Overheid vraagt hulp van gelovigen – een ommekeer?

Sinds een jaar zoekt de gemeente toenadering tot levensbeschouwelijke organisaties. Is dat een ommekeer? Mogen religies meepraten over het gemeentebeleid?

Februari, een avond in het Nutshuis. Karsten Klein, dan nog wethouder ‘zorg’ (CDA), verwelkomt met zijn toespraak genodigden van moskeeën, kerken, tempels, synagogen, humanistische en andere levensbeschouwelijke organisaties: ‘Ik erken dat de relatie tussen gemeente en levensbeschouwelijke organisaties nogal koel was, maar dat gaan we veranderen. Jullie betekenen enorm veel voor de stad. Al die goede vrijwilligers. We kunnen meer samenwerken en elkaar beter ondersteunen. Ik noem deze handreiking gerust een doorbraak. In Rotterdam is een dergelijke toenadering niet in zicht.’
Hier en daar kijken toehoorders verrast op; zulke warme woorden hadden ze niet eerder gehoord. Het bleef ook niet bij één uitnodiging. Toch blijkt het voor veel gelovigen een punt van discussie of je daarmee van broederschap mag spreken.
Bovenaan de agenda van zulke interreligieuze bijeenkomst staat steevast de hulp van religieuze en humanistische vrijwilligers bij het uitvoeren van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Steun waar de overheid al jaren op bezuinigt: handen aan het bed, bij het huishouden, mantelzorg, financiële administratie, (daklozen)opvang, het regelen van vervoersmiddelen, enzovoorts.
Relatief weinig ambtenaren behandelen bergen hulpverzoeken en begeleiden duizenden ‘cliënten’. Zoveel, dat de gemeenteraad in januari een brandbrief ontving van sociaal werkers die haast onder werkdruk bezwijken.
Al in 2016 erkende de gemeente dat ze de hulp van levensbeschouwelijke organisaties (lbo’s) goed kan gebruiken. Om te bepalen hoe precies, namen onderzoekers een kijk in de keuken van kerken (2016) en daarna van twintig verschillende levensbeschouwelijke organisaties (2017). Die laatste verkenningsronde door het Verwey-Jonkerinstituut leverde een rapport op met een keur aan Wmo-achtige activiteiten, van rouwverwerking tot computerlessen.

Grenzen
‘We kunnen al moeilijk de problemen van onze eigen leden oplossen, laat staan dat we meer tijd, mankracht en ruimte vinden voor nóg meer Hagenaars’, laten in het rapport de gelovige ondervraagden weten. De druk is het hoogst bij migrantengemeenschappen.
Ambtenaren vragen van de vrijwilligers om dan op zijn minst hun achterban te laten weten dat de gemeente maatschappelijke ondersteuning biedt. De helft van de ondervraagde vrijwilligers wist niet eens af van de Wmo. Een ambtenaar vertelt Kerk in Den Haag: ‘We hebben veel dossiers met problemen die geëscaleerd zijn, omdat er niet vroeg genoeg bij ons werd aangeklopt voor hulp. Dat geeft ons meer werk dan nodig.’
De vrijwilligers willen ambtenaren uitnodigen om in hun gebedshuizen voorlichting te geven; het liefst in de moedertaal van hun bezoekers en aansluitend op een activiteit of dienst. Met nieuwe Wmo-wijkteams doet de gemeente een handreiking.

In het rapport wijzen ambtenaren op de mogelijkheid om activiteiten van levensbeschouwelijke organisaties te subsidiëren of in te kopen, zoals bij het Leger des Heils. Maar wel onder twee voorwaarden. Ten eerste moeten ze uitgesproken maatschappelijke doelen hebben. Dat is soms een grijs gebied: maakt het openingsgebed een activiteit religieus? ‘Soms adviseren ambtsdragers om in subsidieaanvragen geen religieuze aspecten te noemen, zoals bij multiculturele dialoogavonden rondom (islamitische) iftar-maaltijden’, vertelt een medewerker bij een ontmoetingscentrum. Ten tweede is er alleen geld voor activiteiten die mensen van verschillende religieuze- en migrantengroepen bij elkaar brengen.

Erkenning
Gespreksbijeenkomsten, subsidieregelingen: met dit ‘charmeoffensief’ nemen lang niet alle gelovige en humanistische vrijwilligers genoegen, blijkt uit het rapport. De activiteiten van levensbeschouwelijke organisaties passen niet altijd in het keurslijf van de Wmo. Een medewerker van Mara legt dat uit: ‘Ik betwijfel of interreligieuze samenwerking bij projecten altijd realistisch en wenselijk is. Hindoetempels hebben geen diaconaat, hoe kan samenwerking dan effectief vormkrijgen? Bovendien zitten religieuze doelgroepen met zeer verschillende soorten problemen, die je het best apart kunt aanpakken. Bijvoorbeeld met voorlichtingen over opvoeding, seksualiteit, emancipatie.’
Het interreligieus ‘Platform Zorgzaam uit Overtuiging’, opgericht om de gemeente (on)gevraagd over Wmo-beleid te adviseren, reageert op het rapport met kritische aanbevelingen. Beleidsdoelstellingen moeten niet belangrijker gevonden worden dan maatschappelijke problemen die levensbeschouwelijke organisaties signaleren. Daarnaast wil het platform in gesprek gaan over een stilzwijgende verdeling van taken die de organisaties oppakken maar de gemeente laat liggen, zoals het ondersteunen van straatarmen en ongedocumenteerden. Meer erkenning is de voornaamste wens. En, als gevolg daarvan, meer flexibiliteit in bestaande subsidieregelingen.
Het platform heeft de indruk dat aanbevelingen uit eerdere onderzoeken niet of nauwelijks zijn opgevolgd. Ze vraagt: heeft de gebrekkige erkenning achterliggende oorzaken?

De gemeente heeft een intermediair aangesteld, Andrea van Dijk, die graag met levensbeschouwelijke organisaties in contact komt om hun problemen en behoeften in kaart te brengen. Op haar agenda staat onder andere ‘de verbetering van het Wmo-beleid en uitvoering die aansluit bij de behoeften van bepaalde kwetsbare doelgroepen’. Zo beschouwd, kun je daar de moraal uit afleiden: beleid dient burgers, niet burgers het beleid.

Tekst: Robert Reijns
Op de foto: Een digitaliseringscursus voor ouderen, voorbeeld van een Wmo-activiteit.

Deel dit artikel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *