Vuur op Scheveningen

Redacteur Greet Kappers woont bij de lus van lijn 11. Met Oud en Nieuw heeft ze ervaren hoe kwetsbaar deze plek was. Al filosoferend stapt ze over van het vuur om haar heen naar het vuur dat diep in haarzelf brandt.

Hoe onverwachts kwetsbaar je kunt zijn, hebben veel mensen in Scheveningen ervaren in de nacht van Oud en Nieuw. Het was een beangstigende ervaring om midden in de vuurregen te zitten, al die vonken die op de huizen en in de straten neervielen en die grote en kleine brandjes veroorzaakten.
Angst overheerste, angst voor verlies van een thuis, voor brand, voor verbranden. Achteraf, toen bleek dat Scheveningen en haar inwoners gered zijn door dappere brandweerlieden, blik je terug op je eigen bevroren doodsangst. Wat heeft die angst te zeggen? Hoe ga je om met je doodsangst?
Je leest wel eens verhalen over mensen met een dodelijke ziekte, die ongekend krachtig de laatste periode van hun leven doormaken. Ze zijn kwetsbaar, ze weten dat hun leven op korte termijn eindigt, maar laten zich daardoor niet neerdrukken en zijn paradoxaal genoeg een troost voor de mensen om hen heen. Zij hebben hun doodsangst in de ogen gekeken en zijn boven zichzelf uitgestegen.
Je angst in de ogen kijken, er dwars doorheen gaan, is een daad van liefde: het is heilig, het heelt. Maar dat klinkt zo gemakkelijk. Kun je leven met de doorvoelde wetenschap dat ook jouw leven eindig is, dat de dood ook jou wacht?
Dwars door de angst heengaan kan het allesoverheersende ervan stoppen en een aanvaardende, kalme houding in ons naar boven roepen. Die houding komt bovendrijven uit onze diepste diepten, de plek waar we misschien God vermoeden. En dan wordt de kwetsbaarheid een bron van kracht.

Greet Kappers

Deel dit artikel