Redden: ‘Vergeet die aangeprate zonde en schuld’

Wat moeten we aan met de thematiek van schuld en zonde, zoals die in sommige kerstliederen naar voren komt? Jezus kwam op aarde om ‘het volk’ te redden. Maar waarvan precies? En waartoe?

Ik zou het de theologie van het bierviltje willen noemen: ‘De mens is een zondaar, Jezus kwam om ons te redden, wie dat gelooft gaat naar de hemel.’ In sommige kerstliederen kun je het horen. Ook de thema’s van zonde en schuld ontbreken er niet. ‘Kind dat zo trouw zondaars mint… een wereld, verloren in schuld.’ Maar denken we tijdens het zingen: die zondaar, dat ben ik? Gaan we gebukt onder schuld? Het probleem is dat de kerk traditioneel veel zonde en schuld aanwezig achtte, of het je anders wel inpeperde. Als jongen zat ik met een kwaad geweten in de bioscoop. Zelfs in het donker zag God mij daar. Mijn verkering raakte bijna uit omdat ik op zondag een ijsje voor haar kocht. Maar wie gelooft er nu nog dat God bioscoopbezoek turft of ons een ijsje misgunt? Moeten we van zulke ‘zonden’ gered worden? Of zijn ‘echte zondaren’ de geweldplegers, corrupte ambtenaren, kinderverkrachters? Gelukkig zijn die in de minderheid, de meeste mensen deugen. En toch schrijft de evangelist Lucas dat Jezus het vólk kwam redden door hun de zonden te vergeven.

Om dat te begrijpen moeten we de aangeprate zonde en schuld maar even vergeten. Want, gelovig of niet, iedereen beseft wel dat wij mensen brokkenmakers zijn. We bedoelen iets goed, maar het pakt verkeerd uit. Een niet nagekomen belofte verwoest een vriendschap. En dan komt daar nog eens bij dat anderen ons soms met de brokken laten zitten. Onrecht op de werkplek en thuis krijgt de hond een schop. We leven ook in een wereld die onoverzichtelijk is geworden, waarin je moet kiezen tussen kwaad en minder kwaad. Mensen zitten ‘in een bubbel’, wantrouwen wie anders denkt, voelen zich aangevallen of gediscrimineerd.

Kintsugi-bord

We lijden onder de gefragmenteerdheid van het leven, onze innerlijke verdeeldheid. Er is de breuk tussen hoofd en hart, tussen woord en daad, tussen denken en doen. De profeten van het Oude Testament roepen mensen weg uit deze tweespalt. Ze wijzen op de Thora (leefregels), waarin de weg naar innerlijke eenheid en rechtvaardigheid wordt gewezen. Want mens-zijn is een levenslange strijd tussen het destructieve en het creatieve, de hang naar de dood en het verlangen naar betekenisvol leven. In de psalmen klinkt daarom het gebed dat God ‘ons hart verenigen zal’ (oude vertaling) om op de weg van de Thora te wandelen. Er helemaal voor gáán dus, geen achterdeurtjes openhouden.

Maar dan moet er wel een wenkend perspectief zijn. En daarom gaat het nu juist in het kerstevangelie. Jezus belichaamt de droom van de profeten: een nieuw Jeruzalem, een volk dat in duisternis een groot licht ziet. In al ons pogen en streven wijst God ons niet af. Jezus komt om te helen – vandaar het woord ‘Heiland’ – wat gebroken is. Verwachtingen en verhoudingen, harten en gevoelens. Niet zo dat je er geen barst meer van ziet. Integendeel. De barsten van mislukking en schuld duiden aan dat God geen perfectie van ons eist. Ze glanzen als de gouden Kintsugi-breuklijnen van een gerepareerd bord. De glans van vergeven schuld en gepasseerd verleden, omdat nu alleen de toekomst nog telt. Zo is Jezus de belichaming van Gods redding. Een redding die niet alleen ons innerlijk heelt, maar in de wereld ook vrede sticht tussen de volken. Blij met de brokken is de Eeuwige. Hij maakt er wat van!

Rob van Essen