Acht mooie orgels en hoe je die betaalt

In onze stad zijn we met acht historische kerken tegelijk in het bezit van een aantal belangrijke orgels. Al deze instrumenten zijn van een statuur die niet alleen werd bepaald door hun liturgische functie. Kerkbesturen waren vroeger vaak niet vrij te pleiten van enige competitiedrang en bestelden graag een orgel dat nét iets groter was dan dat van hun ambtgenoten een dorp verderop.

De Lutherse Kerk scoort het meest indrukwekkend met het in 1762 door Johann Bätz gebouwde instrument (zie foto). Het monumentale orgel van de Grote Kerk, in 1971 door de Zwitserse Metzler gebouwd, kan als goed geslaagd voorbeeld beschouwd worden van de naoorlogse orgelbouwkunst.
In het oudste voor de protestantse eredienst gebouwde godshuis in de stad, de Nieuwe Kerk aan het Spui, hangt een juweel van een instrument, in 1702 gebouwd door Johannes Duyschot. De Kloosterkerk blaast met het Marcussen-orgel uit 1966 een iets bescheidener partij. Maar de Waalse Kerk aan het Noordeinde herbergt weer een sublieme creatie van Cavaillé-Coll, de Parijse orgelbouwer die door zijn kostbaar oeuvre de Franse orgelcultuur in zijn dagen voorgoed op de kaart zette.
De St. Jacobuskerk en de Elandstraatkerk zijn beide in het bezit van vroeg twintigste-eeuwse instrumenten met een romantische inslag. In Loosduinen hangt sinds 1780 aan de westmuur van de acht eeuwen oude Abdijkerk een fraai orgel van de Haagse Joachim Reichner, dat ondanks zijn bescheiden formaat grote bekendheid geniet.

Het is een groot goed dat op al de genoemde Haagse orgels regelmatig goed bezochte concerten worden gegeven. De organisatie hiervan is voor wat betreft de binnenstad in handen van het bestuur van de Stichting Haags Orgel Kontakt, een groep ter zake kundige vrijwilligers die het hele jaar door aan een afwisselende en breed opgezette serie concerten werkt. Iets soortgelijks gebeurt in Loosduinen door de Arie Molenkamp Stichting. Dankzij deze initiatieven zijn de vele orgelliefhebbers uit onze regio in staat om van al deze instrumenten kennis te nemen.
De steun van een overheid of een fonds is onmisbaar om de exploitatie van deze concerten verantwoord te maken, en om de concerterende organisten een fatsoenlijk honorarium te kunnen meegeven. Het is moeilijk om een serie waarin ieder aan zijn trekken komt financieel rond te krijgen. De gemeente Den Haag aanvaardt in dit opzicht haar verantwoordelijkheid. Indien organisatoren in staat blijken op professionele wijze de orgelseizoenen te managen, kunnen zij doorgaans op ondersteuning uit de gemeentekas rekenen.

Een niet te onderschatten taak is het onderhoud van de diverse instrumenten. Voor de kerken zelf is dit doorgaans een groot probleem. Gelukkig wordt vanuit de rijkskas het nodige bijgedragen om regulier onderhoud en restauraties te bekostigen. Als de nood aan de man komt, zijn fondsen en gemeente vaak wel bereid deze nood te helpen lenigen.
Soms spelen zich daarbij wonderlijke taferelen af. Onlosmakelijk verbonden aan deze restauratie is het beweegbaar maken van het akoestische scherm dat pal voor het orgel hangt. Een constructieve uitdaging die nu eindelijk aangegaan wordt. Maar tegelijkertijd blijkt het onmogelijk de ongelukkige akoestische schermen die pal voor het orgel hangen een dusdanige constructie mee te geven dat ze bij orgeluitvoeringen terzijde kunnen worden geschoven.
Er zal nog heel wat water door de Haagse Beek moeten stromen voordat deze merkwaardige co-existentie uit de Haagse orgelwereld verdwenen zal zijn.

Henk Lemckert
voorzitter Arie Molenkamp Stichting

Hieronder: het orgel in de Evangelisch-Lutherse kerk, in 1762 gebouwd door Johann Bätz.

Deel dit artikel