laatste uur had geslagen. Toen ik bijkwam, vluchtte ik naar buiten waar een buurman de politie heeft gebeld.

De mishandelingen werden steeds erger. Een keer zwichtte ik uit angst voor zijn voorstel om samen naar het feest van gezamenlijke vrienden te gaan. Inmiddels hadden we geen relatie meer. Maar daar ging het helemaal mis. Op straat trok hij mij een portiek in en begon mijn hoofd tegen de muur te slaan. Ik viel op de grond en was in shock. Maar hij trok me overeind en sleurde me mee een taxi in. Die nacht bleef hij bij mij in huis. De volgende ochtend ben ik met een smoes weggekomen om naar de politie te gaan en hem aan te geven. Het was zo erg dat ik op het bureau moest braken en naar het ziekenhuis moest. Ik was bang en dacht dat hij me de volgende keer dood zou maken. Ik zette ’s nachts spullen tegen de voordeur uit angst dat hij weer binnen zou komen.’

Via het maatschappelijk werk kwam Sandra bij het maatjesproject 2GO van de protestantse kerkenorganisatie Stek terecht. ‘Ik had de behoefte om er met iemand in een ongedwongen sfeer over te kunnen praten. Dat kon bij 2GO. Ik heb er veel aan gehad en heb nog steeds contact met mijn maatje.’

Vergeven

Het laatste incident is nu ruim twee jaar geleden. Maar dat betekent niet dat de verwerking voorbij is. Sandra moet nog steeds dealen met een scala aan emoties. ‘Ik ben in mijn vrouwelijkheid beschadigd, het maakte me onzeker en ik schaamde me; mijn trots was aangetast. Ik voelde me schuldig tegenover mezelf en mijn ouders. Dat ik dit liet gebeuren! Een tijd lang heb ik elke ochtend gebeden en gemediteerd en sprak ik mezelf hardop moed in: “Ik kom hier uit! Wat hij mij heeft aangedaan is van hem, niet van mij.” Het duurde lang voordat ik dat zelf kon geloven. Ik durfde mijn moeder, een heel sterke vrouw, zelfs niet alles te vertellen. Zij hield me wel voor dat ik hem moest vergeven. Maar gemakkelijk is dat niet. Ik verloor de kans op een vaste baan door het geweld, terwijl hij maar drie maanden heeft vastgezeten.’

Levenslessen

Terugkijkend op de relatie vertelt Sandra: ‘Ik geloof dat het levenslessen van mijn ziel zijn die ik gekozen heb. Ik geloof ook dat onze woorden en gedachten ons leven bepalen. Wat je gelooft, wordt waarheid. Met je uitspraken kun je negativiteit over jezelf afroepen; daarom is het belangrijk om je woorden zorgvuldig te kiezen. Ik heb geleerd dat je de ander niet altijd kunt helpen. Je kunt hem handvatten aanreiken, maar de belangrijkste stappen moet hij zelf zetten. Ik wil altijd het goede in anderen zien, maar ik moet mezelf ook beschermen en mijn grenzen bewaken. Een ander kan dit niet voor mij doen!’

Tekst: Greet Kappers

Feiten en cijfers

Huiselijk geweld – geweld in afhankelijkheidsrelaties – is geweld dat door iemand in de huiselijke of familiekring van het slachtoffer plaatsvindt. Ouders, kinderen, vrienden en andere familieleden kunnen zowel slachtoffer als dader zijn. Het geweld kan fysiek zijn (slaan, schoppen, opsluiten), maar er kan ook sprake zijn van geestelijk geweld, zoals vernedering, schelden of isoleren. Mannen en vrouwen kunnen zowel slachtoffer als pleger zijn, maar ook huisvrienden en (groot)ouders vallen onder de term ‘huiselijk’.

Uit gesprekken met medewerkers van de verschillende hulporganisaties wordt duidelijk dat huiselijk geweld zich niet beperkt tot een bepaalde bevolkingsgroep. Bij deze organisaties komen meldingen binnen van slachtoffers uit alle lagen van de bevolking.

Stichting Movisie (movisie.nl) heeft onderzoek gedaan naar huiselijk geweld in de periode 2015-2018. Uit dit onderzoek blijkt onder andere dat:

–          vrouwen bijna zes keer vaker slachtoffer zijn van structureel geweld door de partner (of ex-partner) dan mannen;

–          het in bijna 60% van de meldingen bij Veilig Thuis (centraal advies- en meldpunt huiselijk geweld) gaat om structureel, voortdurend geweld;

–          van alle mannen en vrouwen tussen 18 en 70 jaar 40% ooit slachtoffer is geweest van een of meer incidenten met huiselijk geweld;

–          een derde van de slachtoffers aangeeft zelf ook pleger te zijn;

–          het uit de cijfers niet duidelijk wordt of het geweld dat mannen plegen ernstiger en vaker structureel is dan het geweld dat vrouwen plegen;

–          kinderen vaak ooggetuige zijn van geweld, maar dat slechts 18% van de kinderen die ooggetuige was of zelf werd mishandeld, hulp krijgt.

Hulporganisaties:

Stichting Perspektief: 015-2841000 of de Haagse tak (voorheen Stichting Wende): 070-3925774 (perspektief.nl).

Veilig Thuis Haaglanden: 070-3469717 (veiligthuishaaglanden.nl).

Bij de apotheek kan via de code ‘masker 19’ een geheime melding gedaan worden, bijvoorbeeld door dit op een recept te schrijven. De apotheker weet dat dit een vraag om hulp is en zal de nodige instanties inschakelen.