Zoeken naar de ziel

Wie denkt dat alleen kerk en christendom zich nog druk maken over de ziel, heeft het niet helemaal bij het rechte eind. De ziel leeft, alhoewel tegelijkertijd ook onze wijze van spreken over de ziel is veranderd. Wanneer en hoe kunnen we nog zinvol spreken over de ziel, vraagt theoloog Tom Mikkers zich af.

De Haagse Kloosterkerk start binnenkort een serie bijeenkomsten over de ziel, waarover op de website te lezen is: ‘Terwijl veel wetenschappers de ziel allang hebben afgeschreven, floreert buiten het wetenschappelijk taalgebied diezelfde ziel als nooit tevoren. Niet alleen in de religie en de kunst, maar juist ook in de moderne wijsbegeerte van de 19e en 20e eeuw. Vanaf de Duitse Romantiek is de ziel niet meer weg te denken.’ 

Nieuwe levensopdracht

‘Op naar volgende avonturen’, stond er te lezen op de rouwkaart van mijn schoonzusje, die enkele jaren geleden overleed. Zij was ervan overtuigd dat haar lichaam een tijdelijk omhulsel was. Haar ziel zou in een volgend leven in een nieuw lichaam weer een nieuwe levensopdracht ontvangen. Die kijk op de ziel is niet nieuw. De gedachte van het lichaam dat sterft maar de ziel die eeuwigheidswaarde bezit, zien we al bij de filosoof Plato. Toch was er ook bij de oude Grieken al scepsis over. Epicurus zag de ziel als een samenstelling van atomen die na de dood met het lichaam zouden verdwijnen. Je zou kunnen zeggen dat beide tradities het gered hebben. In kerk en geloof is de eeuwige ziel in allerlei verhalen en voorstellingen blijven leven. Onze wetenschap moet – net als Epicurus – weinig hebben van de ziel. De ziel valt nu eenmaal niet te bewijzen of te lokaliseren. Dat wil niet zeggen dat het gesprek over ons geestelijk leven niet meer plaatsvindt. Alleen voldoet het woordje ‘ziel’ soms niet meer helemaal.

Doodzenuwachtig

Er is veel veranderd. In het katholieke milieu waarin ik opgroeide, was de ziel – afhankelijk van je goede of slechte daden – grijs, wit of zwart. Een zwarte ziel betekende na je dood een enkeltje hel. Wit was de hemel. Grijs betekende werk aan de winkel. Als kind werd ik hier doodzenuwachtig van. Ik ben mijn moeder nog dankbaar dat ze op mijn vraag hoe dat dan zat met mijn kinderziel en hemel of hel, antwoordde dat dat hele systeem van zwarte, witte of grijsgevlekte ziel pas in werking trad vanaf je achttiende. Dan mag je stemmen, je rijbewijs halen, gewelddadige films zien en je ziel kan verkleuren. Na mijn achttiende leerde ik – dankzij de psychologie – dat geestelijke ontwikkeling in de eerste plaats gaat over het verwerven van vrijheid en het doorbreken van patronen waarin je bent vastgelopen. De ziel als term verloor zo aan glans. Ik was niet alleen. Als het gaat over onze innerlijke roerselen, verwoorden we dat nu meestal met ‘ik vind’ en ‘ik voel’. We gebruiken termen uit de psychologie zoals ‘het onderbewuste’ of ‘het ego’.

Toch schiet een psychologische kijk op onze binnenwereld tekort wanneer de dood in beeld komt. Dan ligt immers de vraag naar onze eindigheid op tafel. Waartoe hebben we eigenlijk geleefd? Waar gaan we naartoe? ‘De liefde blijft’, is een frase die dan soms klinkt om de zinloosheid van het leven om zeep te helpen. Ook het woordje ‘ziel’ keert terug. Niet als een ding dat een hogere macht tegen het licht houdt om jouw leven van een rapportcijfer met dito beloning te voorzien. Wel als term om aan te geven dat we niet zomaar leven. Het lichaam vergaat, de ziel is gevlogen. Al blijft het een vraag waarheen. Je zou kunnen zeggen dat de ziel is opgeheven: hoog verheven maar ook onvindbaar voor ons eenvoudige zielen. Of zoals ooit op het overlijdensbericht stond van een dierbare collega: ‘Verdwenen in God.’

De Kloosterkerk organiseert vier lezingen over de ziel door dr. Rico Sneller. Aan de orde komen: hebben wij een ziel? De ziel van mens en wereld. Inspiratie, creativiteit en extase. De ziel en de dood.
Vanaf do. 4 nov. 20.00 u. Kloosterkerk, Lange Voorhout 4. Aanmelden via het kerkelijk bureau: 070 3461576.