Advocaat kritisch over ‘stad van vrede en recht’

Mikel Delagrange is advocaat bij het Internationaal Strafhof in Scheveningen. Een openhartig gesprek over (on)geloof, (wan)hoop en schijnbare vrede.

‘Wat is het waard om te geloven in een oppermachtige God als die gelovigen aan hun lot overlaat?’ Dat zegt Mikel Delagrange in ‘zijn’ kerk, de roomskatholieke Church of Our Saviour (Bezuidenhout). Die vraag dringt zich vaak aan hem op wanneer hij in het buitenland op werkbezoek is en gebedshuizen bezoekt waarin gelovigen weerloos om het leven zijn gebracht. Maar precies zulke ervaringen hebben het geloof van deze 38-jarige advocaat bij het Internationaal Strafhof gesterkt. ‘God vraagt júíst van christenen om sociaal onrecht te bestrijden.’

Ik hoopte dat ik iets kon betekenen

Die levensopvatting dankt hij aan de ‘helden’ van zijn jeugd in de Amerikaanse staat Florida. ‘Ik heb altijd onderwijs gekregen van paters en nonnen. Stuk voor stuk heilige mensen die zonder tegenstrijdigheden of hypocrisie leefden, die armen hielpen en sociale rechtvaardigheid voorstonden. Net als Christus. Zij hebben mij geleerd wat het leven werkelijk zinvol maakt.

De migratiegeschiedenis van mijn Cubaanse moeder en de dramatische levensverhalen van zoveel anderen die in Florida veiligheid en financiële zekerheid zochten, prikkelden me om internationaal recht te studeren. Ik hoopte dat ik – met de talenten die mij gegeven waren – als advocaat van betekenis zou kunnen zijn.’

In zijn professionele carrière begon Delagrange die zoektocht naar betekenis bij een Nepalese organisatie die verdwenen (lees: door de overheid vermoorde) mensen opspoort, en vervolgens bij een tribunaal in Cambodja. Totdat hij, alweer tien jaar geleden, de burelen betrok van het Internationaal Strafhof in Den Haag. ‘Ik werk bij de afdeling Victims Participation and Reparations Section (VPRS). We zoeken slachtoffers op in landen waar een conflict heeft plaatsgevonden en informeren hen over hun recht om deel te nemen aan een procedure tegen beklaagden. We verzamelen verklaringen en – als het tot een veroordeling komt – informatie om een schadeclaim in te dienen.’

Het Internationaal Strafhof in Den Haag.

De les die ik geleerd heb

‘Het is betrekkelijk wat ik vanuit deze “stad van vrede en recht” voor de rechten van mensen kan betekenen’, benadrukt Delagrange. ‘Ook al is het vaak de enige kans voor slachtoffers om gerechtigheid te vinden, toch twijfelen ze dikwijls of ze aan een rechtsproces willen deelnemen. Participation heeft risico’s. Als je een einde wilt maken aan straffeloosheid, moet je hiervoor doorgaans de machthebbers ter verantwoording roepen. Slachtoffers die bij een dergelijk proces betrokken zijn, lopen mogelijk gevaar. Bovendien kan de situatie zich voordoen dat een proces, tegen de verwachtingen in, niet met een veroordeling eindigt.

Je kunt ook het nodige opmerken over de herstelbetalingen, het concept Reparations. Oorlogsleed valt niet te “repareren”, dat is een belangrijke les die ik in mijn werk geleerd heb. Geen enkel gerechtelijk proces zal iemands geliefde terughalen of de herinneringen aan een trauma uitwissen. Toch kan het afleggen van verantwoording, op een kleine manier, bij een misdadiger de ruimte vrijmaken om vergeving te vragen. Zonder vergeving geen vrede.’

Ik blijf perplex staan

‘Dit werk heeft mijn geloof niet onberoerd gelaten’, stelt Delagrange als hem gevraagd wordt naar de impact van de verhalen van slachtoffers op hemzelf. ‘Je moest eens weten hoeveel gelovigen er vandaag de dag vermoord worden. Veelal christenen, die trouwens ook onderling conflicten bloedig uitvechten. Waarom laat God dat gebeuren? Is er dan bewijs voor wat Jezus in zijn Bergrede beloofde? “Zalig zijn zij die vervolgd worden om de gerechtigheid, want voor hen is het Koninkrijk der hemelen…”

En tóch geloof ik dat God in het leven naast ons staat. Ik blijf perplex staan van de kracht die slachtoffers vinden om telkens weer op te staan, verder te leven en in rechtvaardigheid te blijven geloven. Hoe kan dat? Is de bron van die kracht soms van goddelijke aard? Is het de ziel, Gods levensadem? Wat hen overeind houdt, houdt mij overeind. Laat ons, zeker als christenen, dat goddelijke in elkaar naar boven halen. Stop niet bij Goede Vrijdag. Leef door naar Pasen!

Mijn geloofsgenoten bij de internationale Church of Our Saviour (waar ik ook kerkenraadsvoorzitter ben) schenken me enorm veel liefde en inspiratie. Als het even tegenzit, halen zij mij uit de put. Dat is waar het in de kerk om moet gaan: omzien naar elkaar, binnen de kerk en daarbuiten, en niet alleen op zondag.

Ik vind het belangrijk om te beseffen dat we, hoe goed onze intenties ook zijn, niet zomaar alle problemen uit de wereld kunnen helpen. Wat dat betreft is het volgende gebed van de Amerikaanse theoloog Reinhold Niebuhr (1892-1971) leidend in mijn leven:

“God, schenk me

kalmte om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen,

moed om te veranderen wat ik wel kan veranderen

en wijsheid om het verschil hiertussen te zien.”’

Het Internationaal Strafhof is een permanent hof voor het vervolgen van personen die verdacht worden van genocide, misdaden tegen de menselijkheid of oorlogsmisdaden, zoals omschreven in het Statuut van Rome. Het Hof is in 2002 opgericht en zetelt in Den Haag. Inmiddels hebben 124 landen het statuut bekrachtigd. Tientallen landen hebben hun handtekening niet onder het verdrag gezet of hun handtekening herroepen, waaronder de Verenigde Staten. Deze landen willen zich niet houden aan de verplichting van het Strafhof om “zich te onthouden van daden die de doelstelling van een verdrag met voeten treden”.

Tekst: Robert Reijns