Verse theologie: mystieke ethiek van Albert Schweitzer

Hoe vers deze theologie is, is nog maar de vraag: wie over Albert Schweitzer (1875-1965) schrijft, kan twee soorten reacties verwachten. De oudere generatie spreekt de naam van Schweitzer nog altijd uit met de nodige eerbied en ontzag: de man die alles achterliet om in Lambarene (Gabon) de mensheid te gaan dienen. De jongere generatie reageert meestal als volgt: ‘Albert… wie…?’ Van hero naar zero, heet dat in sporttermen. Beide reacties zijn begrijpelijk, maar onterecht. Schweitzer was geen heilige, maar hij is het ook waard om niet vergeten te worden.

De Frans-Duitse Schweitzer was theoloog, filosoof, begenadigd musicus (organist) en tropenarts. Als student spreekt hij met zichzelf af dat hij zich tot zijn 30e zal wijden aan zijn wetenschappelijke en muzikale passies, om daarna de mensheid te gaan dienen. En zo vertrekt hij in 1913 naar Afrika om daar zijn beroemde ziekenhuisdorp op te zetten. Zijn motto is ‘Eerbied voor het leven’, en hoe eenvoudig dat ook klinkt, het is ingebed in een lange filosofische en mystieke traditie. Schweitzer vindt dat zijn leermeesters, de filosoof Kant voorop, prachtige gedachten over de ethiek (‘heilige plicht’) hebben geformuleerd, maar voor hem geldt: ‘the proof of the pudding is in the eating’. Uiteindelijk realiseert een mens zichzelf in concrete dienstbaarheid. Daarin zit ook zijn mystieke kant: het gaat er niet om dat je het geheim van het leven begrijpt, maar dat je je er aan overgeeft en door laat gezeggen. Dat doe je niet door de wereld te mijden, maar door haar beter te maken. Alleen door jezelf te verliezen in dienst aan de wereld, zul je je zelf terugvinden. Navolging van Christus is voor Schweitzer van het grootste belang.

Met zijn mystieke ethiek van de dienstbaarheid heeft Schweitzer veel invloed gehad. Zo is hij van grote betekenis voor de Zweedse Dag Hammarskjöld (1905-1961), de tweede Secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Wat Schweitzer aan gedachten ontwikkelt, vertaalt Hammarskjöld op politiek niveau. De invloed van Schweitzer op Hammarskjöld komt tot uiting in twee belangrijke ontwikkelingen. Hammarskjöld zorgt ervoor dat de ethiek een belangrijke rol in de VN gaat spelen. Daarnaast benadrukt hij dat de VN een organisatie is die opkomt voor de rechten van het individu (‘citizen’), meer dan voor de belangen van de staat. In beide aspecten kun je de ethische mystiek van Schweitzer herkennen.

In de jaren vijftig corresponderen Schweitzer en Hammarskjöld met elkaar. Ze herkennen elkaars gedrevenheid die gevoed wordt door de opdracht tot dienstbaarheid, voortkomend uit het evangelie, ook al zijn ze het niet altijd met elkaar eens. Hammarskjöld – hij leeft in de jaren dat het Afrikaans continent zich ontworstelt aan het koloniale tijdperk – is veel positiever over de hang naar zelfbestuur op het Afrikaanse continent dan Schweitzer. Hij ziet de VN als het instrument bij uitstek om daaraan dienstbaar te zijn. Schweitzer kan zich daarbij niet zoveel voorstellen. De zweem van patriarchaal denken die om hem heen hangt, is niet helemaal ten onrechte. Ook al is hij daarin een kind van zijn tijd, het laat ook zien dat Schweitzer niet de heilige is waarvoor de oudere generatie hem soms houdt. Aan de andere kant: zijn denken en doen en de invloed ervan spreken nog altijd zo tot de verbeelding, dat de vraag ‘Albert… wie…?’ niet onbeantwoord kan blijven. Dus toch: verse theologie!

Tekst: Rienk Lanooy
Rienk Lanooy is predikant in de Kloosterkerk. Hij verwijst naar het boek ‘Leven met Albert Schweitzer’ door Chris Doude van Troostwijk, Meinema, Zoetermeer, 2013.

Deel dit artikel