Irene Kapinga: ‘De mooiste dingen? Als ik loslaat’

Irene Kapinga gaf haar baan op voor een ongewis bestaan als begeleider van wandeltochten. Ze heeft er geen moment spijt van gehad. ‘Ik geef me over aan angst en onzekerheid en ben een tevreden mens.’

Welke leaseauto mag jij? Hoeveel bonussen heb je gekregen? Wanneer gaan we de aandelen verkopen? Ooit waren het vragen waar Irene Kapinga (53) de dag wel mee doorkwam. Ze werkte bij grote beursgenoteerde bedrijven als Wolters Kluwer en KPN en was gewend aan ‘geld dat tegen de plinten omhoog spatte’.
De wereld van het grote geld bleek niet die van Kapinga en ze stapte over naar de kinderopvang, waar ze als manager verantwoordelijk was voor ‘human resource’, bedrijfsvoering, inkoop, huisvesting en ICT. De combinatie van overmatige inzet op haar werk en de intensieve zorg voor haar twee kwetsbare kinderen leidde ertoe dat Kapinga twee jaar geleden ‘van de ene op de andere dag omviel’.
Nu zegt ze: ‘Ik ben mezelf gewoon kwijtgeraakt, heb niet voor mezelf gezorgd.’ Kapinga leed aan een burn-out, die ze aanvankelijk dacht in tien dagen te kunnen overwinnen. In plaats daarvan gaf ze zichzelf toestemming ‘in het zwarte gat te vallen’ en huilde ze onafgebroken, een week lang. Een depressie sloeg toe en Irene Kapinga duikelde diep de afgrond van haar eigen angsten en onzekerheden in. ‘Ik kende mijn eigen kracht niet meer, ik zag alleen maar zwakte. Ik wist ook niet meer wat ik leuk vond.’ Eén ding wist ze wel: ‘Ik wil de Camino gaan lopen.’

Bed en warme douche
‘El Camino de Santiago’, de beroemde pelgrimstocht naar Santiago de Compostela, wierp Kapinga terug naar het basale niveau van leven bij de dag. Het werkte louterend. ‘Ik heb geleerd te genieten van het heel kleine. Een bed en een warme douche na een dag met regen. Een dak boven je hoofd.’ Dat genieten was niet vanzelfsprekend. ‘Als calvinistisch meisje houd ik graag de controle. Alles doen wat je moet doen, keurig binnen de lijntjes lopen. Vooral niet genieten.’ De tocht zette alles in een ander daglicht. ‘Het bracht me in contact met mezelf, met wat ik echt nodig heb.’

Dat is niets anders dan liefde. ‘Ik denk dat het daar over gaat. Liefde van de ander, maar ook liefde van mezelf. Mijn allergrootse verlangen is contact met de bron in mijzelf. Het verlangen om vanuit aandacht en vertrouwen te leven. Aandacht voor andere mensen, voor de natuur, voor mijzelf.’ Dat zulke inzichten komen door voor een leven zonder ingebouwde zekerheden te kiezen, neemt Kapinga voor lief. ‘Onzekerheid is een groot thema, ik word af en toe bevangen door angst en onzekerheid. Juist door me eraan over te geven en de regie los te laten, ben ik weer een tevreden en gelukkig mens. Meestal.’

Verdwaald
Inmiddels begeleidt ze wandelreizen en broedt ze op plannen om als coach andere mensen een zetje in de goede richting te geven. Rode draad daarbij is het laten vieren van de teugels. ‘Juist als ik loslaat, komen de mooiste dingen op mijn pad.’ Zoals tijdens de wandeltocht waarbij Kapinga en haar groep ‘vijfentwintig keer verdwaalden’. ‘Ik was iets minder gefocust en het werd een mooie route. We hebben enorm gelachen.’ Een dame meldde in veertig jaar wandelen nog nooit zo’n ontspannen dag te hebben gehad.
Zulke ervaringen doen Irene Kapinga geen moment terugverlangen naar projectbegrotingen en tevredenheidsonderzoeken. ‘Groter dan dit wordt het niet. Het grote zit in het kleine.’

Tekst: Matthijs Termeer

Deel dit artikel