Stichting Vredeskapel opgeheven

Toen de protestantse Vredeskapel werd gesloten, richtten enkele gemeenteleden een stichting op, met als doel het ‘huis in de buurt’ te behouden. Het lukte bijna, maar botte pech speelde hen parten. Toch zijn ze blij dat ze zijn blijven hopen.

In 2013 wilde de Haagse protestantse gemeente de Vredeskapel in de Archipelbuurt verkopen. Enkele gemeenteleden hoopten dat ze met de buurt iets konden doen om de kapel te behouden als centrum voor bezinning, cultuur en ontmoeting. Zij richtten met buurtbewoners de Stichting Vredeskapel op. Idelette Nutma, bestuurslid van de stichting: ‘De kapel stond al bekend als “huis in de buurt”. Het gebouw had nog de potentie om de gemeenschap te dienen: een geweldige akoestiek, en een intieme maar niet te kleine ruimte. Het was voor velen een harde dobber dat de kapel gesloten werd. De spirit in de wijk was groot. Ik ben zelf jarenlang diaconaal opbouwwerker geweest en ik kende de wijk heel goed. Dat was ook een drive: de sluiting voelde als “de wijk laten vallen”. We zochten een positieve manier om daar mee om te gaan.’ Wijkbewoners vertelden waar zij behoefte aan hadden. ‘We startten met een Open Podium, een maandelijkse muziekmiddag. Dat was de basis. Die middagen zijn er nu trouwens nog, in de Riouwstraat.’

Brug te ver
Tientallen vrijwilligers meldden zich aan; commissies werden opgericht en verhuurders gezocht. Zo lukte het de begroting sluitend te krijgen. En toch moest de kapel korte tijd daarna alsnog sluiten, er bleken ernstige gebreken aan het dak te zijn. Nutma: ‘De schade aan het dak van de kapel, een rijksmonument, was een brug te ver, zowel in geld als in organisatie en tijd.’ De stichting bleef bestaan tot er definitieve plannen waren voor de verbouw van de kapel, tot appartementen. Nutma: ‘Het initiatief is geslaagd gebleken, maar we hadden pech. Wel heeft iedereen kunnen ervaren dat je met hoop een heel eind komt.’

Hoop
De vrijwilligers van de stichting ontleenden ook hoop aan dit gedicht van de Tsjechische schrijver Václav Havel:

Diep in ons zelf dragen wij de hoop.
Is ze niet daar, dan is ze nergens.
Hoop is een bewustzijn
en staat of valt niet met wat er in de wereld gebeurt.
Hopen is voorspellen noch voorzien.
Hoop zit ons in de ziel, in het hart gegrift,
ligt voor anker voorbij de horizon.
Hopen,
in deze diepe en krachtige betekenis,
is anders dan blij zijn om wat goed gaat
of je graag inzetten voor wat zeker succes heeft.
Hoop is de kunst om ergens aan te werken omdat het goed is,
niet alleen omdat het kans van slagen heeft.
Hoop is niet optimisme,
niet de overtuiging dat iets goed zal aflopen.
Hopen is zeker weten dat iets zinvol is,
ongeacht de afloop.

‘Iedereen kon zich erachter scharen’, zegt Nutma. ‘Het laat zien waarom wij ons inzetten, ook al wisten we niet wat de uitkomst zou zijn. Hopen is een actief werkwoord; het heeft niks met zekerheid te maken, maar met hard werken. Het komt je niet aanwaaien. Het belang van de inzet voor een bepaalde uitkomst is groter dan die uitkomst zelf.’ Kort voor de sluiting van de kapel preekte een predikant over Judith en over het gehoor geven aan een roepstem. Dat sprak Nutma persoonlijk ook aan: ‘Doe er toch maar wat mee, met het gevoel dat je iets moet doen, en laat je niet afleiden door tegengeluiden of angst. We moeten maar een beetje lef hebben met elkaar. Liefde met lef.’

Petra Jonkers
Op de foto: De Vredeskapel. Bron: Aannemingsbedrijf G. Bruijnes BV.

Deel dit artikel