Rouwen, hoe dan? ‘Goedbedoelde adviezen helpen niet’

Misschien herken je het: een dierbare overlijdt, je bent in rouw, maar probeert het leven snel weer op te pakken. Wat nou als dat niet lukt? Veel kerken, waaronder de Kloosterkerk, hebben rouwgroepen. Henriëtte Middelhoven deed mee aan de cursus ‘Rouw op je dak’ in de Kloosterkerk. ‘Ik was heel verdrietig, maar bedacht vrij snel dat ik niet de rest van mijn leven bij de pakken neer wil zitten.’

Vorig jaar augustus verloor Henriëtte Middelhoven (71) haar man nadat hij ruim zestien maanden ziek was geweest. Hij was nog maar 67 jaar. ‘Ik was erg verdrietig; we hadden het heel goed samen’, vertelt ze. ‘Wel heb ik vrij snel bedacht: ik wil niet de rest van mijn leven bij de pakken neerzitten, maar er nog iets van maken. Dat lukte natuurlijk niet elke dag, maar ik wilde alles aanpakken wat me kon helpen.’

Vanuit die gedachte nam ze deel aan de cursus ‘Rouw op je dak’, die jaarlijks in de Kloosterkerk wordt gegeven en die ze regelmatig bij anderen had gepromoot.

‘We waren met een groepje van zes plus de predikant, en ook al kenden we elkaar vooraf amper, er was al snel een gevoel van vertrouwen. We kregen alle ruimte om ons verhaal te vertellen, en door de begeleiding werd het gestructureerd. Een rode draad in de cursus was het boek Helpen bij verlies en verdriet van psycholoog Manu Keirse; een aanrader voor ieder die met rouw en verlies te maken heeft.’

Voor Henriëtte was het de tweede keer dat ze haar levenspartner verloor. Haar eerste man overleed op zijn 51e aan een hartstilstand; ze was toen 44 jaar en bleef met jonge kinderen achter. ‘Een mens kan kennelijk veel hebben,’ zegt ze nuchter, zonder ook maar een spoor van cynisme.

Schuldgevoelens

‘Ieder rouwt op zijn eigen manier, maar tegelijk herken je veel bij elkaar. Mensen in rouw hebben vaak last van schuldgevoelens: heb ik het wel goed gedaan; heb ik genoeg gezegd dat ik van hem of haar hield? Ook herkenbaar is een enorme lichamelijke vermoeidheid. Rouwen is een werkwoord, schrijft Manu Keirse, en dat is ook echt zo. Het kost veel energie. Ook ben je voor je gevoel heel egocentrisch bezig. De problemen van een ander; ze boeien je even niet. Je hebt daar een tijdlang geen ruimte voor, ook al gaat dat tegen je persoonlijkheid en gevoel in.’

Tijdens de cursus kwam de vraag aan bod of de deelnemers steun hadden aan hun geloof. Dat bleek heel verschillend te zijn, evenals de gedachten over waar hun geliefden nu zijn. Henriëtte: ‘Al snel na het overlijden van mijn man kon ik blij worden van de gedachte dat het nu goed is met hem. Hij is nu niet meer zo vreselijk ziek. Hoe het is, waar hij is, dat weet ik niet. Niemand weet dat. Wel weet ik zeker dat hij bij God is en dat het dus goed is.’

Geen oplossingen

Henriëtte ging meteen de eerste zondag na de uitvaart weer naar de kerk. ‘Dat vond ik spannend, maar ik kwam echt in een warm bad.’ Ook daarna ervaarde ze veel steun vanuit de kerk. ‘Het belangrijkste is dat mensen naar je luisteren, luisteren en nog eens luisteren. Er valt niets op te lossen. “Zou je niet eens dit; moet je niet eens dat…” Maar al die goedbedoelde adviezen helpen niet.’

Inmiddels is ze ruim een jaar verder. ‘Ik vond het erg moeilijk toen het precies een jaar geleden was. Ik had dat niet zo verwacht – het is uiteindelijk maar een datum – maar ik vond het verschrikkelijk: de laatste dagen voor zijn overlijden, de sterfdag, de dag van de uitvaart. Het overlijden van mijn eerste man was ook in augustus. Dat kwam allemaal weer naar boven en het ging door elkaar lopen, allemaal samengebald in die ene maand. Ik was blij toen het september werd; ik kreeg ineens weer wat lucht. Maar in zo’n zware periode is het heel fijn wanneer iemand je een kaartje stuurt of even belt. Het leven gaat verder, ook voor nabestaanden, maar even een berichtje doet heel erg goed.’

Tekst: Irna van der Wekke