Column: Hierdoor lopen kerken leeg

Eerlijk gezegd begrijp ik wel waarom mensen de/hun kerk de rug toekeren. Ik denk daarbij niet direct aan misbruikschandalen die steeds in het nieuws zijn. Er zijn heel wat ‘onschuldiger’ factoren, die de afgelopen decennia leegloop en desinteresse hebben bevorderd.

De koster van mijn eerste gemeente vertelde dat hij met zo’n dertig mensen geloofsbelijdenis aflegde (moet rond 1950 geweest zijn) op Palmzondag. Twee-derde daarvan liep daarna de kerk voorbij. De catechisatie, de preken, de vreugdeloze diensten, het had hen niet geraakt. Ik denk ook aan die r.-k. vrouw die mij op straat aansprak: ‘We moesten van alles geloven en nu geloven de priesters zelf niet meer.’
Mensen die afweken van het gemiddelde hadden het moeilijk in de kerk, vergeef mij het rare rijtje: gescheiden, artistieke, homoseksuele, dienstweigerende mensen. En hoeveel ruimte was er nu echt voor de inbreng van jongeren en vrouwen?

Aan jongeren aanpassen?

Of moet ik zeggen: hoeveel ruimte was er voor de Geest, die af en toe het vertrouwde omver waait? Wat een weerstand toen ik op een jeugdzondag de dienst een half uur later wilde beginnen! ‘Waarom moeten wij ons altijd aan die jongeren aanpassen?’, was de reactie. Altijd? Eén zondag! Het is maar een voorbeeld van de stroperigheid, het eindeloos gepalaver of een Taizé- of Opwekkingslied gezongen mag worden. Of de principiële organist die weigerde het in zijn ogen drakerige ‘Ere zij God’ te spelen met Kerst. En dan was er de periode dat je vóór of tégen het politiek getinte Interkerkelijk Vredesberaad moest zijn.

Het is in die verwarrende naoorlogse periode dat het evangelisch geloof overwaait uit de Verenigde Staten. Rally’s van Billy Graham in een voetbalstadion, bij Youth for Christ blijmoedig zingen bij de gitaar, samen bijbelstudie doen in plaats van catechismus-zondagen uit je hoofd leren. Naast de klassieke pinkstergemeenten, sinds begin twintigste eeuw in Nederland, bloeide er van alles op. Johan Maasbach Wereld Zending, Stromen van Kracht, Kracht van Omhoog, Berea-gemeenten, DoorBrekers, C3 Church, en evenzovele afsplitsingen rond voorgangers en nieuwe dogma’s.

Ik haakte af
Predikanten en gelovigen die iets van deze nieuwe Geestdrift binnen hun eigen kerken een plek wilden geven, vormden de oecumenisch georiënteerde Charismatische Werkgemeenschap, met jaarlijkse conventies waar duizenden in de loop der jaren geloofsvernieuwing ervoeren. Later ontstond het Evangelisch Werkverband in de protestantse kerk, dat momenteel aan de weg timmert met ‘There is more!’.
Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik het geloof te danken heb aan een ‘zendelinge’ uit Amerika die rond 1950 in Amsterdam neerstreek. Zingen en bijbelstudie in een gezellige huiskamer, evangeliseren in het Vondelpark, trefballen, honkbal tijdens zomerkamp. Je maakte er vriendjes, beleefde samen wat. Op de zondagsschool van een vriendinnetje was het mij te veel ‘school’ en haakte ik snel af.

Hoe warmbloedig en missionair ook, toch hebben deze bewegingen en nieuwe kerken niet kunnen verhinderen dat in de samenleving de christelijke presentie verschrompelt. Veel aanwas bij evangelische groepen bestaat uit teleurgestelde of zoekende traditionele gelovigen. En de voordeur mag er wijd open staan, de achterdeur ook. Mensen raken gefrustreerd omdat ze niet aan ongeschreven regels voldoen. De homo die niet geneest of de mens bij wie de depressie niet wijkt voor gebed, voelt zich buitengesloten. Twijfel aan de woorden van de voorganger kan zomaar gezien worden als twijfelen aan Gods woord. Het is heerlijk te zweven als een arend, maar hoe verder als een ongeneeslijke ziekte toeslaat? Is er bij al het gloria echt ruimte voor een ‘Kyrië’ uit de diepte?

Ik begon met de constatering dat er in veel kerken weinig ruimte was voor ‘afwijkende’ mensen en geluiden. Helaas zie ik – ondanks de deuren die wijd open staan – hetzelfde bij nieuwe evangelische kerken. Er zijn veel jonge, succesvolle mensen en – ook al zijn er geen Dordtse Leerregels – het bezongen geloof geeft weinig ruimte aan zoekers en wie weinig geloof kunnen opbrengen.

Zowel in de traditionele kerken als in evangelische kring moeten we het wagen met de ‘onzekere zekerheid’ die geloof nu eenmaal is. Twijfel genees je niet door je kerk te verlaten en ook niet door die al zingende te overstemmen. God geneest niet van twijfel en onzekerheid – zo voorkomt Hij dat geloof tot dodelijk gelijk verwordt. Huub Oosterhuis raakt voor mij de kern waarom het gaat: ‘Zien – soms even’!

Rob van Essen
Op de foto: Maasbach-kerkgangers zingen een overwinningslied. Bron: Facebook.com/maasbachworship

Deel dit artikel