Zingeving en hoop óók bij migrantengelovigen

In discussies over integratie zijn vaak moslims het onderwerp, terwijl christenen 40% van alle migranten vormen. Hoe integreren zij? Een indruk van het promotieschrift van Jan Eijken, over de integratie van katholieke migranten in de Schilderswijk.

Tien jaar lang ging dr. Jan Eijken als pastoraal werker intensief om met katholieken uit het gebied van de voormalige Willibrordparochie (Stationsbuurt, Schilderswijk, Transvaal). Rond 2000 groeide bij deze ‘autochtone’ parochie het besef dat het zinvol is om de relaties met buitenlandse katholieken te intensiveren. Dat werd noodzaak toen in 2005 de landelijke rooms-katholieke kerk migrantengemeenschappen ‘dwong’ om zich bij de parochiekerken te voegen.
Een schoolvoorbeeld voor goede integratie is het niet geworden, concludeert Eijken in zijn recent afgeronde proefschrift, een kritische analyse van beleidsdocumenten over ‘interculturele kerkopbouw’ uit de periode 2000-2010.

Eigenheid
Gelovigen uit alle windstreken hebben in deze stukken hun visie op samenwerking gegeven: bestuurders en pastors (onder wie Eijken) van de autochtone parochie, Missionarissen van Afrika, Missionarissen van het Goddelijk Woord, zusters van de H. Geest, de Engelstalige Afrikaanse en de Portugeestalige gemeenschap. Toch bleek dat samenwerken op papier geen garantie voor succes in de praktijk. De Afrikaanse gemeenschap, die in 2011 naar de Marthakerk moest verhuizen, trok zich na ‘vele conflicten’ terug op zichzelf, al zijn er tekenen van nieuwe toenadering. De Portugeestalige katholieken hebben hun thuis ver buiten de Schilderswijk gevonden, in de Marlotkerk.
Eijken signaleerde in de onderzochte teksten een ‘strijd om betekenis’ (de titel van zijn proefschrift) over sleutelbegrippen als kerk, samen-eigen, multicultureel-intercultureel. De migrantengemeenschappen en geestelijken (missionarissen) vinden het belangrijk dat de autochtone kerk(leiding) hun ‘eigenheid’ respecteert en waardeert. In dat opzicht benadrukken vooral de missionarissen het belang van dialoog met verschillende culturele en religieuze groepen. De Willibrordparochie daarentegen schrijft met betrekking tot integratie vooral over ‘eigendom’ (oude parochiestructuren, machtsposities, financieel beleid). Gevolg is dat de Portugeestalige en Afrikaanse katholieken te weinig participatie (medezeggenschap) ervaren. Ze willen niet simpelweg als uitvoerders van beslissingen worden beschouwd, maar hun wensen, ervaringen en mogelijkheden laten meewegen.

Feestdagen
Eijken citeert diverse theologen die aangeven hoe de autochtone kerkleiding respect voor de eigenheid kan laten blijken: bijvoorbeeld door buitenlandse liederen of uitdrukkingsvormen in een viering te gebruiken; door nationale feestdagen met autochtonen te vieren, zoals het feest van Onze Lieve Vrouw van Guadelupe; door samen te eten, pastorale bruggenbouwers aan te stellen.
Ook Andrea Damacena Martins, lid van de Portugeestalige kerk en diocesaan coördinator tussen 2007 tot 2009, uit zich kritisch in het proefschrift: ‘Het is belangrijk hoe op bestuurlijk niveau de taken worden verdeeld. (…) Wanneer de participatie alleen functioneel is, of als er alleen contact bestaat om de uitvoering van regels te bereiken, dan trekken de migrantengemeenschappen zich terug.’ Steeds meer van oorsprong katholieke migranten zoeken hun heil daardoor in pinksterachtige gemeenschappen, beschrijft Eijken.

Werk aan de winkel
Voor de migranten en hun kinderen keert het tij vanzelf wel, vermoedt Eijken, omdat de autochtone kerk simpelweg een etnische minderheid op hoge leeftijd is geworden. In de huidige Willibrordgemeenschap (die tegenwoordig samenvalt met de Marthakerk), komen naar dezelfde viering vooral Antillianen, een kleine groep Surinamers en wat mono-culturele Nederlanders.
In Eijkens visie op ‘nieuwe katholiciteit’ ligt de nadruk op samenwerking en medezeggenschap. Daarbij geldt als voorwaarde dat beleidsvoerders de wensen van alle katholieke groepen meenemen, de verschillende waarden en belangen duidelijk verwoord worden (‘interculturele hermeneutiek’) en er vertrouwen gecreëerd wordt.

Genoeg werk aan de winkel, suggereert Jan Eijken in zijn epiloog. Hij citeert de woorden van Wout van Laar, voormalig directeur van de Nederlandse Zendingsraad: ‘Het gaat erom de migrantenkerken te respecteren in hun eigen agenda en het vaststellen van hun eigen prioriteiten. Hun eerste zorg heeft betrekking op de zoektocht naar de eigen identiteit. Hun gemeenschappen bieden een geestelijk thuis in een vreemde omgeving die hen niet begrijpt of zelfs niet accepteert. (…) Zolang wij de nieuwe “allochtone” kerken als exotische en tijdelijke verschijnselen zien, kunnen we hooghartig aan hen voorbijgaan en onze eigen vormen en tradities als normatief blijven zien. (…) Wij zouden de variëteit van deze “buitenlandse” kerken in hun vitaliteit moeten zien als een bijzondere gave van God aan een geseculariseerde wereld die wanhopig op zoek is naar nieuwe zingeving en hoop.’

Robert Reijns

Dit is geen samenvatting, maar een impressie van het proefschrift. Het proefschrift staat hier: Strijd om betekenis.
Op de foto (van Margot C. Berends) hierboven: Processie ter ere van Onze Lieve Vrouw van Aparecida (Brazilië) in Marlot.

Deel dit artikel