‘De zegen is niet typisch christelijk’ – terugblik op de Nationale Nieuwjaarszegen

Almatine Leene heeft als Theoloog des Vaderlands zojuist de eerste nationale nieuwjaarszegen op camera uitgesproken, in de Kloosterkerk. Rienk Lanooy, predikant in die kerk, blikt er met haar op terug.

‘De zegen krijgen dat betekent dat je in het zonnetje gezet wordt. Er wordt je het allerbeste gewenst, namelijk dat God er is; dat Hij je ziet en dat je niet alleen laat. Daaruit mag je moed putten.’ Almatine Leene zegt het met een stille aandacht. Ze trekt de jas nog wat strakker om de smalle schouders, alsof ze huivert. De soeplepel, waarmee ze een welverdiende maaltijd eet na afloop van de opnamedag is even neergelegd. Collega predikant Rienk Lanooy kijkt haar scherp aan terwijl ze het zegt en vult aan: ‘De zegen is niet typisch christelijk. Hij komt voort uit de synagoge. En niet alleen mensen kunnen hem ontvangen. Het kan ook wederkerig zijn. In de psalmen en in het joods dankgebed bij het eten wordt ook de Allerhoogste gezegend die het al gemaakt en gegeven heeft.’ (Gezegend bent U, eeuwige onze god, koning van de wereld, die ons geheiligd heeft met zijn mitswot (geboden) en ons opgedragen heeft het sjabbatlicht aan te steken.)

‘Wanneer’, gaat Lanooy verder, ‘ik aan het eind van de dienst de zegen geef, dan kies ik altijd voor de Aaronitische woorden: De Heere zegene u en Hij behoede u, de Heer doe Zijn Aangezicht over u lichten en zij u genadig, de Heer verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede. Ik voel dan de driehoek met de gemeente en met de Allerhoogste. Ik kies ook de aanvoegende wijs: De Heer zegene u. ‘Hij zegent je’ is te veel taal van het gewone leven. We moeten op zo’n moment opgetild worden.’ Almatine knikt instemmend en vertelt dat zij zelf vaak een zegen uitspreekt die aansluit bij het bijbel gedeelte dat ze die dag in de dienst behandeld heeft.

Net aangekomen

De afgelopen maanden haalde Leene het nieuws. Niet alleen was ze binnen haar kerkgenootschap de eerste vrouwelijke predikant die ooit werd beroepen (het ambt is pas sinds drie jaar opengesteld voor vrouwen in de vrijgemaakt gereformeerde kerken). Ze werd ook gekozen tot Theoloog des Vaderlands. En dat terwijl ze pas op 12 oktober 2020 met haar gezin landde in Nederland. Ze had meer dan een decennium in Zuid-Afrika gewoond, waar ze predikante was in de Nederduits Gereformeerde Kerk.

Het is de eerste keer dat het evenement Nationale Nieuwjaarszegen wordt georganiseerd en wordt uitgezonden door de EO. Michel de Vos, die ook aangeschoven is bij de maaltijd en mede-organisator van de Nationale Nieuwjaarszegen zegt: ‘Het is de eerste keer dat dit evenement wordt georganiseerd. Hier is sprake van een geheel nieuw genre waarbij we Bijbelvertelling versterken met alle artistieke uitingen die we tot ons beschikking hebben. Dat is volgens mij in deze eerste aflevering ontzettend goed gelukt. Dat willen we in volgende jaren het liefst nog verder uitbouwen.’

Stellenbos en Genève

Het samenkomen van twee stromingen binnen de protestantse kerken in de productie van deze zegen is opmerkelijk en zou ook gezien kunnen worden als een vorm van oecumene. De Kloosterkerk van Rienk Lanooy met zijn diverse populatie en daarin de Vrijgemaakte predikante zouden als zodanig beschouwd kunnen worden.

Rienk Lanooy studeerde theologie in Utrecht en Genève en volgde de predikantenopleiding in Leiden en promoveerde aan de VU. Hij werkte voor zijn komst naar Den Haag in Parijs en Brabant. Hij groeide op in Oud-Beijerland, op de Zuid-Hollandse eilanden, aan de rand van de Zeeland en voelt zich door zijn afkomst met  die provincie verbonden. Almatine Leene is haar studie theologie begonnen in Nederland, maar is afgestudeerd en gepromoveerd aan de universiteit van Stellenbosch, Zuid-Afrika. Ook toen ze nog in Zuid-Afrika woonde was ze regelmatig in Nederland. Ze doceerde ook toen al kerkgeschiedenis en dogmatiek aan Hogeschool Viaa in Zwolle. Iets waar ze nu mee door gaat. ‘Ik heb mijn intellectuele ontwikkeling in deze jaren doorgemaakt in Nederland’, zegt ze, ‘terwijl ik als predikant gevormd werd in Zuid-Afrika. Daar kon ik aan het werk. Ik ben daar eigenlijk weggegaan op mijn hoogtepunt daar. Ik was actief in de classis en in de synode.’ Het ligt voor de hand om op dat moment te vragen hoe het is om nu helemaal terug te zijn in Nederland. Ze wordt er een beetje stil van: ‘Het was een wel overdacht besluit en ik ben erg blij met het beroep uit Hattem, maar de navelstreng is nog niet doorgesneden. Ik mis mensen, het landschap, de zomer, die daar nu aan de gang is.’

‘Vrijgemaakt zijn zit in mijn DNA

Bij mensen die minder bekend zijn met de subtiele smaakverschillen binnen de Nederlandse protestantse orthodoxie wordt Vrijgemaakt soms gelijkgesteld met ‘biblebelt’. De jonge, blondgelokte Leene met een modieuze jurk boven de knie en een zelfbewuste manier van optreden, voldoet niet helemaal aan dat beeld dat buitenstaanders van de biblebelt hebben. Ze verzet zich dan ook tegen een predikaat ‘behoudend’ voor haar kerk. ‘Het beeld klopt niet. Het kerkgenootschap is snel aan het veranderen, soms voor mij wel eens té snel. Vrijgemaakten zijn die mensen die leven vanuit het Woord’, zegt ze, ‘maar bovenal zijn het heel actieve gemeenteleden. Een politieke partij als de GPV, een kwaliteitskrant als het Nederlands Dagblad en een behoorlijk aantal scholen in de regio waar ik woon, zijn opgericht door vrijgemaakten. Vrijgemaakten zijn trouw en gaan door als ze een taak op zich nemen. Vrijgemaakt zijn zit in mijn DNA. Ik zal die kerk niet zomaar loslaten. Ook toen ik in Zuid-Afrika woonde, ben ik gastlid gebleven.’

Desmund Tutu als inspirator

‘Overigens is er ook onder vrijgemaakten sprake van kerkverlating. Vaak gaan ze over naar een ander kerkgenootschap, met name de opwekkingskerken.’ Rienk Lanooy knikt en zegt dat ze daarnaast ook bij de Kloosterkerk komen. ‘Maar ik ga niet weg’, zegt Almatine. ‘Voor mij is het mijn vaste plek binnen de veelheid van kerken. Hier hoor ik bij. Daarnaast ben ik een voorstander van oecumene en heb ik daar zelf ook over geschreven (bijvoorbeeld in het boekje uit 2017 Flirten met Rome). Lanooy herkent wat ze zegt. Lanooy heeft in de oecumenische beweging de ervaring opgedaan dat oecumene niet betekent dat je jezelf opgeeft, maar dat je je vanuit je eigen achtergrond verbindt met die zo anders is dan jij bent. En hoe lastig dat is. Hij vertelt van zijn studie aan het oecumenisch studiecentrum van de Raad van Kerken in Bossey bij Genève: ‘Het was een geweldige tijd. Ze lieten daar zestig studenten per keer, mensen uit de hele wereld en van allerlei denominaties, samen studeren. Soms werden we ingedeeld op kerkgenootschap en soms op continent. Je merkte dat de gesprekken met mensen van hetzelfde continent vaak gemakkelijker diepgang kregen dan die met mensen van over de hele wereld, maar uit dezelfde kerk. Mensen binnen een continent, of, zoals met de nog duidelijk met Nederland verbonden kerk in Zuid-Afrika delen een gemeenschappelijke cultuur. Binnen die cultuur kunnen ze gemakkelijk de eigenheid van hun denominatie vorm geven, zonder het contact met andere kerken te blokkeren.’ Leene: ‘Feitelijk kan je alleen oecumenisch zijn wanneer je stevig geworteld bent binnen je eigen kerk. Desmund Tutu zei: “Ik ben een goede oecumenicus omdat ik een goede Anglicaan ben”.’

Het is tijd om naar huis te gaan. Beide predikanten hebben thuis een partner en zijn ouder van drie kinderen. Het verschil is dat Rienk Lanooy zo meteen op de fiets stapt en zo thuis is. Bovendien zijn zijn kinderen volwassen en hebben het ouderlijk huis verlaten. Almatine Leene heeft nog een autotocht van ruim een uur voor de boeg en haar man heeft de hele dag in zijn eentje de zorg gehad voor drie kleintjes onder de zeven jaar. Het wordt tijd om te gaan.

Maar toch staat het gezelschap nog geruime tijd geanimeerd pratend rond de tafel. Michel de Vos begint toch nog even over de zegen. ‘Ik vond het mooi dat je zei: God zegene Nederland. Tegelijk bedacht ik me: is dat niet te nationalistisch?’ Hij zegt het aarzelend.

‘Ja’, knikt Almatine. ‘Ik heb er ook even over gedacht of ik dat wel of niet zou doen. Maar deze zegen is voor heel Nederland, ook voor mensen die geen kerkgangers zijn, voor mensen van andere geloven en voor mensen die met geloof niets te maken willen hebben. Iedereen mag hem ontvangen, hier in Nederland, waar we samen een pittige tijd doormaken. Als antwoord op zijn vraag: als er in de kerk mensen trouwen dan zegen je ook het echtpaar en niet de hele gemeente. Dat nationalistische valt wel mee, je sluit niemand uit maar benoemt toch iets specifiek.’ Ze vertrekt nu echt. Vandaag heeft ze iedereen in het zonnetje gezet.

Karin de Leeuw