Wie Maria zegt, moet ook Moria zeggen

Dat ik als protestants theoloog een boek over Maria heb geschreven, levert geregeld de nodige verbazing op. Dat kan ik wel begrijpen, want tot een paar jaar geleden had ik me ook niet kunnen voorstellen dat ik nog eens over Maria zou schrijven. Toch is zij meer dan de moeite waard. Studie van de Bijbelse gegevens, geschiedenis van kunst en theologie én hedendaagse discussies over gender maken dat je niet om Maria heen kunt. Zij is het voorbeeld van geloof bij uitstek: toen het evangelie letterlijk nog on-gehoord was, geloofde zij direct en royaal. Ze is niet alleen de moeder van Jezus, maar ook van alle gelovigen en daarmee heeft ze een bijzondere positie in de kerk. Ook de vroegste theologen van de Reformatie, zoals Luther, achtten Maria nog bijzonder hoog. In latere discussies werd Maria wel een splijtzwam tussen Rome en de Reformatie, maar dat was dus eigenlijk niet nodig geweest. Haar vereren is immers heel wat anders dan haar aanbidden. In de polemiek van de kant van gereformeerde theologen werd dat onderscheid genegeerd, en lag de beschuldiging dus voor de hand dat Mariaverering feitelijk afgoderij zou zijn.

Niet alleen over Maria’s moeder-zijn valt het nodige te zeggen. Het tweede deel van het boek gaat over Maria als vrouw. Zij was een Joods meisje. De Bijbel legt daarop grote nadruk en met name de evangelist Mattheüs, die specifiek voor een Joods publiek schreef. In de kerkelijke en theologische traditie is helaas Maria’s maagdelijkheid veel sterker benadrukt dan haar Joodse identiteit. Dat heeft grote schade gedaan, met antisemitische effecten tot de dag van vandaag.

Ook het beeld van Maria als tweede Eva heeft schadelijke effecten gehad. Hoewel de Bijbel daartoe geen aanleiding geeft, werd Eva in de loop van de geschiedenis steeds meer het model van de vrouw die de zonde in de wereld heeft gebracht. Vrouwen zouden extra vatbaar zijn voor zonde en mannen in verleiding brengen. Daartegenover stond Maria dan als onbereikbaar ideaal van vrouw-zijn: geen enkele vrouw redt het immers om net als Maria zowel maagd als moeder te zijn. Hoewel de Bijbel maagdelijkheid helemaal niet hoger inschat dan de getrouwde staat, gebeurde dat in de kerkelijke traditie wel.

Boeiend is de relatie tussen Maria en Europa. De hemelsblauwe Europese vlag is ontworpen om Maria te eren, met de twaalf sterren in de formatie van Maria’s kroon. Mariabeelden herinneren Europeanen eraan dat het evangelie van buiten gekomen is, vanuit Israël, en dat wie Maria wil eren altijd ook oog zal moeten hebben voor vluchtelingen. Wie Maria zegt, moet ook Moria zeggen.

Ik mik met dit boek op een breed lezerspubliek: het is niet alleen op theologen gericht, maar op iedereen die geïnteresseerd is in Bijbelse teksten, kunst en geschiedenis. Het omslagontwerp van Peter Kortleve is intussen een eigen leven gaan leiden. Er was zoveel vraag naar deze afbeelding dat Kortleve er posters van heeft laten drukken, die inmiddels al bijna uitverkocht zijn.

Arnold Huijgen

Arnold Huijgen, Maria: Icoon van genade. Utrecht: KokBoekencentrum, 2021. ISBN 9789043534895; 384 pagina’s; € 27,99.