Buitenlandse studenten vinden het vreemd als je ‘ongelovig’ bent

Gastvrijheid, dat woord is tekenend voor Waltraut Stroh. Ze heeft er alles aan gedaan om de internationale studenten in Delft en Den Haag zich hier thuis te laten voelen. Vooral op spiritueel vlak, maar ze was ook vaak praktisch bezig.

Het Institute of Social Studies (ISS) aan de Kortenaerkade is een apart wereldje midden in de stad. Hier volgen masterstudenten uit vooral Afrika, Azië en Latijns-Amerika colleges en worden promovendi uit die landen begeleid. Allen houden ze zich bezig met ‘development-studies’. Ze wonen om de hoek van het instituut en doen hun boodschappen twee straten verder. De stad zelf heeft eigenlijk amper weet van deze plek, waar werelddelen samen komen. En zonder de opvang door mensen als Waltraut Stroh, zouden deze studenten nauwelijks een verbinding hebben met Den Haag of Nederland. Bovendien zouden sommigen in de periode dat ze hier wonen, in een spiritueel niemandsland verkeren.

Raadsvrouw
In juni ging ‘interfaith chaplain’ Waltraut Stroh met pensioen. Ze was door de landelijke protestantse kerk aangesteld voor de pastorale zorg aan internationale studenten in Randstad-zuid; ze concentreerde zich op het ISS en op de TU en het IHE Water Instituut in Delft. Haar werkkamer was aan de Kortenaerkade. ‘Dat het ISS mij letterlijk en figuurlijk die ruimte gaf, vind ik fantastisch’, zegt ze. ‘Het is bijzonder dat zo’n wetenschappelijk, seculier instituut het belang van religie onderkent. Ze weten dat een groot deel van de studenten gelovig is, die hebben niet alleen behoefte aan een psycholoog en een maatschappelijk werker, maar ook aan een religieus raadsman of -vrouw. Het instituut ziet dat religie mensen bij elkaar brengt. Religie kan splijten, maar zoals wij het hier aanpakken – interreligieus – verbindt het.’
Waltraut vertelt dat de meeste studenten uit een samenleving komen waar geloof en religie vanzelfsprekende onderdelen van het leven zijn. ‘Zoals lucht, je ademt het gewoon in en uit, de hele dag. Ze vinden onze seculiere samenleving wel apart. Dat een academisch geschoold iemand, een hoogleraar, kan zeggen dat hij/zij niet in God gelooft, vinden ze onbegrijpelijk. Hoe kan dat nou, je bent een weldenkend mens en je gelooft niet in God?! Haha, bij ons is het precies andersom: weldenkend en tegelijk gelovig zijn lijkt onverenigbaar.’

Waltraut Stroh onder ‘haar’ studenten.

Tsunami
Niet dat de studenten alles voor zoete koek slikken: ‘Latijns-Amerikanen bijvoorbeeld zijn vaak kritisch over de Rooms-Katholieke Kerk, Iraniërs moeten niks hebben van de manier waarop religie in hun land wordt gepresenteerd, ook mensen uit India, Pakistan en Bangladesh zeggen dat ze niet religieus zijn maar wel spiritueel. Gelukkig zien die studenten dat religie ook anders kan, aan de manier waarop mijn collega en ik werken.’
Zo nam Waltraut studenten mee naar allerlei Haagse kerken. Een soefi uit Pakistan werd diep geraakt door een viering in de Lukaskerk, waar hij een kaarsje brandde voor zijn zieke moeder. Bij een herdenkingsdienst van de watersnoodramp, in de Nieuwe Badkapel, waren een student uit Rwanda na de genocide en een Indonesiër na de tsunami. Het thema was wederopbouw. Waltraut: ‘Dan voel je opeens een verbinding op een heel ander niveau. Het maakt dan helemaal niet uit bij welke religie je officieel hoort.’

Speelgoed
Waltraut deed veel voor haar studenten. Pastorale zorg mondde niet zelden uit in praktische hulp – zoeken naar huisvesting en financiële steun, speelgoed regelen toen het gezin van een student naar Nederland kwam. Met haar collega – een rooms-katholieke priester uit India – organiseerde ze jaarlijks een interreligieuze conferentie. Ze nam de studenten mee op excursie in de stad en in Nederland. Er waren groepsgesprekken, pelgrimages, buitenlandse studiereizen, bezoeken aan allerlei gebedshuizen. Dankzij de chaplains zijn de studenten vrijwilligerswerk gaan doen bij de daklozenmaaltijden in het Stadsklooster. Waltraut heeft studenten op kamers in haar eigen huis en in vakanties vloog ze de wereld over, op bezoek bij oud-ISS’ers (die vaak hoge functies hebben nu, tot minister aan toe).
Vanuit de landelijke protestantse kerk was op dit moment geen opvolger van haar te verwachten. Die heeft Waltraut toen maar zelf geregeld, via het Haagse studentenpastoraat Haastu, maar voor minder uren per week.
Op haar afscheid spraken studenten van over de hele wereld, sommigen in een videoboodschap. Ze vertelden hoe waardevol de bescheiden Waltraut Stroh voor hen was geweest. Voor haar was haar werk een vanzelfsprekendheid. Het was synoniem met ‘hospitality’.
‘Gastvrijheid. Dat woord past helemaal bij me.’

Tekst en foto: Margot C. Berends

Deel dit artikel