Geluk op de vierkante meter 

0
331

IN – DRUK

De zon schijnt zowaar vanmorgen. Ik heb mij niet laten verleiden tot een klassiek Engels ontbijt met worstjes en spek; je hoeft je als gast ook niet aan alles aan te passen. Het werd een omelet met tomaat en sterke thee (zonder melk). De lente hangt in de lucht en ik maak een rondje langs wat huisjes en een boerderij. Vogelgekwetter vult de lucht: als dat een gevolg is van de Brexit, dan is dat toch winst. Dan valt mijn oog op zo’n rode, honderd procent echte brievenbus. En, niet te geloven… daarnaast zo’n knalrode telefooncel! Zo uit de sciencefictionserie Doctor Who geteleporteerd!

Ik maak foto’s en bedenk wat zich op die ruim vierkante meter heeft afgespeeld. Duizenden gesprekken, afspraken van verliefden, sussende woorden. Boze woorden van wachtenden die op de raampjes trommelen. Een telefoonboek waar juist de pagina is uitgescheurd met het adres dat je zoekt. Een jong stel dat de kleine ruimte even benut voor een kus, sprekender dan een gedicht. Zo’n telefooncel vroeg ook om beperking; als je shillings op waren werd je afgebroken. Maar hoe kort ook, degene die je belde was blij dat je haar niet vergeten was.

Daaraan moest ik denken in de ochtendzon in Wales. Kleine, rode tijdmachine naast de brievenbus: tot vergetelheid gedoemd door WhatsApp en e-mail? Toch niet. Hoe anders zou onze geschiedenis eruit hebben gezien als er geen brieven geschreven waren en de telefoon slechts een rijkeluisding was geweest? Voor de komende generaties zal een telefooncel straks even geheimzinnig zijn als de monoliet in de film 2001: A Space Odyssey. Als je de hele film hebt gezien, is één ding duidelijk: het mysterie van het mens-zijn krijgen we niet in handen. Ook is deze film uit 1968 een waarschuwing tegen een naïef toekomstgeloof en vertrouwen op de techniek.

Daar sta ik dan bij de rode telefooncel uit mijn jeugd. Ik kijk naar binnen en zie dat hij nog boordevol woorden zit! De buurt heeft er een weggeefbibliotheekje van gemaakt. Wetenschap, kinderboeken, romans, oorlogsboeken. Geloof en ongeloof, wetenschap en pseudowetenschap, liefde en leugen, het is allemaal opgeslagen in deze monoliet uit het verleden. Ik trek aan de zware deur en pak toch een boek. Zo’n bundel papier die mij uitnodigt in gesprek te gaan met de auteur en met mijzelf. De media veranderden ingrijpend: van kleitablet naar papyrus, van perkament naar boeken, van telefoon naar mail en e-book. Wijsheid en wetenschap, geloof, hoop en liefde vonden zo wegen door de tijd om steeds weer gedeeld te worden.

Deze maand vieren we Pasen en er klinken woorden die verwonderen en verwarmen: kruisoffer, opstanding, eeuwig leven, ontferming. Er gaat een oud boek open en we maken een kring om een tafel. En het verleden wordt heden: op een paar vierkante meter delen we de vrede en beseffen we dat op deze plaats ook woorden bewaard en doorgegeven worden. De kerk als weggeefhuis, nog steeds aanwezig in het straatbeeld. Doe gerust de zware deur open, want voor liefde en wijsheid hoef je niet te betalen.