In-Druk: Goedheid die ons overkomt

Oom Frans bracht brokken kokosnoot voor mij mee van het schip dat hij moest lossen in de Amsterdamse haven. Van christelijken huize had hij voor de communistische heilsleer gekozen. Helaas achtervolgde zijn verleden hem in de gestalte van zijn moeder, die inwoonde op de kleine bovenwoning in de Staatsliedenbuurt. Iedere maaltijd vouwde zij haar handen en was lang en stil in gebed.

Soms kon Frans het niet laten na haar ‘amen’ op te merken: ‘Je hoeft die god van jou niet te bedanken, ik verdien mijn brood met deze twee handen.’ Moeder wist dat ook wel, maar toch besefte zij dat ze van genadebrood leefde. Maar ‘genade’ was een ergerlijk woord voor Frans. De klasseloze maatschappij werd niet door gebed, maar door internationale arbeiderssolidariteit dichterbij gebracht!
Toen ik ouder werd begreep ik het ongeduld van mijn oom wel en zijn afscheid van de kerk waar ‘hier beneden is het niet’ werd gezongen. Maar ik had ook bewondering voor zijn oude moeder. Ondanks spot verdroeg zij haar zoon liefdevol en dankte God voor eten en onderdak.
Ik vond de exotische kokosbrokken trouwens heel lekker. In de schrale naoorlogse jaren, zonder zakgeld voor snoep of extra’s, niet te versmaden.

Genade?
Op de bijbelclub kwam het woord ‘genade’ wel eens langs en ik ervoer dagelijks dat ons (vaderloze) gezin het daarvan moest hebben. Wat was er niet ‘on-verdiend’ in het leven?! Het huis dat moeder kreeg toegewezen toen we dakloos waren geraakt. Een huis, maar geen meubilair. Daarin brachten buren verandering: van de één stoelen, van de ander een tafel. Sinterklaas vieren viel buiten het budget, maar de leidster van de club stuurde een kaartje: ‘Komt u even langs met uw koters, want er ligt een cadeau voor ze klaar.’
Maar wellicht ben ik nog meer geraakt door ‘genade’ in niet-materiële gestalte: de juffrouw van de tweede klas die mij de taal deed ontdekken. De leraar die mij meenam naar de schouwburg – een niet uit te wissen belevenis! Wakker worden in een ziekenhuisbed na een ernstig ongeluk. Mijn vrouw – we zijn zes maanden getrouwd – waakt naast mij. Ik ontvang haar en het leven terug. Wat heb ik mij er ook vaak over verwonderd dat mensen kwetsbaar durven worden en mij in vertrouwen namen. Het zijn momenten van genade, van het zoet van echte ontmoeting.

En dan het jonge stel, geen kerkgangers, die vragen of je hun kind wil dopen. ‘We zijn zo blij met de kleine en we beseffen dat we haar gekregen hebben.’ Het gaf wel eens gefronste wenkbrauwen in de kerkeraad, maar de genade won het gelukkig altijd.
Want net als oom Frans hebben ook gelovigen het soms moeilijk met de genade. ‘We zijn bedelaars’, zei Luther op zijn sterfbed. Ja, wat is er dat wij niet ontvangen hebben? Levensadem, vriendschap, brood en troost, de ruimte van kunst en cultuur die ons omgeeft. U vraagt waar Jezus blijft? Hij is er al, de Aanwezige die in goedheid en ontferming die ons overkomt getast kan worden.
De liefde die ik proefde in de kokosbrokken van oom Frans.

Rob van Essen

Deel dit artikel