‘Kerken mogen met parels pronken’

Theoloog en verhalenverteller Willem van der Meiden werkte achttien jaar als communicatieadviseur, eerst bij de Haagse Diaconie en vervolgens vanaf de oprichting in 2004 bij Stek. Eind november ging hij met pensioen.

Naast communicatieadviseur bij Stek – de uitvoeringsorganisatie van de Protestantse Diaconie – was Willem van der Meiden (hoofd)redacteur van verschillende bladen op het gebied van christelijke spiritualiteit en zingeving. Nog steeds schrijft hij voor het tijdschrift Volzin. De combinatie van theologie en communicatie is voor hem heel vanzelfsprekend. Zijn Stek-collega’s konden hem niet blijer maken dan door ‘een pond tekst op zijn bureau te storten’; hij maakte er wel iets leesbaars van.

Met veel plezier kijkt hij terug op zijn jaren bij Stek. Op de vraag naar mooie en bijzondere momenten komt al snel het kerkasiel naar boven. Eind 2018, begin 2019 bood de Protestantse Kerk Den Haag in buurt-en-kerkhuis Bethel drie maanden lang kerkasiel aan het Armeense gezin Tamrazyan. Van der Meiden: ‘Daar waren veel mensen bij betrokken, maar Stek is wel een belangrijke motor geweest. De belangstelling was enorm, ook wereldwijd.’

Pareltjes opdiepen

Maar hoe belangrijk en gezichtsbepalend het kerkasiel ook was, voor Van der Meiden blijkt de kracht van Stek vooral uit de verhalen over de dagelijkse praktijk van medewerkers en vrijwilligers. ‘Pareltjes’ noemt hij die kleine maar bijzondere verhalen. Zijn werk was het om die uit zijn collega’s los te krijgen, en ze vervolgens door te vertellen in nieuwsbrieven, persberichten, jaarverslagen en het Vrijwilligersbulletin: ‘Gortdroge rapportages voor een fonds of de gemeente knappen ervan op als daarin voorbeeldverhalen worden opgenomen. Dat doet het altijd goed, zeker bij zware onderwerpen als schuldhulpverlening. Een van die pareltjes komt van een vrijwilligster van het project Over de Drempel. Iedere vrijdagmiddag had ze op hetzelfde tijdstip door de brievenbus heen contact met een vereenzaamde man in een zwaar vervuild huis. Na een half jaar mocht ze naar binnen, niet verder dan de deurmat, maar vanaf dat moment is er iets opgebouwd. Die combinatie van inspiratie, rust en presentie is onbetaalbaar.’

Navelstaren

Ook het geven van communicatieadviezen aan zijn Stek-collega’s was onderdeel van zijn werk. Heeft hij bij zijn afscheid nog communicatietips voor kerken of kerkelijke organisaties? Wat zouden die – misschien meer en beter dan nu gebeurt – kunnen doen om kerk en zingeving onder de aandacht te brengen? Van der Meiden: ‘Dat vind ik een lastige vraag. Soms geloof ik het wel met al die instituties. Tegelijk is het jammer dat alles krimpt en dat het maatschappelijk niet in hoog aanzien staat wat kerken vinden en doen, terwijl er toch interessante en belangrijke dingen gebeuren. Kerken zijn er over het algemeen niet erg happig op om hun erfgoed uit te venten. Het “naar binnen gekeerde” van kerken vind ik wel zorgwekkend; dat navelstaren, bezig om te behouden wat we hebben. En dan de verbazing dat anderen zich niet bij ons aansluiten.’

Maar hoe dan wel? ‘Kerken zouden moeten laten zien wat ze doen en uitnodigend zijn. Niet per se met het doel dat anderen zich aansluiten, maar om met elkaar te oefenen hoe je in de 21e eeuw kerk kunt zijn. Daarnaast is het belangrijk om plekken te creëren waar iedereen welkom is en waar niet meteen de geur van kerk hangt. Maaltijden spelen daar bijvoorbeeld een belangrijke rol in.’

Irna van der Wekke