‘Huis van vrede en recht’ is failliet verklaard – wil Den Haag zonder?

In december is het tien jaar geleden dat het Humanity House aan de Prinsegracht in Den Haag haar deuren opende. Het noemt zich een ‘eigentijds museum dat complexe thema’s rond vrede en conflict inzichtelijk en invoelbaar maakt.’ Maar sinds 1 november zijn de deuren dicht.

Door de coronacrisis zijn vanaf maart de inkomsten uit het bezoek en de verhuur van het museum nagenoeg stil komen te vallen. Dat leidde tot een reorganisatie met personele bezuiniging. Het Humanity House kreeg in het voorjaar een positieve beoordeling maar een negatief advies van de gemeentelijke Raad voor Cultuur voor toekenning van subsidie vanuit het Kunstenplan. Wachten op de definitieve beslissing over het Kunstenplan 2021-2024, die tot half november werd uitgesteld, duurde te lang om alle contractuele verplichtingen op tijd te kunnen afronden. Daarom is het sinds 1 november gesloten.

De Haagse sociaal ondernemer Louk Burgers werkt aan een plan voor een nieuw Humanity House, zegt hij in Den Haag Centraal: ‘Laten we daar over nadenken. Het Humanity House was bij uitstek de plek waar je een moreel kompas kon vinden of kon bijstellen en herijken. Hier werd je morele batterij weer opgeladen.’ Het plan, dat een manifest wordt genoemd, is ondertekend door Leo Lucassen, hoogleraar arbeids- en migratiegeschiedenis, Derk Stegeman, directeur van Stek en predikant, Ab van der Touw, ex-topman Siemens Nederland, Fred Zuijderwijk, programmamaker en presentator, Jörgen Raymann, cabaretier en presentator, Funda Müjde, cabaretière en Karel de Rooij.

Marlies, Hugo en Chris

Meer dan 214.000 mensen bezochten sinds de oprichting in 2003 het museum, waaronder 114.000 scholieren en studenten. Onder hen bevonden zich Marlies met haar kinderen Hugo en Chris. Wat de kinderen meemaakten, veranderde voorgoed hun kijk op vrede en conflict.

Even terug in de tijd.

‘Zijn dit uw kinderen?’ Boos kijkt de buurtwacht naar Marlies. ‘Hugo en Chris, wat hebben jullie nu weer uitgespookt?’, snauwt moeder ze toe. ‘We speelden gewoon oorlogje mama’, zegt Chris. ‘Ik was nazi, Hugo speelde jood.’                                                                                     

De coronaquarantaine was heus niet zo erg als de oorlogsjaren die opa en oma te verduren hadden gehad, troostte Marlies haar kinderen kortgeleden. ‘Veel mensen moesten toen lang onderduiken of vluchten. Boze mensen, de nazi’s uit Duitsland, wilden de joden uitroeien. Nederland was bezet. Dit jaar vieren we 75 jaar bevrijding.’ Chris en Hugo hingen aan haar lippen, zo’n spannend verhaal vonden ze het. Maar nu moest ze bedenken hoe ze hen wijs kon maken dat oorlog voeren echt niet zo eervol en amusant is, als schoolvriendjes en computerspelletjes laten geloven. Haar vriendin vertelde dat het gezin zélf een front moest opzoeken en het oorlogsleed aan den lijve moest ervaren. Ze gaf een plaats van bestemming door: Humanity House, Prinsegracht 8, Den Haag. ‘Maak er een leerzaam gezinsuitje van.’

Revolutionair

Humanity House, letterlijk vertaald ‘huis voor menselijkheid’, beschrijft zichzelf als een museum waar bezoekers ‘het menselijke verhaal achter rampen en conflicten in de wereld kunnen horen, zien en voelen’. De ‘ervaringsreis’, een tocht langs verschillende vertrekken, geeft je de mogelijkheid om te ervaren hoe het voelt om zélf die vluchteling uit het nieuws te zijn. Daarnaast zijn er wisselende thematische exposities, lezingen, dialogen en filmavonden.    

Niet toevallig is dit vredeshuis opgezet door het Nederlandse Rode Kruis. De internationale organisatie mag dan het bekendst staan als noodhulpverlener, ze is ook de drijvende kracht achter de ontwikkeling van het internationaal humanitair recht. Henri Dunant, stichter van het Internationale Rode Kruis, verbond in 1864 vele landen aan het Eerste Verdrag van Genève: het eerste verdrag waarin – en dat was revolutionair – de bescherming van slachtoffers werd verankerd. De organisatie controleert of de rechten van krijgsgevangenen en gedetineerde burgers gerespecteerd worden; gebeurt dat niet, dan rapporteert zij dat vertrouwelijk aan de overheid. Daarnaast bemiddelt ze tussen strijdende partijen. En zorgt ze voor de opsporing en ondersteuning van oorlogsslachtoffers.  

Uit deze inspanningen is een aantal organisaties voortgekomen, waarmee Den Haag zich tegenwoordig trots de ‘stad van vrede en recht’ noemt. Terwijl het Internationaal Gerechtshof toeziet op de berechting van oorlogsmisdadigers, wil Humanity House mensen bewust maken van mensenrechten en (de gevolgen van) schendingen. Dat doet ze sinds de oprichting in 2010.

Ervaringsreis

‘Mama, wat is dit? Waar zijn we?’ Uit Hugo’s trillende handen valt het museumkaartje, een identiteitspapier,op de vloer van de nagemaakte woonkamer waarin ze zich bevinden. Mama hoort hem niet. Haar ogen rollen van omgevallen wijnglazen op tafel naar koffers en overhoopgegooide kledingstukken. Het angstaanjagende geluid van een noodsirene overstemt de ernstig getoonde luidsprekerboodschap: “Inwoners van Den Haag worden dringend verzocht, het huis waarin ze zich bevinden zo snel mogelijk te verlaten. Herhaling: …”. De vrede van een gezellige vrijdagavond lijkt hier voorgoed te zijn verstoord. ‘Weg hier’, zegt mama met gemeende bezorgdheid – ‘we vluchten’. Gelukkig, denkt ze, is het in deze situatie niet moeilijk om de werkelijkheid te ontglippen en alles achter te laten. Maar wat had ze meegenomen als het menens was geweest? Stevig pakt ze haar kinderen bij hun hand om het volgende vertrek te betreden, een archiefkamer. ‘Ik word hier duizelig van’, zegt Hugo tussen de honderden ordners en kasten. Aan een muur plakken familiefoto’s. ‘Amira zei dat ze wekenlang bleef zoeken naar haar moeder’, zegt Chris over zijn Syrische klasgenootje, ‘ging dat ook zo?’. Daarna belanden ze bij een soort douanepost. Hier vraagt een strenge luidsprekersstem: Hoeveel geld heeft u bij u? Wat is de eindbestemming van uw reis? ‘Waar moeten we dan naartoe?’, vraagt Hugo. Maar mama is radeloos. Ze weet het ook even niet meer. 

De emotionele rollercoaster komt een halfuur later in ruststand. Het gezin betreedt ruimtes waar vluchtelingen op panelen en beeldschermen hun levensverhalen vertellen. ‘Zij hebben dus hetzelfde meegemaakt als wij’, concludeert Chris. ‘Andersom bedoel ik.’

Conflict en vrede

Hanneke Propitius, sinds 2019 directeur van Humanity House, heeft met het museum een duidelijke missie: ‘Door aandacht te schenken aan de levens van mensen die conflict of onvrijheid (hebben) ervaren, willen we een jonge en daarbinnen diverse doelgroep ervan bewustmaken dat vrede niet vanzelfsprekend is. In de wereldwijde uitdagingen waar wij voor staan, heeft ieder een rol bij het behouden van een vreedzame samenleving. We willen hoofd en hard raken met persoonlijke verhalen, artistieke vormen en verdieping.’ Schoolklassen weet Humanity House goed te bereiken, zo blijkt uit enthousiaste boodschappen van leerlingen op digitale media.  

Het creëren van een ‘maatschappelijk bewustzijn’ kwam volgens Propitius aardig uit de verf met de foto-expositie van Robin de Puy, in het museum en pal naast het Gemeentehuis. Hagenaars konden dertig portretten bekijken van ‘oude en nieuwe’ Nederlanders. Doordat ze allemaal dezelfde houding en zwart-witte kleur hadden, was het vrij eenvoudig om je met beide groepen te identificeren.’

Bij de 75-jarige bevrijding van Nederland wilde het museum stil staan met een eendaags festival rondom de Verenigde Naties, opgericht op 24 oktober 1945. ‘Ten slotte hebben de VN in 1948 de Verklaring van de Universele Rechten van de Mens ondertekend’, zegt Propitius daarover. Vanwege de coronacrisis kon het festival niet doorgaan.

Buiten spelen

Marlies, Hugo en Claus zijn weer thuis. ’s Middags praten ze na over hun ervaringen. Plots gaat de deurbel. Daar staat Doris voor het raam, een vriendinnetje van de kinderen, dochter van de buurtwacht. De jongens doen open.

‘Komen jullie spelen?’ Ze drukt haar waterpistool hard tegen Chris’ borst. Hij blijft roerloos staan en kijkt haar minachtend aan. Doris legt het wapen neer. ‘Okay, dan geef ik me over en mogen jullie de Duitsers zijn. Wie niet weg is wordt gezien, ogen dicht…ja, pak me maar!’.

‘Nee Doris’, roept Chris haar na. ‘We gaan een hut bouwen want alles is verwoest. Daar kunnen de jood en nazi na de oorlog samen in wonen.’ Stilte.

‘Maar hoe kan dat nou? Zo is het toch nog niet gegaan?’