Groei Marthakerk: ‘Wij zijn geen uitstervend ras’

De Marthakerk van Parochie Maria Sterre der Zee heeft vier bevlogen kosters, die in een hecht team samenwerken. Ze voelen zich als een vis in het water in deze kleurrijke gemeenschap. De kerk staat midden in de Schilderswijk en trekt veel bezoekers.

Aan de Hoefkade in de Schilderswijk staat de fraaie en forse rooms-katholieke Marthakerk. De kerk heeft vier kosters. Drie van hen vertellen over hun bezigheden. De ochtendmis is net achter de rug, de laatste kerkgangers en een dameskoor uit het Westland vertrekken. Bezoekers van de viering van een Engelstalige Afrikaanse gemeenschap druppelen intussen binnen.
‘Wat je vooraf moet weten’, zegt Matthijs Kerklaan, ‘is dat de hoofdkoster dit voorjaar plotseling is overleden. Dat was Ed Reijsbergen. Hij regelde veel, vaak op de achtergrond. We zijn nu een beetje als wees. Hij bestelde alles wat nodig is, de kaarsen, noem maar op. Op zondag had hij alles al klaargezet, voordat wij kwamen. Nu komen we er beetje bij beetje achter hoe we de dingen moeten doen die hij altijd deed. Voor Moederdag regelde hij cadeautjes en met Kerst bouwde hij de mooiste kerststal van Den Haag. Allerzielen en Allerheiligen worden onze eerste grote vieringen zonder hem. Ed zorgde voor alles en wij hielpen hem.’
John Doedel: ‘Ed woonde hier honderd meter vandaan. Dit was zijn tweede huis.’
‘We zijn nu met zijn vieren over’, zegt André de Boer. ‘Elke zondag zijn we er allemaal en de vieringen op zaterdag doen we om de beurt. Gelukkig hebben we onderling een aardige sfeer en de kostersapp.’ Naast de samenkomsten in het weekend zijn er gebedsvieringen en een seniorendienst.
Er is een duidelijke taakverdeling, maar als de een wegvalt, neemt de ander het over. De kosters zetten alles klaar voor de mis, zorgen voor koffie en thee en maken schoon, regelen dat de gebedsintenties op de goede plek komen en collecteren soms ook. Daarnaast runnen ze met anderen de winkel met kaarsen en wijwater. Harvey Lourens, de vierde koster, legt de altaarkleden in de goede kleur klaar en zingt in het koor.
Doedel: ‘We proberen geen zondag te missen, alleen in vakanties zijn we er niet.’

Tulpen, dahlia’s
Kerklaan: ‘We zijn niet in ons eentje verantwoordelijk, maar met z’n allen. Het is één gemeenschap met veel nationaliteiten: Surinaams, Hollands, Filipijns, Antilliaans, Indonesisch, Frans, Pools, enzovoorts. Sommige hebben een eigen gebedsgroep, zoals de Antilliaanse. Alle kosters zijn overigens ook getrouwd met iemand uit een ander land.’ Doedel: ‘In deze gemeenschap gaat dat prima samen. De meeste mensen komen uit de Schilderswijk en de wijken daaromheen. Vroeger waren hier nog drie kerken, de een na de ander werd gesloten. Elders heb je veel grijze Hollandse mensen, maar hier is veel jeugd, voornamelijk Antillianen.’
Elk jaar is er een internationale viering waar vijf- tot zeshonderd mensen op afkomen. De Boer: ‘De kerk zit dan barstensvol. Van te voren zijn we dagen bezig om vlaggen uit alle delen van de wereld op te hangen.’ Doedel: ‘Niemand kijkt op van al die nationaliteiten. In Suriname zeggen we dat iedereen uit een bloementuin komt; je hebt tulpen, dahlia’s en nog veel meer.’ Kerklaan: ‘Toen ik klein was zaten er een paar Surinaamse en Indonesische kinderen in de klas. In de klas van mijn kinderen zitten nu alle nationaliteiten. Ze gaan daar veel vanzelfsprekender mee om dan wie ouder dan vijftig is.’ Ook de paters zijn divers: een was missionaris in Nieuw Guinea, er is een Chinese en een Indonesische pater.

Gymzaal
Zouden ze koster kunnen zijn in een tot kerk verbouwde gymzaal? Nee, ook het gebouw zelf doet ze wat. De Boer: ‘Ik heb weleens in zo’n hal gezeten, dat geeft een heel ander gevoel. In de kerk bidden is ook anders dan thuis.’
Doedel had koster kunnen worden in een gemeenschap die in een zaaltje samenkwam, ‘maar ik heb hiervoor gekozen. Ik werk als koster ook graag voor die Grote Man daarboven.’
De kosters zijn unaniem: ‘Aartsbisschop Eijk kan wel zeggen dat er over tien jaar bijna geen kerk meer over is, maar de Marthakerk is wel een rijksmonument’. Kerklaan: ‘Vandaag waren we met 180 mensen; wat meer dan anders, maar toch. Wij zijn geen uitstervend ras en er is veel jeugd. Ik doe dit omdat ik mijn kerk en de gemeenschap in stand wil houden. Het kosterswerk gaat steeds meer als vanzelf. We gaan nog lang door als het aan ons ligt.’

Petra Jonkers

Op de foto v.l.n.r. Matthijs Kerklaan, André de Boer, John Doedel.
Fotograaf: Margot C. Berends

Deel dit artikel