Pionieren: gewoon maar wat uitproberen

De grondvesten van de aloude kerkvormen schudden. Er zijn de laatste jaren veel nieuwe kerkplekken ontstaan. Hun aard ligt niet vast. Dat blijkt bijvoorbeeld aan de naam ‘pioniersplekken’. Die hebben per definitie een fluïde karakter.

Kliederkerken, pioniersplekken, monastieke initiatieven, leefgemeenschappen; binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) zijn de afgelopen jaren veel nieuwe kerkvormen ontstaan. In het project ‘Mozaïek van kerkplekken’ onderzoekt de PKN de praktijk van bestaande en nieuwe plekken en de relatie tussen de twee. Er is gesproken met ruim honderd betrokkenen van nieuwe vormen van kerk-zijn. Eind mei verscheen het onderzoeksrapport: ‘Over speelruimte en spanning’.

Wrijving
Als winstpunten van de grotere diversiteit noemen deelnemers dat meer mensen hierdoor de waarde van het christelijk geloof ontdekken. Er worden een groep bereikt die niet snel naar een reguliere kerk zou gaan. Verder zorgen de plekken voor nieuwe (missionaire) inspiratie in de bestaande gemeenten. Maar er is ook wrijving. Al is de wil er wel, in de praktijk valt het niet altijd mee om een vorm te vinden voor de betrokkenheid tussen oud en nieuw. Soms spelen er gevoelens van concurrentie, bijvoorbeeld bij een blakende pioniersgemeenschap naast een slinkende kerkelijke gemeente. Ook sluiten de bestaande regels en kerkelijke organisatiestructuur niet goed aan bij nieuwe kerkvormen. Neem iets als lidmaatschap van zo’n plek; iets meer dan de helft van de deelnemers aan het onderzoek vindt dit niet noodzakelijk. En driekwart vindt het niet nodig dat bij elke nieuwe kerkvorm een predikant actief is. Wel wordt gehecht aan theologische kwaliteit en diepgang, bijvoorbeeld door supervisie door een predikant.
Een vraag die hier misschien nog aan voorafgaat, is wat een kerkplek tot kerkplek maakt. Of concreter: wat is het verschil tussen een pizza-avond van Geloven in Moerwijk en een open maaltijd in een buurthuis even verderop? Nico van Splunter, pioniersbegeleider vanuit de Haagse protestantse gemeente (PGG), heeft daar wel een antwoord op: ‘Het doel van alle pioniersplekken is christelijke gemeenschapsvorming. De vorm varieert en wordt bepaald door de doelgroep. Sommige zijn vooral spiritueel, andere zijn meer praktisch en diaconaal, maar de christelijke basis van de gemeenschap maakt het tot een kerkplek.’

Buurttuin
Terug naar het onderzoek, waarbij ook de Haagse pioniersplekken Geloven in Moerwijk en Leven in Laak betrokken waren. Bettelies Westerbeek pioniert sinds mei 2014 in Moerwijk, met een groeiende gemeenschap die geworteld is geraakt in de buurt. Wat vindt zij er kerkelijk aan? ‘Bezoekers worden hier in ontmoeting gebracht met God en met elkaar. We zijn een huis- tuin- en keukenkerk; kerk-zijn speelt zich af in het dagelijks leven. We ontmoeten elkaar in de buurttuin, we eten vaak met elkaar, we hebben maandelijks een viering en er zijn leefgroepen waar mensen met elkaar optrekken, voor elkaar zorgen en waar geloof ter sprake komt. Kerk-zijn komt in al die dingen tot uitdrukking.’ Ze herkent de spanning tussen bestaand en nieuw waarover in het onderzoek geschreven wordt. ‘We willen graag samenwerken en elkaar inspireren. Maar je merkt dat het toch moeilijk is, omdat structuren botsen. De organisatiegraad van de bestaande PKN-kerken is vrij hoog en dat matcht niet goed met het fluïde karakter van pioniersplekken.’

Ook Petra de Nooy, pionier bij Leven in Laak, heeft deze ervaring. ‘Ik ben me er van bewust dat we als kerk in een lange traditie staan en vaak grijp ik daar ook op terug, maar dan op nieuwe manieren die bij de context aansluiten, stelt ze. ‘Wat er groeit is niet zomaar in te passen in de structuur van commissies, colleges en kerkeraden. Ons interculturele publiek kent deze cultuur ook niet.’ Wat er bij Leven in Laak gebeurt, vindt ze echter wel degelijk ‘van de kerk’: samen het leven delen, Jezus volgen en omkijken naar elkaar en naar de buurt. Leven in Laak heeft activiteiten als ‘bijbeldates’ (verkenning van bijbelverhalen met beeld en muziek), de ‘doe-kerk’ (hulp aan wijkbewoners), ‘multi-culinair koken’ (eten wat je meeneemt) en vieringen. Hoe denkt De Nooy over de relatie tussen bestaande en nieuwe kerkplekken? ‘Ik hoop dat het mogelijk wordt elkaar te ontmoeten en te versterken, zodat we samen de geleerde lessen en nieuwe vormen van kerk-zijn kunnen ontdekken.’

Binnenkort verschijnt er een rapport naar aanleiding van het onderzoek ‘Mozaïek van kerkplekken’. De komende maanden wordt dat in de synode en in gemeentes besproken.
Info: protestantsekerk.nl/kerkplekken.

Irna van der Wekke
Op de foto: pionieren met ‘Geloven in Moerwijk’ in de Marcustuin.

Deel dit artikel