In-Druk januari 2019: Kleur bestaat en ras ook

Afua Hirsch is journalist en jurist en groeide op in well-to-do-Londen. Van moeders kant kreeg ze haar Ghanese voornaam mee, van haar vader kreeg ze haar achternaam en lichtere huid mee. Zijn joodse vader vluchtte voor de naziterreur in 1938. In haar genen draagt Hirsch een mix van slavernij, pogroms en vluchtverhalen mee.

Tijdens haar studie aan de universiteit en door haar vriendschap met Sam, ook van Ghanese afkomst maar afkomstig uit een ‘working class’-wijk, realiseert ze zich gaandeweg dat de Britse samenleving doortrokken is van racisme en achterstelling van immigranten. Ze neemt de lezer mee in haar zoektocht naar haar eigen identiteit. Een reis die haar onder meer naar Afrika doet gaan, waar ze tot haar teleurstelling niet het beloofde land aantreft. Ze blijkt daar voor de Ghanezen meer Brits te zijn dan ze zelf eigenlijk wil.

Ik vind de Nederlandse titel goed gevonden, omdat het begrip ‘ras’ direct tegenspraak oproept. In de naoorlogse periode is dat een taboewoord geworden. Maar Hirsch ontdekt hoe immigranten – en hun (kinds)kinderen – voortdurend anders behandeld worden. Eerder aangehouden worden bij politiecontrole, niet erkend worden in je vakgebied, altijd maar weer de vraag ‘waar je vandaan komt’. Ook zij, geboren en opgevoed in een keurige wijk van Londen, ervaart dat.

Aanvankelijk, ik moet het eerlijk toegeven, irriteerde het boek mij. Weer zo’n aanklacht, weer iemand die overgevoelig is. Maar de eerlijke zoektocht naar haar identiteit, haar twijfels en haar betrokkenheid, maakten dat Afua Hirsch mij een spiegel voor hield. Dit boek gaat niet alleen over de Britse samenleving, maar beschrijft dezelfde mechanismen in de omgang met ‘minderheden’ (islamieten, allochtonen) en vluchtelingen die ook in ons land spelen. Ze laat zien dat de ‘Brexit-campagne’ inspeelde op angsten die bij de bevolking leefde, waarbij gesuggereerd werd dat immigranten de verzorgingsstaat ondermijnen. Ook in ons land gebruiken politici dit argument in een pleidooi de grenzen te sluiten.

Ze geeft ook verrassende voorbeelden van geschiedschrijving door de ogen van de heersende klasse. Zo was William Wilberforce voor mij – evenals voor haar – de christelijke ‘held’ die ijverde voor de afschaffing van de slavernij. Maar Hirsch ontdekt dat in Wilberforce’s dagen al duizenden niet-witte mensen (‘negro’s’) in het Verenigd Koninkrijk leefden.
Onder hen was een politiek zeer bewuste groep die geleid werd door Ignatius Sancho, op een slavenschip geboren. Hij schreef brieven aan vooraanstaande tijdgenoten om hen bij de strijd tegen de slavernij te betrekken.
En in 1789 verscheen een boek van Olauda Ewquiano, dat misschien wel de belangrijkste zwarte bijdrage is aan de strijd voor afschaffing van de slavernij. Geboren in Nigeria, op zijn 11e tot slaaf gemaakt, kan hij zich ten slotte vrijkopen en richt in Londen in 1787 ‘Sons of Africa’ op.
Hirsch geeft deze mannen weer een plek in de geschiedenis. Zwarte mensen zijn niet alleen slachtoffer van de geschiedenis, ze zijn ook actoren van verandering. Zo vermeldt zij dat er meer dan tweehonderd maal kamikaze-achtige slavenopstanden plaats vonden op zee.

Wie zich door Hirsch heeft laten meenemen, kan het boek niet tevreden dichtslaan. In het laatste hoofdstuk – ‘Door of no return’ – beschrijft ze het ongemakkelijke fenomeen dat racisme door vele, ook progressieve mensen, onderschat of ontkend wordt.
Ze schrijft: ‘Ras bestáát, als doorleefde ervaring, als basis voor de ingrijpendste economische en maatschappelijke veranderingen in onze geschiedenis. Kleur bestaat.’
Afua Hirsch is een waardevolle stem in onze multiculturele werkelijkheid.

Rob van Essen
‘Waarom ras ertoe doet’. Afua Hirsch. Atlascontact.nl, 2018. ISBN 978904503365.

Deel dit artikel