Open Monumentendagen: zoveel kerken, zoveel schoonheid Copy

Op zaterdag 11 en zondag 12 september zijn de meeste kerken geopend voor bezichtiging en bezinning. De Haagse gebedshuizen zijn Een lust voor het oog, zoals een onlangs verschenen gelijknamig boek wil benadrukken.

Plof. Daar viel dit voorjaar twee kilo schoonheid op tafel. Een fors boek over de 25 mooiste Haagse kerken. Een cadeau van de gemeente Den Haag, bestemd voor, ja voor wie? Wie interesseert zich nog voor houtsnijwerk, orgels, schilderingen en kroonluchters? En waarom zou de overheid daar geld in moeten steken? Toch valt de Haagse Monumentenzorg niet genoeg te prijzen dat ze dit boek, Een lust voor het oog, heeft gemaakt. En ook de kerken mogen zich in hun handen knijpen dat dit naslagwerk er is, al zal de diepere betekenis niet direct tot iedereen doordringen.

Bouwers en slopers

De Haagse kerkgeschiedenis wordt in het schitterend uitgevoerde boek beschreven als onderdeel van de stadsgeschiedenis. Dat is de eerste verdienste. Vanaf de Middeleeuwen wordt de kerkbouw gevolgd, tot de laatste nieuwbouw in de jaren tachtig toe. En de toegankelijkheid gaat niet ten koste van diepgang. De artikelen zijn allesbehalve op de hurken geschreven, ze bieden stevige kost. De lezer wordt wel aan de hand genomen maar wordt tegelijk uitgenodigd de ogen goed open te houden – zoveel indrukken komen op je af.

De schoonheid van kerkinterieurs – uit alle eeuwen – is een kostbaar bezit. Ook in de zin van kwetsbaar. Want Nederland is helaas een land van bouwers en slopers. Als een gebouw even uit de mode is, staat de grijparm van het puinruimbedrijf al klaar. Niet voor niets is aan de Haagse afbraakwoede ooit een heel boek gewijd. Maar deze overheidsbemoeienis met kerken is toch bijzonder. We zijn eraan gewend geraakt dat de gemeente kerken subsidieert voor huiswerkondersteuning in achterstandswijken. Maar dit is van een andere orde. De overheid blijkt ook religieuze schoonheid te koesteren – achter de voordeur nog wel.

Zenuwachtig

Het boek lijkt alleen materiaal, vorm, verf, glans en glitter uitbundig te presenteren, maar stelt impliciet ook de beleving ervan door de Hagenaars aan de orde. Want kerkinterieurs zijn meer dan mooie plaatjes en leuke verhaaltjes. Ze bestaan uit beelden met betekenissen en verhalen met hoofdletters. Het is de verdienste van Een lust voor het oog, dat via dat oog de hele bagage van jodendom, christendom en islam aan den lijve kan worden ervaren. Zeker wanneer de gebouwen worden bezocht. Het boek schreeuwt om nieuwe routes met stadswandelingen: de reli-tours.

Hoe is deze kwaliteitsimpuls te verklaren? Een bijproduct van de ‘gewone’ behoefte, ook gezien vanuit de eisen van citymarketing, om markante gebouwen aantrekkelijk te documenteren? Of de erkenning dat de stad van vrede en recht niet zonder een breed gedeelde bodem kan van kennis van de grote godsdiensten die in dit deel van de wereld de basis van de beschaving vormen? Als dat laatste het geval is, wordt de ontvangst van het boek door de Haagse kerken interessant. Want laten we wel wezen: de portie kunst- en kerkgeschiedenis die hier wordt aangeboden, gaat het cursusaanbod van een gewone parochie of gemeente ver te boven. En: het appèl dat hier tussen de regels klinkt om al dat moois innerlijk te verwerken, daar zullen veel Haagse christenen knap zenuwachtig van worden.

Neogotische krullen

Voor enkele generaties hebben mooie kerken hun religieuze glans verloren. Als kerken al niet wegens bezuinigingen werden gesloopt, dan werden ze in diskrediet gebracht met theologische argumenten. Dat gebeurt nog steeds: ‘Gods volk onderweg’ zou niet moeten hechten aan stenen. Gebouwen staan een levend christendom in de weg en een woord als ‘monument’ is in oude talen verwant met ‘graf’; daar heb je als gelovige niks te zoeken. Daarnaast presenteren nieuwe kerken zich als pioniersplek of buurtkerk in een huiskamer of oud winkeltje, als surferskerk, of als jongerengroep in een theater. Wat moeten deze mensen met neogotische krullen?

De toekomst zal waarschijnlijk divers zijn; een lastig woord dat gelukkig aan populariteit wint. In de kerk groeit het inzicht dat verleden en toekomst geen tegenstellingen hoeven zijn. Oude woorden en beelden kunnen weer actueel worden. In hectische tijden kan van een antiek interieur weldadige inspiratie uitgaan en wat nu modern is kan morgen alweer passé zijn. De kerken mogen Monumentenzorg daarom dankbaar zijn voor deze voorbeeldige presentatie. Grote lijnen bewaken is slechts weinigen gegeven.

Jan Goossensen

Botine Koopmans en Dick Valentijn, Een lust voor het oog: 25 Haagse kerken. Hilversum: Verloren, 2021. ISBN 9789087049089; 372 pagina’s; € 39,95.