In-Druk: Voor de wind?

‘Hoe sterk is de eenzame fietser’: toepasselijker tekst was er niet voor onze fietstocht op Texel met Pinksteren. Ik had gepreekt in het bijzondere kerkje van Den Hoorn. De witte toren wijst niet alleen de weg naar de hemel. Voor de scheepvaart door het ondiepe Schulpengat naar den Helder is het ook een lichtbaken. Zo vernam ik na terugkeer van Huibert van Eijsden, zeerob die ook in Rijswijk de kerk helpt koers te houden.

Op Pinksterochtend lazen we over ‘het geluid van een geweldige windvlaag’. Zo probeerde de evangelist Lucas de aanwezigheid van de Geest (in het Hebreeuws ook ‘wind’) in taal te vangen. En dat resulteerde ook nog eens in ‘vurige tongen’, begeesterde taal die mensen aan het denken zette. Anderen zeiden: ‘Ze lallen maar wat.’ Hoe dan ook, de komst van de Geest ging niet onopgemerkt voorbij. Ook in Den Hoorn niet, waar de organist de wind door de pijpen blies en zo de pinksterliederen droeg van enkele voorzangers.

’s Middags fietsten wij, een harde wind van opzij, naar De Marel. Een recent opengesteld natuurgebied, waar kleine paarse orchideeën mij op de knieën kregen. Het leverde prachtige plaatjes op. In de weldadige rust de vogelgeluiden, een orkest waarin iedere solist even wilde uitblinken. In Delft horen we af en toe de gierzwaluwen en ’s avonds vaak een merel. Maar op Texel lijkt heel de schepping stem te krijgen. De meditatieve wandeling door het weidelandschap eindigde bij onze fietsen. En toen was er de ‘geweldige windvlaag’ uit Handelingen, maar dan wel pal in het gelaat. We tornden zo’n zeven kilometer tegen de wind in, soms bijna tot stilstand gebracht. Tegemoetkomende fietsers vlogen ons voorbij. Er zijn nu eenmaal altijd mensen die het voor de wind gaat. En… er zijn de elektrische fietsen. Moeiteloos haalden ze ons in en je denkt: zouden we ook niet… Soms stapten we even af om op adem te komen. Beverig op de benen zetten we na aankomst de fietsen terug. ‘Kapot!’ Maar we hebben het wel gered.

De dag overziende bedenk ik dat we Pinksteren vandaag aan den lijve ervaren hebben. Samen in de kerk, op hoop van zegen, geïnspireerd door de tongen van mensen en die van het orgel. ‘Een uur lang, meer dan er kan’, zegt een lied. Heerlijk, zo’n moment van vertraging in de werkweek. Op adem komen! Daarna de wandeling door het mozaïek van kleur en vogeltaal. Alles, ook wij, levend op de adem van God. Maar er is ook de andere, dwarse kant van de schepping. Als het stormt, bomen geveld worden, schepen vergaan, een pandemie door de wereld raast. Heeft de Eeuwige in dat alles de hand? Daarover zijn dikke boeken volgeschreven en eenvoudige antwoorden bestaan niet. Maar die tegenwind doet mensen wel nieuwe kracht in zichzelf ontdekken. We zijn onderweg, opgeven is geen optie. Soms moet je vertragen, steun bij elkaar zoeken, roepen om hulp. ‘Hoe sterk is de eenzame fietser?’ In de kerk van Den Hoorn waren we op het spoor gezet: een leven lang meer dan er kan.

Auteur: Rob van Essen