Kosters: onmisbaar in de kerk

In alle stilte zorgen kosters voor het huis van hun kerkelijke gemeente: het kerkgebouw. Maar ook voor de mensen en voor hun rituelen. Kosters kleuren de kerk vaak meer dan we denken. Hier de verhalen van twee van hen.

‘Kom maar binnen, ik heb net de ramen voor je gezeemd’

Bertus Schmitz is al ruim zestig jaar koster in de rooms-katholieke kerk van Onze Lieve Vrouwe van Onbevlekte Ontvangenis, beter bekend als de Elandstraatkerk. Met zijn 78 jaar komt deze ras-Hagenaar nog steeds dagelijks in zijn kerk, waar hij samen met andere vrijwilligers vele bezoekers ontvangt. Met hier een grap, daar een plagerij, maar vooral oprechte aandacht voor de bezoekers: ‘Kom maar binnen, ik heb net de ramen voor je gezeemd.’

Waar hij zoal mee bezig is? ‘Ik ben het meest bezig met mensen; ik ken alle parochianen en de kerk is alles voor mij. Na mijn pensionering in 2008 – ik werkte als conciërge en amanuensis op een middelbare school – heb ik elke dag de kerk opengegooid en een grote koffietafel neergezet. Mensen kunnen een kop koffie drinken, een kaarsje komen branden.’

In al die jaren maakte hij veel mee en hij kan er uren over vertellen. Zoals over de vrouw die haar huis kwijt wilde. ‘Geef mij de sleutel maar’, grapte hij, en meteen erachteraan: ‘Ga maar naar Sint Antonius, naar dat beeld daar. Dat is de man van de gevonden voorwerpen, hij heeft een kringloop. Je hoeft niet katholiek te zijn en je hoeft ook niet op je knieën. Zeg maar gewoon dat je huis al tien, twintig jaar te koop staat, dan helpt hij je wel.’ Een paar maanden hoorde hij niets, tot ze hem kwam vertellen dat haar huis verkocht was en ze een mooie donatie aan de kerk wilde geven. ‘Ik vroeg nog: wil je mijn rekeningnummer?, maar nee.’

Moe

‘Wanneer mensen problemen hebben, proberen we te helpen. Dat kan door iemand naar de goede instantie te sturen, maar ik ben ook weleens met iemand naar de supermarkt gegaan. Door corona zijn we een tijd dicht geweest maar nu zijn we weer drie keer per week open, helaas nog wel zonder koffie. Ook met Dodenherdenking waren we open. Ik had toen een paar andere vrijwilligers opgetrommeld en gezegd: laten we alsjeblieft wat doen. De mensen vonden dat heel fijn. Ik word er niet moe van om dagelijks in de kerk te zijn, maar mensen worden weleens moe van mij. “Die ouwe heeft zoveel energie”, zeggen ze soms.

Soms komen mensen huilend binnen en gaan ze lachend weer naar huis. Ook als vrijwilligers onder elkaar hebben we vaak veel lol samen; dat voelt als een warme deken. Een keer ging tijdens de dienst de telefoon van de pastoor. Hij nam op en zei: “Heer, ik ben in gesprek, ik kan u nu niet te woord staan.”

‘Schoonheid zit ook in kleine dingen’

Margriet Lagadeau is sinds 2016 koster van de vrijzinnig protestantse Houtrustkerk. Samen met haar man woont ze in de naastgelegen kosterswoning. Het is haar grootste plezier wanneer mensen zich meteen bij binnenkomst in haar kerk prettig voelen, dat ze genieten van de mooie ruimte en de rust in de sfeervolle kerk.

Waar ze zoal mee bezig is? ‘Met heel veel dingen eigenlijk, maar in de eerste plaats met de mensen. In alle dingen in mijn werk ben ik gericht op de schoonheid ervan. Een mooie ontmoeting, een mooi gesprek, mooie bloemen, kunst, muziek. Uit al deze dingen haal ik veel inspiratie. Schoonheid zit voor mij namelijk in heel kleine dingen. Ik vind het belangrijk dat de kerk er verzorgd uitziet en dat er een prettige sfeer hangt. Ik wil dat het een plek is waar mensen graag naartoe komen en waar ze zich veilig voelen. De kerk heeft een sociale functie; ontmoeting en samenzijn zijn heel belangrijk, maar in de coronatijd viel dit weg. Daarom ben ik tijdens de lockdown begonnen om theemiddagen te organiseren; heel kleinschalig, met kleine groepjes. Ik doe dat in de vorm van blind dates, dus mensen weten niet wie er nog meer zijn. Deze middagen zijn zo’n succes geworden, met mooie verhalen en gesprekken, dat de dominee voorstelde om er ook na de coronatijd mee door te gaan.

Ook kunst in de kerk vind ik belangrijk. Ik zoek kunstenaars die in de kerk willen exposeren. De kunst moet natuurlijk wel passen in de kerk en ik doe het ook in goed overleg met het kerkbestuur.’

Botticelli

Voor Margriet is de kerk letterlijk en figuurlijk het verlengstuk van haar huis. ‘De gemeente voelt ook een beetje als mijn familie. Kerst, Pasen en andere feesten vier ik met de gemeente. Vriendinnen maken er weleens grappen over: bij jou komt de kerk altijd op de eerste plaats. Wat ik ook heel mooi vind, is dat mijn twee kleinkinderen – ze komen hier vaak – zich in de kerk heel vertrouwd en op hun gemak voelen. Een paar jaar geleden, de jongste was ongeveer anderhalf, was ik in de tuin bezig en was ik ze opeens kwijt. Wat bleek, ze waren samen de kerk in gegaan. En daar renden die twee blote kindjes vrolijk rond, net twee engeltjes van Botticelli met hun prachtige krullen. Zo mooi en sereen.’

Auteur: Irna van der Wekke