Waar zitten de gelovigen?

Eind vorig jaar verscheen het CBS-rapport Religie in Nederland. De religieuze betrokkenheid van Nederlanders is weer verder afgenomen, stellen de onderzoekers. Maar wat zeggen die cijfers precies?

Als heel Nederland aan het aftellen is, gaan ze bij het Centraal Bureau voor de Statistiek optellen. In het rapport Religie in Nederland maken ze de kerkelijke verlies-en-winstrekening op. Sinds jaar en dag staan de aandelen van de kerken daar niet hoog genoteerd. In het onderzoek over 2018/2019 blijkt dat nog slechts 45,9% van de bevolking (15 jaar en ouder) zich rekent tot een kerkelijk gezindte of levensbeschouwelijke groepering. Daarvan is 5% moslim, nu niet direct een percentage om van op tilt te slaan. Zo’n 40% geeft aan christelijk te zijn. Rond 1960 was dat ruim 80%. Ontkerkelijking die niet te keren bleek, noch door een ‘beatmis’, koffiebar of door vloeibare- of lege-kerk-concepten. Pastoraal werker Duncan Wielzen (van parochie De Vier Evangelisten) herkent deze ontwikkeling en voorziet dat nog vele kerkgebouwen afgestoten zullen worden. Maar deze tijd van corona dwingt ons om over andere vormen van vieren na te denken. Zeg maar ‘de kerk aan huis’: zoals mensen er nu ook niet op uitgaan om inkopen te doen, maar online inkopen doen. De ‘eucharistische beleving’ kan ook via een beeldscherm. In de katholieke traditie kennen we de ‘geestelijke communie’. Op mijn vraag of er straks nog wel priesters zullen zijn om de eucharistie of het avondmaal te vieren, vertelt hij dat de Rooms-Katholieke kerk in Suriname een ‘priesterloze’ eeuw gekend heeft. En de kerk heeft dat overleefd. ‘Geen paniek, we zijn nu eenmaal een minderheidskerk.’

Samen in de minderheid

Priesterloos niet, maar met 20% van de bevolking, voor de Protestantse Kerk in Nederland 10% in de CBS-cijfers, zijn we minderheden geworden. Alle andere christelijke geloofsgroepen zijn klein in omvang: zo’n 4,5% rekent zich tot de verschillende gereformeerde kerkgenootschappen (inclusief de Hersteld Hervormde Kerk). De overige procenten (5,5) omvatten een kleurrijk spectrum van pinkstergemeenten, baptisten, apostolischen, Jehova’s getuigen en vrijzinnig hervormden. De onderzoekers geven zelf aan dat door de beperktheid van de onderzochte groep geen volledig zicht op deze laatste groepen is. ‘Met grotere steekproeven zouden nog meer, zeer kleine, geloofsgroepen in beeld worden gebracht.’ Maar 8,6% van de bevolking begeeft zich wekelijks naar een gebedsdienst. Katholieken scoren daarbij het laagst, iets hoger scoren moslims en van de protestanten bezoekt de helft regelmatig een gebedsdienst.

Gemeten geloof?

Iedere keer als de cijfers van God in Nederland gepubliceerd worden, klinkt de kritiek dat ‘geloof’ niet geteld of gemeten kan worden. ‘Jezelf rekenen tot’ of min of meer regelmatig naar de kerk gaan zegt zo weinig. En als mensen zeggen in ‘God’ te geloven, wat bedoelen ze daar dan mee? Boeiend is dat één op de tien katholieken aangeeft niet in God te geloven. Onder protestanten en moslims gelooft 2% niet in God. Maar dan is de vraag: in welke ‘god’ gelooft men niet? De ‘Sinterklaasgod’, de ‘hemelse politieagent’? De theoloog Tomas Halik wijst erop dat veel atheïsme dichter aan de Bijbel raakt dan zelfverzekerde getuigenissen. In dit CBS-onderzoek wordt betrokkenheid bij het geloof gemeten aan kerkbezoek en deelname aan kringen ‘waar religieuze teksten bestudeerd worden’. De diaconale kant van het geloof blijft zo onderbelicht. Dat geldt voor vrijwilligers in de voedselbank, helpers in een hospice, schuldhulpmaatjes, en ga zo maar door. Geloof als dáád. Maar ook het ontvangen van gastvrijheid of hulp kan ervaren worden als godsgeschenk. Een soort ‘eucharistische beleving’, om met Duncan Wielzen te spreken. ‘Ik zit op eten’, (open maaltijd) zei een vrouw tegen de verslaggever die vroeg of ze bij de kerk hoorde. Daar beleefde ze kerk.

Zeker als je naar de diaconale kant van het geloof kijkt, gebeurt er veel in Den Haag. Op het niveau van parochies en wijkgemeenten en overkoepelend (Stek). Daarnaast is er Stichting MARA, een netwerk van internationale en migrantenkerken. Shirleni Blanken vertelde hoe, namens hen, via HUB voorlichting gegeven wordt over corona, gezondheid en financiële zaken. Ze helpen mensen die onwennig staan in onze cultuur om de extra stap te zetten die nodig is. Wat mij in het gesprek met Shirleni trof, was dat in de migrantenkerken veel behoefte is aan ontmoeting, ook buiten de kerkdiensten. Jongeren komen daar nog wel naar de diensten, maar willen elkaar daarnaast ontmoeten op sociale media, bij het samen sporten.

Ten slotte filosofeerde ik nog even met David Renkema, de voorzitter van de Protestantse Kerk van Den Haag. Zeker, kerksluiting en afkalving stemmen hem niet optimistisch. Maar in een online ontmoeting van de Bosbeskapel is daar dan ineens een echtpaar dat de zomermaanden op Lesbos vluchtelingen geholpen heeft. Hij had ze niet eerder in de kerk ontmoet, maar ze waren wel bij de mensen geweest die in de voorbeden steeds een plaats hadden. Ook was hij geïnspireerd door de pas uitgekomen biografie van Tomas Halik. Onder het communisme tot geloof gekomen in de ondergrondse kerk, was hij van betekenis bij het werken aan een democratische samenleving. Minder kerken, minder mensen, maar het is kennelijk de uitdaging een verrassende kerk te worden.

Rob van Essen

Centraal Bureau voor de Statistiek (2020). Religie in Nederland