‘Dakloosheid: een probleem van de hele samenleving’

Daklozen in Den Haag en omgeving werden tijdens de coronalockdowns ondergebracht in onder meer hotels, maar dat is al een tijdje voorbij. Hoe gaat het nu met hen?

Rijswijk, laat in de avond. Mustafa Fodanjan zit tegen een lantaarnpaal geleund langs de Generaal Spoorlaan, ter hoogte van het park Steenvoorde. Om hem heen zijn bezittingen, verpakt in diverse tassen en zakken. Zijn voet is gebroken, zegt Mustafa. De 36-jarige Iraniër leeft sinds drie maanden op straat. Hij verblijft sinds zes jaar in Nederland na zijn vlucht uit Iran, maar volgens Mustafa erkent de Immigratie- en Naturalisatiedienst hem niet als Nederlander. Voorheen werkte hij ‘in de groenten’ en huurde een kamer. Later sliep hij af en toe bij de Kessler Stichting, een organisatie voor de opvang van dak- en thuislozen. Mustafa is cliënt bij Parnassia, een psychiatrische kliniek. Uit de papieren die hij uitspreidt op de stoep, blijkt dat hij bij onder meer de Haagse rechtbank te boek staat als paranoïde en in de greep van religieuze wanen.

Vluchtheuvel

Het ziet ernaar uit dat Mustafa Fodanjan vanavond in Steenvoorde slaapt. De politie is langs geweest, omdat hij eerst op een vluchtheuvel zat. Dat mocht niet, hij kon beter langs de kant van de weg gaan zitten. En voor de nacht moest hij maar een plekje in het park zoeken. 

‘Heel naar, maar het is wel de realiteit’, zegt Marlies Filbri, directeur van het Straat Consulaat. ‘Ik vind niet dat het goed gaat’, vervolgt ze. ‘Er is continu te weinig opvang.’ Bij de Haagse organisatie voor de belangenbehartiging van dak- en thuislozen zien ze met lede ogen aan hoe daklozen in de Haagse regio na het terugdraaien van de lockdownmaatregelen weer terug bij af dreigen te raken.

De gemeente Den Haag zorgde tijdens de uitbraak van de eerste en tweede coronagolf voor noodopvang in hotels en een jeugdherberg. Het ging om 280 extra plekken, naast de 344 ‘normale’ noodopvangplekken, die bijvoorbeeld gebruikt worden bij strenge vorst. Met het opheffen van de coronaplekken per 1 juni 2021 staan veel daklozen uit de meest kwetsbare groepen gewoon weer op straat, stelt Filbri. Zij ziet cliënten van het Straat Consulaat die in coronahotels verbleven, terugkeren in hun oude situatie. Onder hen een man van 78 jaar oud.

Den Haag heeft een daklozenloket ingesteld, dat in 2020 een totaal van 4285 aanmeldingen ontving. Hiervan werden 1267 mensen formeel geregistreerd als dakloos, wat betekent dat zij een daklozenpas ontvangen en recht hebben op opvang. Hier loopt het spaak door het tekort aan opvangplekken en -locaties, al sinds jaar en dag een probleem in Den Haag en omgeving.

Shabby netwerk

Volgens Filbri hebben drie groepen daklozen te lijden onder het tekort aan opvangplekken. Rond de 175 van hen zijn arbeidsmigranten uit EU-landen die tijdens hun verblijf in de Haagse regio op enig moment dakloos zijn geworden, vaak na verlies van hun baan. Onder hen bevinden zich mensen uit Midden- en Oost-Europa, maar ook uit andere landen van de EU. Dakloosheid is vaak het gevolg van onbekendheid met de procedures in Nederland. Een arbeidsmigrant die zich niet inschrijft bij de Basisregistratie Personen bouwt geen rechten op uitkering of opvang op, hoe lang hij ook in Nederland gewerkt heeft. Tijdens de periode van corona-opvang werd volgens Filbri duidelijk uit hoeveel personen deze groep bestaat. Ze leven op straat of hebben een ‘shabby netwerk’ van slaapplekken in oude huizen, op bootjes en in vakantieparken. 

Een tweede groep bestaat uit een groeiend aantal zelfredzamen of economisch daklozen, die volgens de Wet Maatschappelijke Ondersteuning in de woorden van Filbri ‘niet kwetsbaar genoeg’ zijn om opgevangen te worden. Ten slotte zijn er twintig tot veertig daklozen met ‘multiproblematiek’, die door bijvoorbeeld verslavingen, psychische problemen of een combinatie daarvan niet of moeilijk in de maatschappelijke opvang passen.

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kende Den Haag in 2019 een bedrag van 16 miljoen euro aan overheidssteun toe, waarmee onder meer woonruimte voor daklozen werd gerealiseerd. Het is onduidelijk of hiervoor geld beschikbaar zal blijven, een van de punten die het Straat Consulaat wil aanroeren tijdens een debat met de gemeente op Werelddaklozendag (10 oktober).

Volgens Filbri was er tijdens de periode van corona-opvang minder overlast voor burgers en ondernemers, doordat daklozen van de straat waren. ‘Voor ons is één en één twee. Vang die mensen gewoon op. Het is geen individueel probleem, maar een probleem van onze samenleving. Ik kan niet begrijpen waarom een 78-jarige man weer op straat belandt en niet in een hotel kan blijven. Als hij er een zooitje van maakt, moeten we dat gewoon opruimen. Laten we een plek voor hem creëren.’

Matthijs Termeer