Pater Thomas: ‘Onze gevoelens hebben we niet uitgeschakeld’

De misbruikschandalen in seculiere en religieuze instellingen verbijsteren. Wat is de oorzaak? De machtsmoraal van vroeger, psychische problemen, het onderdrukken van erotische verlangens of iets anders? Pater Thomas, de voorman van de orde ‘Broeders van Sint Jan’ in Den Haag, vertelt over zijn celibaat.

‘Ik wist al jong dat ik het plan van God voor mijn leven wilde volgen. Aanvankelijk wist ik niet precies wat dat plan was, tot ik in een kapel in een moment van stilte om me heen keek en wist: dit is mijn familie, hier hoor ik thuis, ik wil broeder worden. In zo’n stadium is dat nog naïef. Je ontvangt en voelt iets. Daarom heb je vijf à zes jaar de tijd om naar je eeuwige gelofte toe te groeien. Je leert in die tijd keuzes te maken en jezelf kennen.

Onnatuurlijk?
Het celibaat heeft bij mij niet tot twijfels geleid. Je hoort sommigen zeggen dat ze het onnatuurlijk vinden, maar dat is maar de vraag. Celibatair leven is denk ik niet te begrijpen volgens onze menselijke natuur. Een mens is niet geschapen om alleen te blijven. Wat dat betreft zijn we allemaal gelijk, we zoeken een metgezel. De religieus heeft zo iemand gevonden: Jezus Christus. Hij heeft hem ontmoet en ontdekt dat God zijn hart kan vervullen. Toch blijft die religieus in zijn mensenhart nog steeds de roeping voor het huwelijk hebben. Dan is de vraag of de toewijding aan God over die natuurlijke roeping heen kan.

Elders is een vergelijkbare vraag actueel. Een topsporter offert ontzettend veel op en dat vinden we allemaal mooi. Het religieuze leven voelen we echter minder goed aan, waardoor het offer dat een religieuze mens brengt moeilijker zichtbaar is. Men denkt daardoor dat het celibaat onnatuurlijk is en frustraties oplevert. Maar iemand die met Jezus wil leven, wil alles op alles zetten om zich daarvoor vrij te maken. Daar offer je bepaalde dingen voor op: ik heb bijvoorbeeld geen universitaire studie genoten, geen baan, geen salaris, geen eigen bankrekening en ik heb een leven zonder seks beloofd.

Kinderen van deze tijd
Het celibaat is veel meer dan niet met iemand naar bed gaan. Het celibaat is een innerlijk gegeven, met heel je hart willen toebehoren aan God. Wij doen de gelofte van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Op het moment dat ik die uitspreek, wil dat niet zeggen dat ik dat ook ben. We leven als broeders samen en zeggen: dit willen we, maar help me alsjeblieft als ik wankel. Onze gevoelens spelen natuurlijk mee, die hebben we niet uitgeschakeld.
Natuurlijk zijn we kinderen van deze tijd. Trouw zijn is niet zo gemakkelijk, dat moet je bevechten. Filosofie helpt daarbij, bijvoorbeeld door een rangschikking te maken van hoofd- en bijzaken. Bijvoorbeeld als het gaat om ‘seksualiteit’, een thema in dat spanningsveld. Wij doen de gelofte aan God toe te behoren. Niet als een soort vlucht omdat je ergens niet mee kunt omgaan. Dat heeft geen zin, je kunt niet van jezelf weglopen. Ik verlang om met mijn hart bij God te zijn en dat is een hele klus. God zie je niet en kun je niet aanraken. Die relatie is daardoor kwetsbaar, maar tegelijk ook krachtig.

Vuurwerk en liefde
Als religieus ben je niet van hout en zeker niet ongevoelig. Het kan gebeuren dat je je tot iemand aangetrokken voelt. Maar ook dan wil je nog steeds met je hart bij God zijn. Voelen en willen zijn niet hetzelfde. Liefde gaat dieper dan een gevoel.
Liefde wordt in stillere wateren ontdekt; dat is vaak wat anders dan het vuurwerk dat je voor iemand kunt voelen. Het gaat erom de relatie – of dat nou met God is of met een medemens – zo stevig en hecht te maken dat zij woelige golven aan kan, als die zich aandienen. Daar ben je zelf verantwoordelijk voor. Wat dat betreft is het voor ons niet anders dan voor iemand die, op moeilijke momenten, innerlijk de trouw voor zijn echtgenote bevecht. Iedereen heeft een weg te gaan naar wat belangrijk is en naar wat hij niet wil opgeven; waarin hij misschien onderuit gaat, maar wat hij niet wil loslaten.

Geen opofferingsverhaal
Er zijn fasen waarin die gehoorzaamheid ontzettend moeilijk is. Als religieus geef je de touwtjes uit handen. Je zegt: “Ik wil dat God mijn leven leidt.” Dat wil ik echt, maar soms moet ik ook de overtuiging zoeken. Het is moeilijk om altijd toegewijd te zijn, maar geeft dat? Nee, het hoeft niet allemaal gemakkelijk te zijn.
Celibatair leven is voor mij een getuigenis van de kracht van de liefde van Christus: is Hij in staat mijn leven te vervullen of moet ik er van alles bij hebben? Dat is geen opofferingsverhaal, het is de roeping waarvan wij geloven dat die van God komt.’

Tekst en foto: Jolly van der Velden

Deel dit artikel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *