Haagse rosé en hapjes van snoeigroen

Bewoners van Laak vertroetelen met liefde en zorg de druivenplanten in de Haagse Stadswijngaard, de eerste van Nederland. Op het resultaat mag geproost worden.

Koot en Bie scoorden jaren geleden als de Positivoos een carnavalskraker met ‘Het wijnjaar nul’: ‘Jezus had genoeg aan wijn, daar hoef je niet voor in de kroeg te zijn.’ Een glas zou genoeg zijn om de messias beter te leren kennen. Het Haagse duo kon toen niet bevroeden dat juist in hun stad de eerste stadswijngaard van Nederland zou ontstaan.

Tycho Vermeulen, christen en bezoeker van Crossroads, en Marcel van Dam, pastor bij de Kleurkerk, bedenken in 2012 een heel wild plan: wijnboer te worden op een plek waar niemand dat verwacht. De gemeente wijst een onooglijk, godverlaten stuk groen aan: het Hildebrandplein in Laak. Vermeulen wil met stadslandbouw in deze wijk iets moois brengen, een droom.

In 2014 gaan de eerste planten de grond in en oud-burgemeester Jozias van Aartsen kan in 2016 het eerste glas Haagse wijn proeven. De tweemansgroep wordt een heuse coöperatie met tien eigenaren van rijen wijnranken.

En daar staan we nu, het is mei 2021, in het gras met een stralende Tycho Vermeulen. Hij is trots op wat al die betrokken wijkbewoners hier met elkaar hebben ontwikkeld. ‘Weet je dat de Bijbelse naam Noach betekent: “hij die verlichting brengt”? Ook hij was een wijnboer. God is Schepper, je creëert iets. Dat is hier mijn missie geweest.’

Burgemeester proeft

Vermeulen herinnert zich goede gesprekken tussen de wijnranken over geloofsovertuigingen. Mensen die in de buurt wonen, kwamen kijken en sloten zich aan. ‘We zijn zeer geïntegreerd in de wijk. Ik ben uitgenodigd bij een Koerdische vrouw. En Syrische dames maakten hapjes van snoeigroen, bladeren die je anders zou weggooien.’

Zo groeit er iets moois in Laak, een wijk die helaas in de slechte rijtjes staat. Zeker 16 procent van de mensen leeft er onder het sociale minimum. ‘Hier komen de bewoners samen. We brengen weerbaarheid, veerkracht.’ Burgemeester Jan van Zanen, die de wittewijnoogst van 2020 komt proeven, kijkt zijn ogen uit. ‘Geweldig, inspirerend.’

Wie verwacht hier dan ook een wijngaard? Aan de ene kant raast de trein voorbij op de spoordijk, aan de andere kant staan auto’s in de file. Iedereen die het wil, kan er wijngaardenier worden en krijgt tien planten onder zijn hoede. Aan de slag met druivenrassen die tegen ons klimaat kunnen als Johanniter, Rondo en Souvignier Gris.

In de garage van Albert Jan Sleijster, de wijnkelderbeheerder, wordt de wijn gemaakt. De oogst valt tegen, omdat ratten tien procent van de druiven hebben opgegeten. Verder waren er schimmels na overvloedige regenval. ‘Maar we worden steeds beter en experimenteren veel.’ Zo is er dit jaar voor het eerst rosé en echte Haagse port. Vermeulen: ‘Ik liet wijn proeven aan een oude Franse wijnboer (92) die ik ken. Hij vond het “très plaisant”, dat zegt wel iets.’

En wat vindt burgemeester Jan van Zanen na de eerste slok? ‘Ik beveel de rosé aan. Heel knap gedaan!’ Tycho Vermeulen wijst op het etiket met 070. ‘De vormgeving wordt steeds professioneler. Een etiket is emotie.’ Op de achterkant staat dat de wijn ‘uniek, smaakvol en spraakmakend’ is.

Auteur: Hans Hemmes