‘Waarom zouden we niet allemaal worden gered?’

0
71

Geraakt

Douwe Siebenga over zijn lievelingsteksten

Welk verhaal of gedeelte uit de Bijbel spreekt je bijzonder aan? Wat is de betekenis van zo’n oud verhaal voor je leven van vandaag? In de rubriek Geraakt leggen we deze vraag steeds aan een lezer voor. Douwe Siebenga heeft er meerdere.

Vraag Douwe Siebenga niet naar euforische momenten die zijn leven op zijn kop hebben gezet. Toch zijn er wel degelijk thema’s die als een rode draad door zijn leven lopen en hem steeds weer raken, zoals het vraagstuk van het lijden. Gedachten daarover hebben hem geleidelijk aan veranderd. Dat besef kwam, vreemd genoeg, soms pas veel later.

Op het dieptepunt leven van dag tot dag

Siebenga is opgegroeid in de Nederlands Gereformeerde Kerk, de kerk die zich in 1967 van de Gereformeerde Kerk (Vrijgemaakt) afscheidde. De vrijgemaakte cultuur zat nog stevig in de kerk van zijn jeugd. Hoewel hij dit nooit als een last heeft ervaren, is hij losser gaan denken. Hij weet: als ik heb gezondigd, dan vergeeft God me.

Omzwervingen

Na jaren van kerkelijke omzwervingen kwam hij bij de Noorderkerk terecht, onderdeel van de Protestantse Kerk Nederland (PKN). Wat Siebenga het meest raakt, is het lijden. Christus heeft geleden, maar mensen lijden ook, vooral in de derde wereld. Siebenga trekt zich het leed van de derde wereld aan en is om die reden jaren actief geweest voor de christelijke ontwikkelingsorganisatie Tearfund. Hoewel hij terdege beseft dat de hulpverlening vaak een druppel op de gloeiende plaat is, kan hij zijn ogen niet sluiten voor de ongelijkheid in de wereld. Het steekt hem dat de westerse wereld zich verrijkt ten koste van andere landen. Afrikaanse prenten aan de muur getuigen nog steeds van zijn betrokkenheid met de minder bedeelde medemens.

Zelf heeft Siebenga ook het lijden ervaren toen er vanaf 2004 meerdere ziekten bij hem werden geconstateerd, die allemaal op een afweerstoornis leken te wijzen. Aanvankelijk kon hij niets meer en was hij volledig afhankelijk van anderen. Toch heeft hij nooit gewanhoopt, hij was niet droevig en de waaromvraag heeft hem niet echt beziggehouden. Op het dieptepunt van zijn ziekte leefde hij van dag tot dag, en dacht hij simpelweg: ik zie wel. Achteraf kijkt hij daar met enige verwondering op terug. De ziekte heeft zijn loopbaan geen goed gedaan en de klachten zijn er nog steeds, maar achttien jaar later beschouwt hij zichzelf als gezegend.

Goudsmid

Er is nog iets wat zijn geloofsleven anders heeft gekleurd. Gaandeweg is hij richting de gedachte van de alverzoening gegaan: het geloof dat alle mensen gered zullen worden. Siebenga: ‘Christus is gestorven voor alle mensen. Dus waarom zouden we niet allemaal worden gered?’ Als voormalig leerling-goudsmid spreekt de metafoor uit de Bijbel van het zuiveren van goud met zwavel en vuur hem aan. Zo haal je de ongerechtigheden uit het goud. Op die manier kun je ook naar de dood kijken: als een reiniging door de geest.

Tot slot nog één rode draad: Psalm 23, ‘De Heer is mijn herder’. Het is de trouwpsalm van zijn ouders. Siebenga noemt het een psalm met beloften. De psalm geeft hem innerlijke rust. ‘Als het fout gaat, kun je bij God terecht. Je weet: Hij geeft nieuwe kracht en leidt je langs veilige paden.’ De psalm is een klassieker, geliefd bij velen, maar voor Siebenga is er een wel heel persoonlijke herinnering aan verbonden. Hij las de tekst voor aan zijn vader toen die zijn laatste adem uitblies.

Onderschrift bij de collage:

Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar want u bent bij mij. Uw stok en uw staf, zij geven mij moed. (Psalm 23, NBV 2004)