‘Het is bijna elke week verlies’

0
209

De zeevisserij wankelt, ook op Scheveningen

Begin juli protesteerden niet alleen de boeren maar ook de vissers. Kotters blokkeerden vaarwegen uit protest tegen de stikstofmaatregelen, de aanleg van windmolenparken op zee en de hoge brandstofkosten. Het is crisis in de Nederlandse zeevisserij, constateert ook Matthijs Termeer tijdens een bezoek aan de Scheveningse visafslag.

‘Als het zo doorgaat, duurt het niet lang meer’, sombert matroos en kok Jacob Post (30), terwijl hij met enkele andere bemanningsleden de netten van de Maarten-Jacob OD-1 herstelt. Het schip, een zogeheten boomkorkotter van 43 meter lang, is deze vrijdagmorgen vroeg afgemeerd aan de Scheveningse visafslag. De lading van 1300 kilo tong en 1200 kilo schol, met behulp van zware kettingen en forse sleepnetten opgevist van de bodem van de Engelse Banken, is enkele uren geleden de visafslag binnengebracht en waarschijnlijk al verkocht. De prijzen voor de vis liggen momenteel hoog, rond de 30.000 euro opbrengst zit er wel in.

Maar een boomkorkotter met zijn zware hefinstallatie slurpt liters gasolie en de kosten daarvoor zijn amper nog op te brengen. Sinds de oorlog in Oekraïne stijgt de prijs met de dag; op het moment kost een liter meer dan een euro. Brandstof is de grootste kostenpost voor de kottervisserij, die kwetsbaar is door het hoge energieverbruik. Het merendeel van de Nederlandse kottervloot ligt inmiddels werkeloos in Urk, IJmuiden en andere Nederlandse vissershavens. ‘Het is bijna elke week verlies’, zegt Bram Pronk, maritiem journalist en visserijkenner, die deze week uit liefhebberij is meegevaren. ‘De visprijzen zijn extreem hoog; dat maakt veel goed. Maar niet genoeg. Men vist nog in de hoop op betere tijden. De grote kunst is een bemanning te behouden.’

Tatoeages en gouden oorringen

Dat is het Scheveningse visserijbedrijf Jaczon, onderdeel van het Cornelis Vrolijk-concern uit IJmuiden en eigenaar van de Maarten-Jacob, tot dusverre gelukt. De mannen uit Urk en Katwijk, sommigen met gouden oorringen en tatoeages, zijn echter somber gestemd. ‘Zoveel blijft er niet over om te vissen’, zegt matroos Post, doelend op het salaris dat de zes bemanningsleden als deelloonvisser opstrijken. ‘Het moet zoveel kosten om een visje te vangen in Nederland, dat reders naar Noorwegen vertrekken om daar te beginnen’, valt matroos Dirk Schaap (31) hem bij, driftig in de weer met een mes. Het werk aan de netten moet zorgvuldig gebeuren, want wanneer de maaswijdte ook maar iets te groot is, kan de schipper een boete van tienduizenden euro’s tegemoetzien.

Reddingsboei

Zo zijn er wel meer zaken waarover de vissers klagen. Windmolenparken op zee en natuurgebieden zorgen voor inkrimping van de visgronden, de Engelsen zijn sinds de Brexit minder scheutig met visserijrechten en ‘Europa’ doet de zaak al helemaal geen goed. Neem de pulsvisserij, een Nederlandse innovatie die vorig jaar door het Hof van Justitie van de EU werd verboden. ‘De pulsvisserij was de reddingsboei van de Nederlandse visserij’, zegt Dirk Schaap bitter. ‘Weinig brandstof, weinig bodemcontact’, omschrijft Jacob Post de techniek, die met stroomstootjes de vis het net in stuurt. Volgens de bemanning van de Maarten-Jacob is het milieuvriendelijker dan het boomkorvissen, dat met de zware wekkerkettingen de zeebodem behoorlijk omwoelt. ‘De Fransen zeggen dat het schadelijk is en de Fransen krijgen altijd gelijk’, vat Post het oordeel van het Hof samen. De Nederlandse vissersvloot, die zwaar geïnvesteerd had in het pulsvissen, kreeg het nakijken. ‘En dan wordt ons verweten dat we niet innovatief zijn’, concludeert Schaap. Minister Staghouwer van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verklaarde nog maar een paar maanden geleden dat de sector moet innoveren om toekomstbestendig te zijn.

Schroothoop

‘Het zijn heel barre tijden’, zegt visserijdeskundige Pronk in de messroom. Hij verwacht dat tientallen kotters op de schroothoop zullen belanden door de saneringsregeling van de rijksoverheid, die 155 miljoen euro beschikbaar stelt voor vissers die hun bedrijf willen opdoeken. De bemanning is dan al vertrokken naar Katwijk en Urk. De mannen hebben er meer dan vier etmalen hard werken en weinig slaap op zitten en worden zondagavond weer aan boord verwacht. Matthijs Termeer Bij de foto: De bemanning van de Maarten-Jacob OD-1 herstelt de netten na een vierdaagse vistocht op de Noordzee.   Fotografie: Matthijs Termeer