De kerk is wat ze viert

Op 12 november vierde de Liturgische Kring in de Kloosterkerk haar honderdjarig bestaan. De kring zorgde bij het ontstaan voor een breuk met de woordgerichte kerkdiensten van ‘een versje voor en na de preek’. Is er anno 2021 nog een rol weggelegd voor deze kring?

Bijna was de Kloosterkerk afgebroken in de jaren tien van de vorige eeuw. De kerk was in vervallen staat en de vrijkomende grond aan het Voorhout moest de nodige gelden opleveren om een kerk te bouwen in het Statenkwartier. Die kerk kwam er, de Duinoordkerk, maar de Kloosterkerk bleef staan. Daarmee bleef de kerk bewaard die even tevoren, we spreken 1911, ruimte gaf aan de eerste zogenaamde liturgische dienst met ds. J.H. Gerretsen. Het was het begin van een traditie binnen het Nederlandse protestantisme, waarin de kerkdienst werd bevrijd uit het patroon van wat dan wel heette ‘een lange preek met een versje ervoor en erna’ (en soms ertussen).

Liturgische vernieuwing

In Den Haag krijgt die traditie voet aan de grond in de al genoemde Duinoordkerk en het is in die kerk dat in het najaar van 1921 de Liturgische Kring wordt opgericht door dr. G. van der Leeuw en ds. H.W. Creutzberg. Een eeuw lang heeft deze kring van theologen en kerkmusici zich ingespannen voor liturgische vernieuwing binnen (eerst en vooral) de Nederlandse Hervormde Kerk. Daarbij baseerde men zich graag op de liturgische traditie van de eerste eeuwen van het christendom. Dat resulteerde in een stroom van publicaties naar oude liturgische vormen, kerkmuziek en kerkbouw (zowel uit de vroegchristelijke tijd als de Reformatie). Het meest zichtbaar werd deze vernieuwingsbeweging in de uitgave van de Gezangenbundel uit 1938.

Toen de Duinoordkerk in de oorlog door de bezetter werd afgebroken, vond de Liturgische Kring in het voetspoor van de gemeente van de Duinoordkerk haar domicilie in de Kloosterkerk, waar ze decennialang samenkwam. Leden van de kring werkten mee aan de nieuwe hervormde Kerkorde (1951) en de uitgave van een Dienstboek (1955) en later bij de totstandkoming van het Liedboek voor de Kerken (1973), het Dienstboek van 1998 en het Liedboek (2013). 

Bricolage

In de laatste decennia van haar bestaan wordt steeds duidelijker dat de Liturgische Kring niet de enige speler is op het veld van de liturgievernieuwing in het protestantisme. De klassiek-gereformeerde liturgie is onveranderd gebleven in delen van de protestantse traditie en daarnaast krijgt ook de evangelische ‘praise and worship’ voet aan de grond. In veel kerken is er nu sprake van een bricolage-liturgie waarin vormen uit allerlei verschillende tradities naast elkaar kunnen staan, onder het motto ‘voor elk wat wils’. Hoe daarmee om te gaan?

Daarover boog de Liturgische Kring zich op vrijdag 12 november tijdens de viering van haar eeuwfeest. Na de dienst van Schrift en Tafel was er een symposium gewijd aan de plaats van de liturgie in het krachtenveld van kerk, theologie en cultuur. Er werd teruggekeken, niet in het minst aan de hand van het boek van Mieke Breij, De kerk is wat ze viert: 100 jaar Liturgische Kring. Ook werd vooruitgekeken; kan de Liturgische Kring nog (of weer) een rol spelen bij de zoektocht naar nieuwe vormen van liturgie verbonden met de cultuur en de mensen anno 2021 en daarna? Eén antwoord op die vraag is natuurlijk niet te geven, maar er is wel één kerk waar die vraag gesteld moest worden: in de Kloosterkerk, waar het in 1911 allemaal begonnen was.

Mieke Breij en Rienk Lanooy

Mieke Breij, De kerk is wat ze viert: 100 jaar Liturgische Kring. KokBoekencentrum, 2021. ISBN 9789043537308; 398 pagina’s; € 27,50.