Geld geven aan iemand zonder verblijfspapieren: wanneer geloof je zijn verhaal?

Stek biedt noodhulp aan Hagenaars die door corona in de problemen zijn gekomen. De hausse is over, maar voor een groeiende groep ongedocumenteerden is noodhulp niet genoeg. De Commissie Bijstandszaken zoekt manieren om hen te ondersteunen.

Het armoedeprobleem is er altijd. Soms lijkt het wat meer op de achtergrond, dan weer vraagt het alle aandacht. Zo nam bij de diaconale organisatie Stek in de eerste maanden van de coronacrisis het aantal aanvragen voor financiële noodhulp enorm toe. Het ging daarbij om de zogenoemde ‘broodnood’: Hagenaars die om wat voor reden dan ook geld nodig hebben voor de eerste levensbehoeften en daarvoor nergens anders terechtkunnen.

Noodhulp

De aanvragen komen terecht bij Stek-medewerker Jenneke van Veelen: ‘In de afgelopen jaren kregen we ongeveer 1000 aanvragen per jaar, maar dit jaar zaten we op 1 september al rond de 1100. Van die aanvragen waren er ongeveer 600 direct gerelateerd aan corona, bijvoorbeeld van mensen die hun werk waren kwijtgeraakt en de periode moesten overbruggen tot zij een uitkering kregen. Maar ook van sekswerkers – vaak van buitenlandse afkomst – die niet afdoende geregistreerd stonden en daardoor in financiële problemen kwamen. Inmiddels loopt het aantal aanvragen weer terug, maar we krijgen er nu ook nog die indirect aan corona gerelateerd zijn. Bijvoorbeeld van mensen voor wie een operatie is uitgesteld of die wachten op een juridische uitspraak en daardoor geldnood hebben.’

Bij noodhulp gaat het om een eenmalig maximumbedrag van 250 euro. Wanneer er meer nodig is, kan een aanvraag ingediend worden bij de Commissie Bijstandszaken (CBZ). Deze commissie valt onder de Diaconie van de Protestantse Gemeente Den Haag, waarvan Stek de uitvoeringsorganisatie is. De commissie bestaat uit vijf personen met ieder hun eigen expertisegebied, zoals onderwijs, geestelijke gezondheidszorg en sociale zekerheid. Daarnaast is er een juridisch adviseur aan de commissie verbonden.

Nederig

Over het werk van de CBZ spreek ik met Fred Schippers en Marijke Mootz. Fred Schippers is sinds afgelopen juni voorzitter van de commissie en daarvoor was hij zes jaar commissielid. Hij heeft het stokje overgenomen van Marijke Mootz, die negen jaar lid was waarvan vijf jaar voorzitter. ‘De aanvragen komen via verschillende maatschappelijke organisaties bij ons binnen’, vertelt Marijke Mootz, ‘bijvoorbeeld via Vluchtelingenwerk, De Halte en het Wereldhuis. Ook werken we samen met andere sociale fondsen in de stad.’

Het zijn geen eenvoudige verhalen waarover ze beslissingen moeten nemen. Schippers: ‘Je krijgt soms levensgeschiedenissen voorgeschoteld waarbij je het niet voor mogelijk houdt dat mensen dat allemaal meemaken. En dan moeten wij gaan bedenken of we ze geld zullen geven. Daar word je wel nederig van.’

Ongedocumenteerden

Schippers en Mootz zien onder de aanvragers de groep oudere ongedocumenteerden groeien. Het probleem bij deze groep is dat ze nergens geregistreerd staan. Formeel moeten ze terug naar hun land van herkomst, maar als dat niet lukt of niet gebeurt, blijven ze onder de radar. Zolang ze werk hebben – vaak van baantje naar baantje – redden ze het, maar bij ziekte kunnen ze nergens terecht. Fred Schippers: ‘Organisaties die gerelateerd zijn aan de overheid kunnen weinig doen voor deze groep. Wij vinden dat we als kerk hierin een specifieke verantwoordelijkheid hebben; we kunnen deze mensen niet laten zakken.’ Marijke Mootz vult aan: ‘Wij zijn in feite de ambulance. Als iemand op straat ligt, vraag je ook niet eerst wat die persoon misschien voor slechte dingen heeft gedaan. Nee, dan help je. Wij zijn voor mensen vaak de laatste strohalm.’

Tegelijk zit daar ook een groot knelpunt. Schippers: ‘De perspectiefvraag is heel belangrijk. Het gaat altijd om tijdelijke ondersteuning, want de Diaconie kan het zich niet permitteren om als permanente bijstand te functioneren. We geven een eenmalig financieel zetje; het is belangrijk dat iemand daarna weer op eigen kracht of met hulp verder kan. Het probleem van de oudere alleenstaande ongedocumenteerden is dat ze structureel vaak steeds meer zorg nodig hebben, maar die niet kunnen krijgen. Onder andere in samenwerking met het Wereldhuis – de ontmoetingsplek voor ongedocumenteerden – proberen we manieren te vinden om deze mensen te ondersteunen.

Ondanks de zware problematiek waar de commissieleden in het werk mee te maken hebben, zijn ze hoopvol. Schippers: ‘Regelmatig horen we van instanties terug hoe het met de mensen gaat die we geholpen hebben en dat valt meestal niet tegen. Dat geeft de burger moed.’

Tekst: Irna van der Wekke