‘Ik verliet de Haagse Jehovah’s Getuigen’

De leiding van kerkgenootschap Jehovah’s Getuigen geeft geen akkoord voor een onafhankelijk onderzoek naar seksueel misbruik. Bij een meldpunt kwamen de afgelopen maanden al meer dan tweehonderd meldingen binnen van seksueel misbruik bij de Jehovah’s Getuigen. Marc Poortman, vroeger zelf getuige, zorgde met zijn boek ‘De waarheid en het Koninkrijk’ (2013) voor landelijke ophef onder zijn voormalige geloofsgenoten. Kerk in Den Haag ging met hem in gesprek.

In het eerste deel van de roman groeit Mario op als kind in de wijk Morgenstond. Hij weet zeker dat de wereld op 31 december vergaat. In het tweede deel staat hoe Mario als dertiger zijn geloof verliest. De droge humor en het exclusieve inkijkje in een afgesloten wereld maken het een origineel boek.

Hoe heeft het geloof jouw leven beïnvloed?
‘Je leidt een vrij geïsoleerd leven – geen feestjes of verjaardagen. Het pesten was niet erg. Ik redde me met humor en welbespraaktheid. Bovendien: pesten bewees dat wij bijzonder waren, Jezus werd ook beschimpt. Ik was getest voor het vwo, maar ging naar de korter durende mavo-opleiding omdat mijn moeder zei: de wereld vergaat toch op 31 december 1974. Mijn kennis heb ik op avondscholen moeten inhalen. Het enige wat me soms boos maakt, is dat ik als tiener niet op een leuke manier de liefde heb mogen ontdekken.’

Wat keur je af en wat trekt je aan in de Jehova’s Getuigen?

‘Zij menen het enige ware geloof te hebben, dat keur ik af. Aantrekkelijk zijn de sociale kaders; het is een beschermd, overzichtelijk leven. Ik hield van het onderwijs, de vergaderingen, de bijbelstudie, op het podium staan en lezingen geven. Nu geloof ik even niet in God. Het idee dat zijn liefde niet onvoorwaardelijk is, vind ik naar. Hij vernietigt je als je je niet aan zijn regels houdt. Dat zeg je toch ook niet tegen je eigen kinderen? Het idee dat er niet iemand de hele tijd over mijn schouder meekijkt, vind ik erg prettig.’

Wat wil je bereiken met je boeken?

‘Ik wil zeggen: wees niet bang om je gevoel te volgen. Ik heb alles moeten achtergelaten. Vrienden, familie, mijn bedrijf, mijn geloof, mijn financiële zekerheden. Ik raakte verslaafd aan crack. Maar het is allemaal goed gekomen, dankzij mijn echtgenote. Nu schrijf ik boeken – ik begin nu aan mijn tweede – zoals ik al vanaf mijn achtste wilde. Op mijn eerste boek heb ik veel goede reacties gehad van ex-Jehovah’s Getuigen, en nul van mensen uit de gemeenschap. Je vertrouwde leven opgeven als het niet meer bij je past is zwaar, maar uiteindelijk word je er beter van.’

Tekst: Tanya van der Spek

Deel dit artikel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *